Een onnodig gevecht voor de rechter!
25 Mar, 12:16
foto


Door koppigheid vindt er een discussie plaatst tussen twee organen van de overheid die hun bevoegdheden afgeleid terugvinden in de kiesregeling. Het is betreurenswaardig dat het Centraal Hoofdstembureau en het Onafhankelijk Kiesbureau voor de rechter moesten verschijnen om een geschil dat zo helder en duidelijk is voor een ieder die begrijpt wat onder grammaticale interpretatie wordt verstaan. Het betreft in deze artikel 32 van de kiesregeling.
Niet sportief van de voorzitters van deze organen om de rechterlijke macht, die het al zo druk heeft, te belasten met een kwestie die middels overleg en navraag opgelost kon worden.

Een ego-gevecht was niet nodig omdat bij iedere ingewijde van het systeem bekend is dat ingevolge artikel 148 van de kiesregeling bij de toepassing van de kiesregeling voor de eerste keer in 1987, het Onafhankelijk Kiesbureau naast het uitoefenen van haar normale taken tevens als Centraal Hoofdstembureau moest fungeren, waardoor de kwestie van artikel 32 toen geen rol heeft gespeeld. 

Artikel 32 luidt als volgt:
De ter registratie aangeboden gegevens liggen ter inzage op de secretarie van het Kiesbureau gedurende drie opeenvolgende werkdagen na het verstrijken van de periode genoemd in het vorige artikel.
Frappant echter is dat dit tijdens de verkiezingsjaren daarna (1990, 1996, 2000, 2005, 2010 en 2015) ook geen rol van betekenis had.

Dat het Onafhankelijk Kiesbureau plotseling op haar strepen is gaan staan roept vraagtekens op, omdat indien het een principiële zaak is consequenties daaraan moesten worden verbonden in de voorgaande verslagen. Tot mijn verbazing heb ik begrepen dat het Centraal Hoofdstembureau, tegen de beslissing van de rechter, in hoger beroep wenst te gaan. Ik doe hierbij een beroep op de voorzitter Eugène Merkus om de rechterlijke macht niet wederom onnodig te belasten.

Eugène van der San 
(een vriend)