Rechtsadagium 'wie het meerdere mag, mag ook het mindere'
26 Feb, 20:29
foto


Ik wil hierbij nog graag reageren op het artikel van Carlo Jadnanansing over de benoeming van de president van de Centrale Bank van Suriname (CBvS). Allereerst ben ik het met hem eens dat het hier om een regeringsbesluit moet gaan en niet om een besluit van alleen de president.

Verder gaat Carlo Jadnanansing ervan uit dat voor de benoeming van de president van de CBvS  imperatief een periode van vijf jaren geldt. De vraag is als dat ook niet voor een kortere periode zou kunnen. Benoemings-en verkiezingstermijnen gelden vaak voor een maximale termijn uit democratisch oogpunt.

In het bestuursrecht geldt ook het rechtsadagium “wie het meerdere mag, mag ook het mindere”.
Op grond hiervan zou ook – in bijzondere gevallen - een kortere termijn bepaald kunnen worden. Zie bijvoorbeeld in Nederland de erkenning van dit rechtsadagium in de uitspraken van de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State van 18-2-2019, ECLI NL RVS 2009,BH 3237 en 6-2-2019, ECLI RVS 2019,350.

Tenslotte nog een opmerking over datgene waarvan door Carlo Jadnanansing wordt uitgegaan: de regeringsbesluiten inhoudende de benoeming van de president van de CBvS worden getekend door de president, maar wel namens de regering. De vraag is of dit een juiste en geldige werkwijze zou zijn.

In mijn artikel in het Surinaams Juristen Blad van september 2019 ben ik al op deze kwestie ingegaan naar aanleiding van het regeringsbesluit ex art. 148 Grondwet, zie passage: “In de Resolutie, alleen ondertekend door President D.D. Bouterse, en een zg. contra-seign van de minister van justitie voor afschrift, wordt wel verwezen naar een missive van de ministerraadvergadering, die eenzelfde besluit zou hebben genomen als in de resolutie is verwoord, maar van een regeringsbesluit, ondertekend door alle personen als bedoeld in artikel 148 jo art. 116 van de  Grondwet,  is geen sprake; zie o.a. ook art. 421 sub 2 Wetboek van Strafrecht en de artt. 2 - 3 van de WET van 5 januari 1952, tot regeling van de verantwoordelijkheid van de ministers (G.B. 1952 no. 3)”.

Het Besluit vormgeving wettelijke regelingen geeft geen nadere regeling voor de ondertekening van regeringsbesluiten (Staatsbesluit van 6 november 1996, houdende vormgeving van wettelijke regelingen, Staats-en Bestuursbesluiten).

Ed van den Boogaard          
pdf-icon.gif Besluit_vormgeving_wettelijke_regelingen,_Staats-en_Bestuursbesluiten.SB_._._._.pdf                

Thursday 02 April
Wednesday 01 April
Tuesday 31 March