Reactie: Benoeming governor CBvS in licht van de Bankwet
13 Feb, 09:05
foto


Ook ik heb met belangstelling de reactie gelezen van de heren Sunil Sookhlall en Kries Mahabier op Starnieuws van 12 februari 2020. Ik ben er altijd blij mee als ik reacties krijg op mijn producties, ook al gebeurt dat niet vaak schriftelijk. 
Ik begin met te zeggen dat ik als basis voor mijn artikel de tekst van de Bankwet gebruikt heb die vastgesteld is bij wet van 20 mei 2005 (S.B. 2005 no. 56). De plaatsing van de geldende tekst in het Staatsblad van de Republiek Suriname heeft plaatsgevonden bij resolutie van 2 december 2010 (S.B. 2010 no. 173). 

In mijn artikel heb ik mij beperkt tot de bespreking van artikel 22 lid 2 Bankwet, zoals die is vastgesteld in 2005. In de oude wet (G.B. 1956 no. 97, laatstelijk gewijzigd bij S.B. 1983 no. 94) stond in artikel 22 lid 2 alleen dat de president door de regering benoemd wordt voor een tijd van vijf jaren, zonder dat er verdere eisen gesteld werden met betrekking tot de benoembaarheid. Het is wel goed op te merken dat zowel in de oude tekst als in de nieuwe vermeld staat dat de president door de regering benoemd wordt voor een tijd van vijf jaren. 

Een bepaling over de benoeming van een interim-president ben ik niet tegengekomen. Maar hierover zal ik niet verder uitweiden. Ik keer terug naar de reactie van de heren Sookhlall en Mahabier. De auteurs zijn het met mij eens over de interpretatie van het laatste zinsdeel dat handelt over het beëindigen van de vervolging middels een transactieboete. 
Ten aanzien van het eerste zinsdeel verschillen wij van mening namelijk over het in eerste aanleg, dus door de kantonrechter veroordeeld zijn. 

De auteurs zijn het met mij eens dat het algemene principe in het strafrecht is dat als je in hoger beroep bent vrijgesproken, het eerdere vonnis daarmee komt weg te vallen en dus zijn kracht verliest. Zij zijn van mening dat de Bankwet een uitzondering gemaakt heeft op deze regel vanwege de bijzondere vereisten die aan de functie van de governor gesteld worden. 

Dit zou tot uiting komen in de formulering 'uitgesproken vonnis' in plaats van 'onherroepelijk vonnis'. Hiertegen kan aangevoerd worden dat indien er sprake zou zijn van een dergelijke afwijking van het commune recht, dit duidelijk tot uiting zou moeten komen in de Memorie van Toelichting. Deze rept er echter met geen woord over. Maar het belangrijkste argument tegen de auteurs is dat het hof van justitie het vonnis van de kantonrechter in het onderhavig geval heeft vernietigd

Een vernietiging houdt rechtens in dat het eerder gewezen vonnis van de kantonrechter geacht wordt nooit uitgesproken te zijn, daar een vernietiging terugwerkende kracht heeft. Met een juridische term een werking heeft ex tunc. Dit betekent dat de tweede zin van artikel 22 lid 2 waarin staat dat een vonnis wegens misdrijf dan wel ter zake van enig delict van financieel- economisch aard is uitgesproken, niet van toepassing is en er dus voor wat de Bankwet betreft, er geen beletsel bestond tot benoeming van de betrokkene. Aangezien het bij mij om een puur juridische discussie gaat, ga ik niet in op het punt of de betrokkene al dan niet de schijn tegen zich heeft. 

Carlo Jadnanansing 
 De auteur is oud-notaris, maar is in de jaren zeventig advocaat en docent strafrecht geweest. 
Advertenties

Sunday 24 May
Saturday 23 May