Fernald: Onderwijsvernieuwingen onder het vergrootglas (1)
30 Jan 2020, 04:56
foto
Ivan Fernald


In een 7-tal artikelen neemt Ivan Fernald de recente vernieuwingen in het onderwijs onder de loep. Hij hanteert toetsingscriteria en hij komt tot de conclusie dat veel vernieuwingen draagvlak en samenhang missen en niet geleid hebben tot de beoogde resultaten. 

Het is hoogste tijd dat het roer omgegooid wordt, want het onderwijs is aan het afglijden. Dat blijkt onder andere uit het verouderd curriculum en de belabberde overgangs- en slaagpercentages. 
Zonder innovaties zullen er geen significante verbeteringen optreden, maar de vernieuwingen moeten wel waarborgen dat de gestelde doelen gehaald worden. Zijn de kernproblemen aangepakt of vervalt men in symptoombestrijding? Als de werkelijke problemen niet blootgelegd worden hoeven wij niet te verwachten dat de doorstroming en de kwaliteit van het onderwijs zullen verbeteren.

Veel vernieuwingen verdienen het predicaat innovatie niet omdat zij samenhang missen en niet hebben geleid tot de beoogde resultaten. Niet alle vernieuwingen zijn verbeteringen. Om vast te stellen of vernieuwingen in het onderwijs inderdaad geslaagd zijn moeten die getoetst worden op: 
a. Beoogde resultaten (effect) 
b. Continuïteit
c. Samenhang en consistente uitvoering 
d. Eenduidige ontwikkelingsconceptie
e. Draagvlak

Niet alle vernieuwingen zijn doeltreffend
De Onderwijsminister wenst in rap tempo veel innovaties door te drukken. Het risico is dat vernieuwingen weleens haastig worden doorgevoerd, samenhang en het noodzakelijk draagvlak missen. Dat is evident bij de transformatie van het IOL in een Academische Lerarenopleiding in Suriname (ALOS). Bovendien rijst de vraag hoe deze nieuwe Academische Lerarenopleiding zich verhoudt met de bestaande Pedagogische Instituten (PI). De instroom van PI’s is vooralsnog mulo maar het beleid was erop gericht om de toelatingsnorm op te trekken tot havo-niveau. Met de oprichting van de Academische Lerarenopleiding op bachelor niveau is dit voornemen op losse schroeven komen te staan. Het is niet te verwachten dat havo-geslaagden, die immers aansluiting hebben in het pre bachelor jaar, veel animo zullen hebben om zich in te schrijven op de Pedagogische Instituten.

De onderwijsminister Lilian Ferrier wil afgestudeerden van de Academische Lerarenopleiding te werk stellen op de elfjarige basisschool. Dat heeft zij in mei 2019 in het parlement verkondigd. Het is natuurlijk prachtig dat alle leraren minstens een bachelor graad moeten hebben, maar mag worden aangenomen dat er op de elfjarige basisschool uitsluitend vakleerkrachten les zullen geven? En wanneer wordt de elfjarige basisschool operationeel? Bovendien dringt de vraag zich aan ons op wie les zal geven op VOS-niveau (middelbare scholen).  

De lbo is vernieuwd maar er is nog veel onvrede met betrekking tot de structuur en het rendement. IMEAO nieuwe stijl voorziet in een modulair systeem dat niveau-4 studenten aflevert, maar het flankerend beleid is uitgebleven waardoor de beoogde doelen niet gehaald worden.

Symptoombestrijding
Dat niet altijd kernproblemen worden opgelost, blijkt onder andere door de maatregel voor vrije instroom van mulogeslaagden (die niet zijn geslaagd voor de toelatingstoets) in de 3-jarige havo, zonder dat er inhoudelijke veranderingen zijn aangebracht. De verouderde leerboeken en het curriculum blijven gehandhaafd. Je zou verwachten dat er structurele maatregelen genomen worden die daadwerkelijk leiden tot kwaliteitsvol onderwijs. Deze maatregel die in het schooljaar 2019-2020 is doorgevoerd heeft veel weg van symptoombestrijding. Inhoudelijke vernieuwingen worden niet doorgevoerd en dat is een gemiste kans.
Hetzelfde bezwaar geldt voor nieuwe herkansingsmaatregel bij de overgang van havo 4 naar havo 5. De doorstroming naar de examenklas (havo 5) zal enigszins verbeterd worden maar het eindresultaat havo zal niet toenemen, omdat er geen samenhangende maatregelen zijn genomen om de manco’s weg te werken en de kwaliteit van het onderwijs te verhogen. Deze actie is geen vernieuwing; eerder een noodmaatregel die een geïsoleerde oplossing biedt.   

Vernieuwing glo-rekenmethode
Het basisonderwijs wordt vernieuwd (BEIP) maar er is grote inconsistentie en discontinuïteit in de uitvoering. Het is toch onbegrijpelijk dat de nieuwe rekenmethode abrupt eindigt en dat er in leerjaar 6 (klas 4) teruggegrepen wordt naar de oude versie zonder dat er een deugdelijke argumentatie hiervoor is gegeven. Hetzelfde verschijnsel zien wij bij de taalmethode. Deze situatie duurt al ettelijke jaren. Dit is niet in belang van het onderwijs.

Onduidelijke Ontwikkelingsconceptie, geen draagvlak
Om inhoud te geven aan de vraag wat leerlingen moeten kennen en kunnen, zullen wij eerst een algemeen aanvaard strategisch nationaal ontwikkelingsplan moeten hebben. Dat is richtinggevend voor onderwijsinhoudelijke aanpassingen, anders lopen wij de kans dat de vernieuwingen ondoordacht zijn en niet structureel van aard zijn. Het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur beroept zich op de ‘Caricom HRD Strategy Paper 2030’ waaraan de Staatshoofden zich in 2017 gecommitteerd hebben, maar de meeste Surinamers hebben er geen benul van. Zelfs leraren zijn hiervan niet of nauwelijks op de hoogte. Er zullen dus geen gerichte veranderingen optreden in de wijze van lesgeven en de organisatie van het onderwijs.   

De volgende vragen dringen zich aan ons op:
Hoe moet het onderwijs anno 2020 worden ingericht? Zijn leerkrachten daarvoor (in voldoende mate) opgeleid? Kan het ministerie van onderwijs de veranderingsprocessen sturen? 

In de volgende 6 artikelen zullen de vernieuwingsprocessen worden beschouwd.

Ivan Fernald
Advertenties