Reactie op column: Eenheid in Verscheidenheid
24 Feb 2015, 12:00
foto


Op 16 februari j.l. verscheen in Starnieuws de column van Sandew Hira 'Eenheid in Verscheidenheid', waar hij kritiek levert op het gelijknamige artikel van dr. mr. drs. Jnan H. Adhin uit 1957 (zie attachment). In dit artikel vraagt Adhin zich af ‘hoe van de heterogene bevolking één Surinaams volk te maken, zonder dat daarbij gevaarlijke spanningen optreden’. Hoewel Hira toegeeft dat deze vraag niet aan actualiteit heeft verloren, meent hij enkele passages uit het artikel te moeten lichten en er vervolgens een arsenaal aan retoriek uit het door hem aangehangen concept van 'Decolonizing the Mind' op los te laten.

Aangezien het Jnan Adhin Fonds het gedachtegoed van wijlen Jnan Adhin in Suriname uitdraagt, is gemeend uit deze hoofde op voornoemde column te moeten reageren. Adhin schrijft o.a. dat ‘elke groep haar cultuur en traditie behoudt, doch zich opgenomen weet in een gemeenschappelijke eenheidscultuur, die vanzelf Nederlands-westers beïnvloed zal zijn’.
Hira vindt dat deze benadering doordrenkt is van een koloniaal gedachtegoed dat beledigend is voor de gekoloniseerde volkeren van Suriname. Had Hira dan werkelijk verwacht dat de Surinaamse bevolking niet Nederlands-westers
beïnvloed zou blijven? Dat we hier met ons allen zitten is immers een rechtstreeks
gevolg van Nederlands-westers handelingen. Die beïnvloeding blijft, maar gelukkig hebben de diverse bevolkingsgroepen hun eigen cultuur behouden en zijn ze zich daar steeds bewuster van aan het worden. De conclusie van Hira is dus geheel voor zijn rekening.

Wanneer Adhin stelt dat de Inheemsen en Marrons toen in een primitief cultuurstadium leefden zonder ‘hogere sociale en geestelijke cultuuruitingen’ dan beschrijft hij een feitelijke situatie. Het is dus een constatering en geen waardeoordeel, zoals Hira dat wil doen voorkomen. Bovendien vergelijkt Adhin onze Inheemsen in dit verband met de Inca’s en Azteken en niet met westerlingen, zoals Hira suggereert. Adhin stelt juist dat wij niet klakkeloos het Westen (of het Oosten) moeten imiteren, maar tot een synthese moeten zien te komen. Wat Hira verder verzuimt op te merken is dat Adhin ook over de Chinezen, Hindostanen en Javanen opmerkt dat zij niet tot de cultuurdragers van het Oosten behoorden. Hetzelfde gold voor de Boeren. Ook zij waren dus geen dragers van hogere sociale en geestelijke cultuuruitingen.Waarom valt Hira niet hierover?

Kortom, de kijk van Hira is bekrompen en eenzijdig gekleurd, een historicus en
wetenschapper onwaardig. Feitelijke situaties en sociologisch verklaarbare processen lijkt hij alleen te kunnen zien vanuit zijn gekleurde visie. Hira gaat bovendien helemaal voorbij aan de crux van Adhins boodschap, te weten natievorming met respect voor elkaars cultuur. Wanneer hij dus vindt dat Adhin zich denigrerend uitlaat over o.m. de Marrons, dan moet de historicus eraan herinnerd worden dat het Jnan Adhin was die zich, als minister van Justitie & Politie in 1971, ervoor heeft beijverd dat de winti-cultuur werd gelegaliseerd, een feit dat zeer gewaardeerd is door de Marrongemeenschap en door de toenmalige president Venetiaan bij Adhins crematieplechtigheid in 2002 nog expliciet is gememoreerd.

Bestuur Jnan Adhin Fonds
pdf-icon.gif Eenheid_in_Verscheidenheid_-_Jnan_H._Adhin_(1957)_.pdf                
Advertenties