Religie als opium van het volk
31 Dec 2014, 04:00
foto


Naar aanleiding van het lied 'Bullet', wil ik wat inleidende opmerkingen plaatsen bij wat er hier aan de hand is. De situatie in Suriname doet me denken aan de ontwikkelingen in Uganda en ik ben daar ernstig door verontrust. In de vele malen bekroonde documentaire 'God loves Uganda' (2013), wordt stap voor stap uit de doeken gedaan hoe de bevolking systematisch opgezet werd tegen homo’s. Ik volg de ontwikkelingen met betrekking tot homoseksualiteit en homohaat in Afrika vrij nauwgezet. En het belangrijkste wat ik op wil merken is dat het bij de homohaat, die we recent gezien hebben in verschillende delen van Afrika, niet gaat om een spontaan proces van volkswoede, maar dat het geregisseerd en georkestreerd is vanuit christelijk fundamentalistische groepen in het Westen, in samenwerking met invloedrijke godsdienstige en politieke geledingen in Afrika zelf.

Al tien jaar lang, is Uganda het land in Afrika dat uitgekozen is door fundamentalistische christelijke groeperingen, die zgn. het Woord van God verspreiden en daarbij de strijd tegen LGBT’s als speerpunt gekozen hebben. Er wordt verschrikkelijk veel geld gestoken in deze activiteiten, christelijke Scholen en kerken worden opgericht; christelijke Amerikaanse jongeren worden enthousiast gemaakt om enkele jaren in Uganda door te brengen en aan kerstening te doen; mensen op het platteland worden bezocht om het woord van God te leren kennen; plaatselijke predikanten worden ingezet voor het fundamentalistische gedachtegoed. De docu laat zien hoe een van die Ugandese predikanten, de vertegenwoordiger van de Amerikaanse Kerken, een van de rijkste mannen van Uganda geworden is. Stap voor stap zijn ook de geesten rijp gemaakt om de juridische weg te bewandelen, nl. het wetsvoorstel dat homoseksualiteit strafbaar stelt, dat zelfs zo ver gaat dat als er twee of drie homo’s bij elkaar zijn, er al sprake is van propaganda wat natuurlijk ook verboden is. Op het laatste nippertje is aanname van die wet dit afgelopen jaar voorkomen.

We zien de moord op de homo-activist David Kato, de straffeloosheid waarmee dat kon gebeuren; het verdriet van zijn moeder; de woede en de wanhoop van de LGBT- gemeenschap, maar ook hun vastbeslotenheid om door te blijven gaan met hun strijd. Ik heb er diep respect voor. Het is werkelijk een prachtige documentaire en ik hoop dat het lukt om de dvd hiernaartoe te halen, zodat jullie hem ook kunnen zien en hij eventueel ook op tv vertoond kan worden.

Gruwelijke onzin
In de docu zie je ook schuimbekkende Amerikaanse en Ugandese predikanten die homo’s beschimpen en de dood toewensen, zoals ook King Koyeba hier deed. Bij het zien van de documentaire vroeg ik me af: waarom zijn het juist homo’s en lesbo’s die de dupe zijn geworden van deze haatcampagne? Waarom niet – in mijn ogen- veel meer voor de hand liggende groepen als verkrachters, moordenaars, mensenhandelaren, mensen die zich aan corruptie schuldig maken en zich verrijken, kortom mensen die echt schade toebrengen aan de samenleving? In de ogen van die christelijke groeperingen en hun Afrikaanse bondgenoten, brengen LGBT’s echter schade toe aan de samenleving, omdat ze geen reproductieve wensen zouden (kunnen) hebben. Dat is natuurlijk in meerdere opzichten gruwelijke onzin en als het al zo zou zijn, zouden ze bovendien de mensheid daar een dienst mee bewijzen. ik weet niet waarom het juist homo’s en lesbo’s zijn, die “een gruwel in het oog van de heer” zouden zijn. Ik denk wel dat het samenhang in een samenleving schept wanneer er een gemeenschappelijke, interne vijand aangewezen wordt, die relatief machteloos is (zeker niet helemaal), want door de sociale media heeft de Ugandese LGBT- gemeenschap zich van internationale steun verzekerd, waardoor de wet uiteindelijk niet aangenomen is. Tegelijkertijd vraag ik me steeds af: hoe is het mogelijk dat een kerk die naastenliefde hoog in het vaandel zou hebben, zo liefdeloos en wreed met een groep burgers omgaat? Dat blijft een onbegrijpelijke paradox.

Wat is nu het schrijnende aan dit alles? In verschillende Afrikaanse landen (Uganda, Zimbabwe, Kenia) en ook bij groepen in Suriname heeft het idee postgevat dat homoseksualiteit een Westers verschijnsel is; het zou niet Afrikaans zijn en pas bekend zijn geraakt bij Afro-bevolkingen door het Westers imperialisme. Daarom wordt het als een Fremdkorper gezien en zou het dus uit de maatschappij verwijderd moeten worden. Sommigen maken daarbij nog een onderscheid tussen homoseksueel zijn en homoseksualiteit beoefenen, waarbij je aan het eerste niets zou kunnen doen en juist het tweede- de actieve daad- je kwalijk genomen wordt. Waarin mensen wel gelijk hebben is dat homoseksualiteit pas met het kolonialisme strafbaar gesteld werd, in veel voormalige koloniën. Maar dat homoseksualiteit al sinds mensenheugenis voorkwam in niet-westerse maatschappijen is duidelijk.

Door en door Afrikaans
Wat mijn onderzoek heeft laten zien is dat homoseksualiteit door en door Afrikaans is. Mijn boek “The Politics of Passion” (2006) laat zien dat op grond van de bouwstenen die de tot slaaf gemaakten hadden meegenomen uit West Afrika er in Suriname (en ook elders in het Caribisch Gebied en in het Zuiden van de V.S.) een seksuele cultuur kon ontstaan, waarin gelijkgeslachtelijke seksualiteit een grote rol speelde. Ik heb beschreven hoe met name de relaties tussen Creoolse vrouwen, de solidariteit en de onderlinge hulp die zij elkaar boden, hen in staat gesteld hebben te overleven gedurende de vele eeuwen van onderdrukking. Het is dan ook bijzonder zuur te moeten constateren dat zoveel mensen hier hun eigen cultuurgeschiedenis niet kennen en zich laten meeslepen door een globale golf van homohaat.

Er moet geen misverstand over bestaan dat er hier sprake is van een globaal verschijnsel waarin het christelijke fundamentalisme bezig is aan een opmars. Na een aantal decennia in de 60-er en 70-er jaren, waarin, wereldwijd gezien, een ethos gold van progressie, van de ontwikkeling van een “autonoom” subject, van bevrijding van allerlei traditioneel autoritaire structuren, zoals de Kerk, heeft er in veel Westerse landen een snelle ontkerkelijking plaatsgevonden. Het vrij algemeen gevoelde idee was dat mensen wel voor zichzelf uit zouden maken welke rol religie in hun leven zou spelen en op welke wijze ze invulling zouden geven aan een zinvol bestaan en aan hun omgang met anderen. In het licht van die verschrompeling van de Kerk in het Westen, zag de Kerk als wereldinstituut kansen om toch nog invloed uit te oefenen in veel Derde Wereld landen, door mensen aan zich te binden via onderwijs, gezondheidszorg, terreinen waarop lokale overheden niet voldoende hun verantwoordelijkheden nakwamen.

De Kerk, die zoveel terrein verloren had in het Westen, is in veel derde Wereld landen dus aan een opmars begonnen. Een tegengestelde ontwikkeling dus, die we ook in Nederland zien: terwijl de kerken die door witte Nederlanders bezocht werden, ongeveer leeggelopen zijn, zijn die ruimtes opgevuld door migranten, hun nakomelingen en nog een handjevol witte gelovigen. In de Bijlmer waar ik woon, zijn er veel Afrikaanse en Caribische kerken, veelal van Pinkster-gemeentelijke huize. Er zijn goede kanten aan het functioneren van die kerken, zoals het onderlinge hulpverlenen en het wegwijs maken van nieuwkomers in een nieuwe, onbekende samenleving. Tegelijkertijd, heb ik er ook grote vraagtekens bij, want de inhoud van de kerkelijke leer blijft als altijd liefdeloos ten opzichte van dissidenten, van degenen die zich niet met huid en haar overleveren aan het instituut.

Invloed in Suriname
Hoe is de invloed van de Kerk merkbaar in Suriname? Ik ben hier zeker geen expert in, maar wat ik hier zie en hoor is o.a.:

Een geweldige opmars van het Christelijk Fundamentalisme, bv. Volle Evangelie Kerken, Mosterdzaad. Als ik door Paramaribo loop, denk ik vaak: ”meer kerken, van allerlei gezindte, dan huizen”. Dit is niet alleen van de laatste twee decennia: al in de 70-er jaren, kwamen hier christelijke groeperingen als de SIL, Summer Institute of Linguistics, die de Bijbel vertaalde in verschillende inheemse talen; de Peace Corps, waarbij jonge Amerikanen hier een of twee jaar in dorpen in het binnenland doorbrachten. Ik heb het altijd opmerkelijk gevonden dat de overheid zich hier nauwelijks druk om leek te maken, ook in tijden van revolutie niet: het leek wel: “hoe meer zielen, hoe meer vreugd”, terwijl je toch als overheid verantwoordelijkheid draagt voor je bevolking en erop toe zou moeten zien dat de inhoudelijke boodschap van al die kerkelijke genootschappen, die je binnenlaat, strookt met datgene wat zij zelf voor ogen heeft. Nu zie ik Braziliaanse kerken, God mag weten wat voor kerken die hier allemaal hun intrede hebben gedaan en waar niemand, alleen God zelve, zicht op heeft.

Er is nog een ontwikkeling gaande in de Surinaamse samenleving die om aandacht vraagt, en waar weinig hardop over gesproken wordt. Tijdens en na de binnenlandse oorlog, zijn veel Marrons ontworteld geraakt, naar de stad getrokken en degenen die zich over hen ontfermden in hun ellende waren niet de dienaren van de Overheid, maar de dienaren van het Volle Evangelie. De ontwikkelingen die deze fundamentalistische Kerk heeft doorgemaakt – de Agape beweging, Jesus’ students, de bekeringscampanjes- vragen om wetenschappelijk onderzoek, maar nu al kan vastgesteld worden dat er een stevige connectie is ontstaan tussen deze bevolkingsgroep en de Volle Evangelie Kerk, die nu zichtbaar is geworden in de politiek en de populaire cultuur, getuige King Koyeba. Bij de volgende verkiezingen zal die verbinding zich waarschijnlijk nog meer doen gelden. En het is – to put it mildly – niet de meest progressieve of geruststellende combinatie die men zich zou wensen, een combinatie die zich in het hart van de macht in de samenleving genesteld heeft.

Als je hier woont, merk je het niet zo gemakkelijk op, maar mij valt op hoezeer deze samenleving doordrenkt is van religie: Neem als voorbeeld het concert op woensdagavond 17 december bij DSB bank; hoezeer ik ook genoten heb van de muziek, van de 12 optredens waren er 10 christelijk gekleurd en 2 seculier, d.w.z. wereldlijk, o.a. jazz en pop. Dat is opmerkelijk, omdat een bank immers een seculiere instelling is, op het wereldlijke, het stoffelijke, gericht. Als ik geestelijke liederen wil horen, dan ga ik naar de Basiliek, ik verwacht dat niet bij het concert van een bank. Daar hoor ik echter niemand over, dat de godsdienst zo om zich heen gegrepen heeft. Ook de toespraken die avond, o.a. door de directeur van de bank, waren doortrokken van religieuze inhoud: vrede, liefde, respect, hoop zijn sleuteltermen. Mij stuit dat zeer tegen de borst: ik wil zelf uitmaken waar ik heenga om geestelijke voeding te halen en het niet opgedrongen krijgen door een wereldlijk instituut als een bank. Het is in mijn ogen onoprechte volksverlakkerij. Je zou kunnen zeggen dat het meest algemene vertoog om mensen hier aan te spreken een religieus vertoog is, dat echter zo algemeen aanvaard is, zozeer als smeerolie fungeert, dat het niet meer als religieus opgemerkt wordt, maar als algemeen en neutraal.

Bezwaren
Wat is daar schadelijk aan? In de ogen van veel mensen is het juist goed dat de godsdienst een grote maatschappelijke invloed heeft; er zou een positieve werking vanuit gaan. Mijn bezwaren tegen de geïnstitutionaliseerde christelijke Kerken zijn:
i. Zoals Marx en Engels al zeiden: ”religie is opium van het volk”. Ze bedoelden daarmee dat als je je overgeeft aan religie, dat je dan ook je vermogen om zelf na te denken aan de kerk overgedragen hebt: je hoeft niet meer zelf na te denken. In hun tijd ging dat bv. over de klasse ongelijkheid in de samenleving, en in onze tijd gaat het o.a. over de boodschappen die de kerk verspreidt over homo’s. Je legt je daar bij neer, gaat erin mee en doet er nog een schepje bovenop. De kerk is een sterk conserverend instituut, dat in het algemeen gevestigde machten ondersteunt, niet de onderliggende partijen in de samenleving.

Ii. Heilige teksten, of dat nu de Bijbel is of andere heilige boeken, worden letterlijk genomen. Terwijl er niet bij stil gestaan wordt dat die teksten in een bepaalde sociale context, eeuwen geleden, tot stand gekomen zijn, ze door mensen geschreven zijn en ze geen eeuwigheidswaarde hebben. Het stoort me dat er geen kritisch vertoog is ten aanzien van religie: waar zijn de agnosten en de atheïsten in de samenleving? Die ons erop zouden kunnen wijzen dat religie de meest ingrijpende uitvinding van de mens is; niks, Gods woord dat heilig is, God dat zijn wij.

Iii. Wat me ook stoort aan veel christelijke kerken is dat ze de handlangers, zo niet de uitvoerders geweest zijn van veel misdaden tegen de menselijkheid, zoals de slavenhandel en de slavernij en andere vormen van gedwongen arbeid. Hebben we daar al excuses voor gehoord? Dat ze de tot slaaf gemaakten ertoe brachten om zich neer te leggen bij hun lot op aarde, omdat het Koninkrijk der Hemelen immers op hen wachtte?

In plaats van dat de Overheid, die zich in zoveel opzichten als zo flink en daadkrachtig voordoet, kritische eisen aan kerken stelt en wie hier allemaal Gods woord mogen komen verkondigen, gaat zij mee in het algemene christelijke, maar uiteindelijke lege en nietszeggende vertoog van vrede, hoop, en vergevingsgezindheid.

Kortom, met deze gedachten hoop ik u te prikkelen om na te denken over de rol en de wijdverbreidheid van christelijke religie in deze samenleving. Het is ingebed in een breder vraagstuk en dat is de opleiding van de bevolking. Naarmate het onderwijspeil lager is, heeft religie meer vrij spel en het is dus in ons aller belang dat er een kritische, hoog opgeleide bevolking gaat ontstaan.

Prof. dr. Gloria Wekker
Emeritus Hoogleraar gender en etniciteit
Universiteit Utrecht

Met dank aan Laddy van Putten en de leden van het LGBT- Platform.
Advertenties

Saturday 26 November
Friday 25 November
Thursday 24 November