Stem van het volk kan gratie legitimeren
In
het dezer dagen (enigszins verlaat) uit te komen eerste nummer van het
Surinaams Juristen Blad (SJB 2019 no. 1) heeft Dr.Ir.
Viren S. Ajodhia LL.B., een belangwekkende verhandeling geschreven
getiteld: Gratiemogelijkheid binnen het
decemberproces - een rechtsfilosofische beschouwing.
Viren
Ajodhia, hierna ook te noemen de auteur, is in het dagelijks leven gevestigd
als energiedeskundige. Hij beschikt tevens over de bachelorsgraad in de
rechtswetenschappen en is thans bezig zijn masterstudie in deze studierichting
aan de Adekus af te ronden.
Met het
artikel heeft hij zijn licht doen schijnen op een controversieel onderwerp dat
de gemoederen in onze samenleving al decennia bezighoudt. De
mogelijkheid van gratieverlening, indien het tot veroordeling komt van de
hoofdverdachte, wordt door Ajodhia voornamelijk vanuit een rechtsfilosofisch
gezichtspunt belicht. In mindere mate wordt het artikel ook bekeken vanuit het
strafrecht en het strafprocesrecht. Tevens vormt ook de ethiek één van de
hoekstenen van het artikel.
De auteur
bouwt zijn betoog op met een weergave van de historische ontwikkeling van het gratiebegrip, bespreekt vervolgens de rol van gratie binnen de trias politica, en beantwoordt tenslotte de
gratievraag vanuit de perspectieven van legaliteit
en legitimiteit. Hierbij merkt hij op
dat zelfgratie in wezen legaal is, maar de legitimiteit daarvan zeer discutabel
is.
Historisch
gezien had gratie oorspronkelijk het karakter van een door de vorst verleende
persoonlijke gunst. Later ontwikkelde gratie zich als machtsinstrument van de
koning die door gratieverlening onderwerping aan hem kon afdwingen. Of in de
woorden van de Engelse filosoof Jeremy Bentham (1748 – 1832):: “Power of pardon supposes tyranny in the same hand”.
De meningen
onder de rechtsfilosofen over het recht van gratie lopen sterk uiteen. Velen
vinden dat als er sprake is van rechtvaardig recht, gratie niet nodig is.
Montesquieu en Rousseau zagen echter een bescheiden rol voor gratie weggelegd,
omdat de rechter niet onfeilbaar is. In de visie van Bentham heeft gratie nog
steeds een belangrijke rol om waar nodig corrigerend tegen de rechtspraak op te
treden.
Gratie kan
een doorkruising van de leer van de trias
politica inhouden, aangezien de uitvoerende macht met dit instrument het
uitvoeren van een bij rechterlijke uitspraak bepaalde straf kan voorkomen. Het
strafrecht heeft mede als functie de burgers te beschermen tegen ongebreidelde
justitiële en politiële macht en vervult een regulerende functie.
De
rechterlijke macht is belast met het bewaken van de belangrijkste principes
waarop ons strafrecht berust, namelijk primair het legaliteitsbeginsel dat
bepaalt dat een handeling slechts strafbaar is als die vooraf in de wet als zodanig is opgenomen. Hiermee wordt
overheidswillekeur voorkomen. Een ander pilaar van het strafrecht is het schuldbeginsel dat
inhoudt dat niemand kan worden gestraft voor iets dat hem niet kan worden
verweten. Het bewaken van de rechtszekerheidsbeginselen is in een rechtstaat in
handen gesteld van de rechterlijke macht (art. 134 G.W.).
Onder
bepaalde omstandigheden en voorwaarden heeft de uitvoerende macht de
mogelijkheid om een vonnis niet te doen uitvoeren door de veroordeelde gratie
te verlenen. Dit principe is overigens in de wetgeving van alle rechtsstaten opgenomen. Opgemerkt wordt dat het
vonnis zelf in stand blijft en dat dit op het strafblad van de veroordeelde
blijft opgeschreven. Gratie kan pas verleend worden als er al een vonnis is
uitgesproken.
De
gratieregelgeving is opgenomen in art. 109 G.W.:
“De President heeft het recht van gratie van straffen
door rechterlijk vonnis opgelegd. Hij oefent dit recht uit na het advies te
hebben ingewonnen van de rechter, die het vonnis heeft gewezen.”
Legaliteit vs legitimiteit
De
enige verplichting voor de president
bij gratieverlening is dat hij advies inwint bij de rechter die het vonnis
heeft gewezen. Hierbij wordt opgemerkt dat het advies niet bindend is. De
president mag dit dus naast zich neerleggen. De G.W. geeft verder geen gronden
aan waarop gratie mag worden verleend. Dit betekent dat de president op dit
stuk zeer ruime bevoegdheden heeft. Met andere woorden: Gratie is een prerogatief van de
president.
Als het dus
tot een veroordeling mocht komen in het Decemberstrafproces bestaan er dus geen
wettelijke belemmeringen voor gratieverlening. Desondanks verwacht Ajodhia dat
een eventuele gratieverlening veel stof zal doen opwaaien. Volgens hem zit het
probleem van gratie niet in de legaliteit,
maar in de legitimiteit ervan. Het
ontbreken van wettelijke richtlijnen maakt de gratieverlening vatbaar voor
discussie. Legitimiteit heeft te maken met de rechtvaardigheid van een bepaalde
regel of besluit. Het feit dat de president legaal gratie kan verlenen,
betekent nog niet dat zo een gratiebesluit als rechtvaardig
door de gemeenschap wordt ervaren.
De auteur
acht het ook niet uitgesloten dat er legitieme redenen zijn voor
gratieverlening binnen het Decemberstrafproces. Hiervoor doet hij een beroep,
in de eerste plaats op de visie die bekend staat als het retributivisme. De grondlegger van deze
stroming is de Duitse filosoof, Immanuel Kant (1724 – 1804). Het uitgangspunt
is zijn categorisch imperatief, welke
ervan uitgaat dat men alleen die handelingen dient te verrichten waarvan men
kan willen dat ze zouden kunnen worden bevolen door een algemene wet. Als een
handeling in strijd is met het categorisch
imperatief, dan is bestraffing gerechtvaardigd. Binnen het retributivisme is gratie in principe
ondenkbaar. Gratie is slechts bij uitzondering toegestaan. Één van deze
uitzonderingen is een misdrijf begaan tegen de soeverein
zelf. Ajodhia vindt dat het begrip soeverein ruimer moet worden opgevat,
aangezien deze niet alleen de koning (president) behoeft te betreffen, maar ook
het soevereine volk in zijn algemeenheid. Hieruit trekt hij de conclusie dat
gratie in het Decemberproces in beginsel mogelijk is, maar dat die dan door het
soevereine volk en niet door de president moet worden verleend. Een inventieve
invalshoek van de auteur waarbij echter wordt opgemerkt dat deze benadering in
strijd is met de letter van de G.W., daar deze alleen maar spreekt over de
president en niet het soevereine volk (CJ).
Een tweede
(rechts)filosoof op wie de auteur een beroep doet is de Engelsman Jeremy
Bentham, die bekendstaat als de stichter van de utilistische
school. Deze stroming gaat ervan uit dat straf alleen gerechtvaardigd is als de
gevolgen daarvan nuttig zijn. Van nut is sprake als een bepaalde handeling
leidt tot “the greatest happiness for the
greatest number of people”. De functie van de algemene wet volgens
Bentham is om ervoor te zorgen dat slechts die gevallen worden gestraft waar
het leed van straffen het nut overtreft. Volgens Bentham ervaart het volk pain of sympathy als er sprake is van een
situatie waarbij een groot deel van het volk het niet eens is met het
bestraffen van iemand.
Gratie binnen het Decemberstrafproces
Ajodhia
komt tot de conclusie dat zowel bij Kant als Bentham gronden kunnen worden
gevonden die gratie bij het Decemberstrafproces zouden kunnen rechtvaardigen. In beide
gevallen is een cruciale rol toebedeeld aan het volk, hetzij als de vergevende
soeverein (Kant) of als het uiting geven van displeasure (Bentham). Deze twee rollen
komen in wezen op hetzelfde neer:de stem van het volk kan gratie legitimeren!
In
beide gevallen zal het nodig zijn op de één of andere manier de stem van het volk te doen spreken. Ons
staatsbestel biedt hiervoor enkele opties. De eerste is een initiatief binnen
het parlement in de vorm van een motie of een wet. Gelet op de zwaarte van het
onderwerp adviseert de auteur twee andere mogelijkheden: het
houden van een Verenigde
Volksvergadering of een referendum, waarbij hij erop wijst dat in alle gevallen
een besluit van DNA met tenminste twee/derde meerderheid moet worden genomen.
Een op deze wijze verleende gratie acht Ajodhia per definitie legitiem.
Tot slot
brengt Ajodhia naar voren dat in het Decemberstrafproces Suriname zich kan
beroepen op een wereldprimeur. Er zijn geen gevallen bekend waarbij eerder een
regerend staatshoofd berecht wordt. Bij het afsluiten van zijn verhandeling
geeft de auteur te kennen dat met de door hem aangedragen oplossing, bij een
eventueel veroordelend vonnis, voor Suriname een zwarte bladzijde in de
geschiedenis kan worden afgesloten op een aanvaardbare wijze en de blikken
eindelijk gericht kunnen worden op de toekomst en ontwikkeling van de
republiek. Uitdrukkelijk
moet worden vermeld dat het proces nog niet beëindigd is en behalve
veroordeling ook vrijspraak en ontslag van rechtsvervolging tot de mogelijke
uitspraken behoren (CJ).
Carlo
Jadnanansing
Vandaag
-
22:48
CBvS wil burgers beter voorbereiden op digitale financiële toekomst
-
21:24
Derde helft WK 2026: Saudi-Arabië verrast, Uruguay knokt zich terug naar 1-1
-
20:06
Masterclass waarschuwt: olie-inkomsten alleen garanderen geen welvaart
-
18:04
Derde helft WK 2026: België en Egypte niet verder dan een gelijkspel: 1-1
-
16:37
Hoe Pakistan een akkoord tussen de VS en Iran bereikte na meer dan 100 dagen oorlog
-
15:13
Derde helft WK 2026: Spanje loopt averij op tegen Kaapverdië
-
14:39
VES: Geen sprake van echte macro-economische stabiliteit
-
12:45
Derde helft WK 2026: Dag 5, Strijd om punten en verrassingen op het veld
-
10:47
Derde helft WK 2026: Hoe de miljarden van het WK worden verdeeld
-
09:04
Modernisering rechterlijke macht: Wet WIPA, de rechtsstaat tussen retoriek en procedure
-
07:02
G7-leiders zonder China zou een vergissing kunnen zijn
-
05:05
Wisselvallig weer houdt aan: afwisseling van opklaringen en buien
-
03:03
Bronto Somohardjo: Ik blijf mijn grondwettelijke taken uitvoeren
-
01:20
Derde helft WK-2026: Zweden te sterk voor Tunesië en wint met 5-1
-
00:59
Column: Een fragiel begin in een wereld vol onzekerheid
-
00:00
DNA begint aan intensieve begrotingsmarathon; focus op prioriteiten, sociale sector en productie
Gisteren
- Column: Borrelpraat no. 928
- Derde helft WK 2026: Ivoorkust verrast en wint laat van Ecuador in spannend duel
- Boot met zeven opvarenden omgeslagen op Brokopondostuwmeer; iedereen gered (update)
- Derde helft WK 2026: Japan sleept op de valreep een punt uit het vuur tegen Nederland: 2-2
- Wereldbankgroep pompt miljoenen in Caribisch fonds; ook Suriname komt in aanmerking
- Derde helft WK 2026: Routinier Duitsland walst over debutant Curaçao: 7-1
- Bouva ziet kansen voor sterkere economische as tussen Suriname, Guyana en Trinidad
- Derde helft WK 2026: Curaçao schrijft geschiedenis op vierde toernooi-dag
- God Governance: een Bijbels geïnspireerd model; de oplossing
- Derde helft WK 2026: Van straatvoetbal naar het WK
- Muziek brengt licht in Fort Zeelandia
- Rustige start van zondag, later toenemende kans op regenbuien
- Derde helft WK 2026: Australië verrast Turkije en wint met 2-0 in Vancouver
- Waarom daalt de prijs van goud?
- Derde helft WK 2026: Schotland boekt zwaarbevochten overwinning op Haïti
- Jaarplan: internetgebruik groeit, maar 138.000 Surinamers zijn nog altijd offline
Eergisteren
- Derde helft WK 2026: Brazilië en Marokko houden balans in een spektakel
- BOG intensiveert bestrijding chikungunya met bespuitingen in Paramaribo en Wanica
- Derde helft WK 2026: Verrassend gelijkspel in extremis, Qatar redt punt tegen Zwitserland
- Wijnerman na IMF-beoordeling: Stabiliteit bereikt, maar werk is nog niet af
- Suriname: Landsbestuur vraagt samenhang
- Derde helft WK 2026: Brazilië start tegen Marokko op derde toernooidag
- Man beroofd van halsketting na verkeersongeval
- Derde helft WK-2026: De echte winnaar van het WK staat niet op het veld
- Nieuwe leden Tuchtcolleges beëdigd; behandeling tuchtzaken kan worden hervat
- Warm en benauwd weekendweer; later op de dag kans op buien
- Venezuela hekelt Trinidad en Tobago om olielek: milieu- en economische schade dreigt
- President geeft ambassadeurs duidelijke opdracht: Surinaams belang voorop
- Derde helft WK 2026: Amerika walst met 4-1 over Paraguay
- Schenking US$ 3 miljoen Caribisch Ontwikkelingsbank bestemd voor ontwikkelingsprojecten