Column: Openbaarheid en neutraliteit
20 Mar, 09:28
foto
Hans Breeveld


Het parlementslid Edward Belfort vroeg recentelijk in DNA of de Surinaamse regering een brief heeft ontvangen van de regering van de VSA waarin de nadrukkelijke keuze van Suriname voor president Maduro ter discussie wordt gesteld, bekritiseerd of wordt afgewezen.

Openbaarheid
Het antwoord van de minister van Buitenlandse Zaken was dat er geen brief, maar een email is ontvangen van de regering van de VSA. Vanwege het door de minister gegeven antwoord vond het lid Belfort zich genoodzaakt door te vragen. Verbluffend vond ik het dat de voorzitter van DNA tijdens deze gedachtewisseling intervenieerde door erop te wijzen dat de minister voldoende geantwoord had. Heel vreemd, omdat degene die een vraag stelt uiteindelijk bepaalt of de vraag naar tevredenheid is beantwoord. Heeft de voorzitter niet door dat ze met dit optreden het gezag van De Nationale Assemblee verzwakt? Als interventie zou de voorzitter hooguit een samenvatting kunnen geven waaruit zou moeten blijken dat de gestelde vraag volledig en duidelijk s beantwoord.

Beleidvoerders hebben tegenover volksvertegenwoordigers die taak vragen volledig en duidelijk te beantwoorden. Uit de vele voorbeelden van hoe het niet moet kan verwezen worden naar de moeizame wijze waarop – door dezelfde minister - geantwoord werd op de vraag van het DNA-lid Carl Breeveld over hoeveel het opzetten en exploiteren van de ambassade in Parijs de Surinaamse belastingbetaler heeft gekost.

De regering moet beseffen dat het buitenlands beleid van een land geen privéaangelegenheid is van de president of overige leden van de regering. Over het algemeen moet het de regeerders duidelijk zijn dat ze gedurende de 5 jaren dat ze het land mogen besturen, bezig zijn met het uitgeven van de belastinggelden van de Surinaamse bevolking. Het volk heeft er – al dan niet via zijn volksvertegenwoordigers - recht op na te gaan of het – zoals in het geval van Parijs – om verspilling gaat of – in het geval van Venezuela - de situatie van de Surinaamse bevolking mogelijk kan verslechteren.

Wil Suriname niet meer behoren tot de groep van 20 minst transparante landen – zoals door 'World Justice Report' is vastgesteld dan zal de regering zich moeten inspannen klare wijn te schenken.

Trump, als onconventionele president
We hebben vorig jaar een flinke klap gehad door de inbeslagname van een geldzending van 19.5 miljoen euro door de Nederlandse douane. De nieuwe governor van de Centrale bank heeft volmondig toegegeven dat een van de gevolgen daarvan is het tekort aan contante deviezen. Maar we 'praten' niet met Nederland. Als het DNA-lid Belfort het naadje van de kous wil weten, waarover dan ook, dan heeft hij daartoe alle recht. De DNA-voorzitter zou hem daarbij juist moeten ondersteunen.

De wereldgemeenschap kent de huidige president van de VS als een onconventionele president. De man met de botte bijl. Als hij vindt dat hij vanwege het door de Surinaamse regering gevoerde beleid moet besluiten tot het nemen van negatieve maatregelen dan doet hij dat. In weerwil van wat Suriname en andere Staten ervan vinden. Soms zelfs met het ter zijde leggen van internationale verdragen. De wereld mag het optreden van de president van de VSA dan veroordelen, maar het Surinaamse volk zal daaronder lijden. En zoals altijd, zal het volk meer lijden dan de (politiek)-elite. Waakzaamheid van volksvertegenwoordigers voor het door de regering gevoerde beleid is dus geboden.

Mocht de president van de VSA in het onderhavige schrijven onoorbare voorstellen hebben gedaan dan zou de regering er goed aan doen ook bij de oppositie steun te zoeken, om - als collectiviteit - een eventuele bedreiging het hoofd te bieden.

Neutraliteit
Bij politieke conflicten is geen enkele onafhankelijke staat gedwongen partij te kiezen tussen rivaliserende partijen. Egypte onder Gamal Abdel Nasser is daar een goed voorbeeld van, terwijl ook de rol die Zwitserland in de Tweede Wereldoorlog heeft gespeeld genoemd mag worden. Als lid van de Niet gebonden landen (NAM) zou onze regering toch de lessen van onder andere Josip Broz 'Tito' van Joegoslavië ter harte moeten nemen.

Als we weten dat Maduro het gekozen parlement buiten spel heeft gezet. Als miljoenen Venezolanen het potentieel rijkste land van Latijns-Amerika verlaten hebben om op miserabele wijze elders in Latijns-Amerika te overleven, dan is terughoudendheid geboden.

We hebben geen Tito, Egypte onder Nasser of Zwitserland nodig. Een oude Surinaamse zegswijze leert ons: “No go bay feti”. Deze zegswijze zou voldoende moeten zijn om tot inkeer te komen. Het is niet te hopen dat wij uiteindelijk zullen moeten concluderen: “Wat baten kaars en bril als de uil niet zien en lezen wil”.

Hans Breeveld