Column: Zo kan het ook
11 Apr 2016, 13:31
foto


Vorig jaar december heeft Robby Amain een prachtig artikel geschreven in
Starnieuws onder de titel Ben ik een prominent? Hij opent met: “In ben Kaikoesi, oorspronkelijke bewoner van dit land. En ik heb gestreden tegen de heerschappij van de blanken.” Dan stelt hij een vraag die steeds terugkomt: “Ben ik een prominent?” Vervolgens noemt hij enkele slachtoffers van geweld door de hele geschiedenis van Suriname en stelt steeds dezelfde vraag: “Ben ik een prominent?” Hij noemt Baron, Tetary, Anton de Kom, Doedel, Abaisa, Moi Wana, de militairen die gesneuveld zijn in de Binnenlandse Oorlog samen met de leden van het Jungle Commando.

We kunnen eraan toevoegen: de politie-agenten die omgekomen zijn in de line of duty en de burgers die gestorven zijn tijdens de Binnenlandse Oorlog. Waarom stelt hij steeds die vraag? Omdat het gaat om arme mensen voor wie niemand is opgekomen, en die geen gezicht en geen stem hebben. Hij schrijft: ”Genoeg! waar praten jullie over? Jullie zijn geen: advocaat, dokter, professor, ondernemer of journalist. Maar gewone burgers die gevochten hebben voor de totale samenleving. Je leven en bloed hebben gegeven voor lotsverbetering en voor een beter Suriname. De samenleving is jullie al lang vergeten. Niet eens jullie sterfdag is bij hun bekend.” En dat zet hij af tegenover wie prominent genoemd wordt: ”Wie zijn jullie dan, de prominenten? Wij die op 8 december 1982 zijn vermoord. Wij zijn de prominenten!” Elk jaar wordt hun leed herdacht en gepresenteerd als uniek. Nationale en internationale organisaties en media worden gemobiliseerd om dat unieke leed naar voren te brengen. Al die jaren is het leed van andere, “niet prominente”, Surinamers verzwegen en naar de achtergrond geduwd.

Het Comité Slachtoffers en Nabestaanden van Politiek Geweld onder voorzitterschap van Humphry Jeroe is een comité dat streeft naar erkenning van het leed van alle slachtoffers en nabestaanden van politiek geweld sinds 1975. Het is onlangs opgericht en functioneert onder moeilijke omstandigheden. Een vergadering die mensen uit diverse delen van het land moet halen kost geld. Er zijn geen rijke donateurs die dat financieren. De mensen moeten offers brengen om hun leed erkend te krijgen.

Een onderdeel van die erkenning is de organisatie van een Dag van Nationale Rouw op 30 juni, waarin alle slachtoffers van politiek geweld na en vóór 1975 worden herdacht. Het Comité wil dit als een traditie opbouwen. Het wil klein beginnen met een rouwbijeenkomst van de slachtoffers en familieleden van nabestaanden van politiek geweld, en mensen die hun sympathie willen betuigen. Het Comité wil op 30 juni aan het eind van de middag een rouwceremonie houden waarin o.a. namen worden voorgelezen van mensen die omgekomen zijn sinds 1975 (inclusief de slachtoffers van 8 december) en een selectie van namen van mensen die omgekomen zijn tijdens het verzet tegen het kolonialisme.

Je zou zeggen dat geen enkele Surinamer hier een probleem mee zou moeten hebben. Dat blijkt niet zo te zijn. Vanuit het Comité had ik Henri Behr een privé-mail gestuurd met het verzoek om mee te werken. Hij gebruikte de privé-mail om publiekelijk kritiek te uiten op het initiatief en uit te leggen waarom hij er niet aan wilde meewerken. Hij had er geen rekening mee gehouden dat ik als antwoord zijn eigen verleden zou blootleggen, waarin hij pleitte om de rechtszaak van 8 december stop te zetten en een traject van verzoening en dialoog in te gaan. Zijn hele imago van integer en betrouwbaar, die hij voor zichzelf had opgebouwd, had hij daarmee in één klap kapot gemaakt.

Onlangs kwam kritiek op het initiatief vanuit een heel onverwachte hoek. Stuart Rahan publiceerde op de website van de Ware Tijd 3 april een tendentieus artikel met de kop: Platform Slavernijverleden furieus op Comité Jeroe. Waarom is het tendentieus? Het was er op gericht om relletjes te creëren door te doen voorkomen alsof er een campagne was opgezet door Barryl Biekman van het Platform Slavernijverleden tegen de Dag van Nationale Rouw.
De werkelijkheid is anders. Biekman heeft op 2 april door mijn tussenkomst contact gezocht met het Comité en heeft een nette brief geschreven met een duidelijke vraag: “Wat is de ratio geweest voor de keuze van 30 juni?”
Het Comité heeft vervolgens op 5 april een zakelijk antwoord gestuurd en de redenen uiteengezet.

Biekman heeft vervolgens op 8 april een keurige reactie teruggestuurd ter afsluiting van de correspondentie. Daarin betuigt ze haar respect voor het initiatief en bedankt ze het Comité voor de uitleg. Niks furieus. Niks campagne. Gewoon een beschaafde communicatie tussen beschaafde mensen waarin verduidelijking wordt gevraagd en gegeven en men over en weer elkaar met respect behandelt. Zo kan het ook.

Sandew Hira