Trainingsautoriteit moet beroepsonderwijs standaardiseren
22 Feb 2014, 12:00
foto
Minister Ashwin Adhin met de werkgroep Suriname National Training Authority (Foto: Minov)


Het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov) wil in Suriname de in het Caribisch Gebied reeds gebruikte methode Technical Vocational Education and Training (TVET) voor beroepsonderwijs introduceren. Het nieuwe beroepsonderwijs moet afgestemd zijn op de vraag van het bedrijfsleven en de overheid. De standaarden voor deze methodiek worden periodiek bijgesteld voor iedere sector en bepaald door de werkgevers in de betreffende sector.

Een door minister Ashwin Adhin ingestelde werkgroep Suriname National Training Authority, moet het voorwerk doen voor het oprichten van een nationale trainingsautoriteit (SNTA). Deze moet erop toezien dat de standaarden van het onderwijs voldoen aan internationale standaarden. De SNTA zal dan in staat zijn certificaten te verstrekken of te laten verstrekken door de scholen en trainingsinstituten die nationaal, regionaal en internationale erkenning genieten. Deze zijn de zogenoemde Caribbean Vocational Qualifications, CVQ.

Capaciteitsversterking
De houders van CVQ certificaten kunnen volgens de regels van de Caricom Single Market and Economy (CSME), een arbeidsplaats bemachtigen binnen de CSME. Men noemt derhalve de CVQ’s, bewijzen van portable skills, licht de voorlichting van Minov toe.

Robert Gregory, die heeft gewerkt aan het opzetten van de huidige NTA van Jamaica is in het kader van capaciteitsversterking bij de Werkgroep SNTA op bezoek geweest. Hij stelt dat slechts een zeer goed opgeleide en gedisciplineerde workforce kan leiden tot duurzame economische groei en sociale zekerheid voor alle burgers.

De werkgroep zal binnenkort een communicatieplan uitvoeren, in lijn met het advies van Gregory. “Alle stakeholders in de gemeenschap, met name ook de ouders en de jongeren en ouderen, die opgeleid en getraind wensen te worden, moeten voldoende geïnformeerd worden over de bestaande plannen en de uitvoering daarvan en wat uiteindelijk de consequenties zullen zijn”, geeft hij aan.