Column: Principes, opportunisme en moraal
11 Jun 2012, 08:00
foto


Een aantal weken geleden heb ik een column geschreven over een nieuwe invulling van www. Fort Zeelandia. Ik heb voorgesteld om van Fort Zeelandia een mausoleum te maken waarin de pijn en het verdriet van 400 jaar onderdrukking, vernedering en moorden worden samengebracht. In dat mausoleum horen de Decembermoorden een volwaardige plaats te krijgen en verbonden te worden met de pijn en het verdriet van de afgelopen eeuwen. Dit voorstel is een reactie op een plan vanuit de regering om Fort Zeelandia terug te brengen in “de schoot van het beleidscentrum”.

Naar aanleiding van de column kreeg ik reacties van twee mensen die nauw betrokken zijn bij dit plan: Eugene van der San en Paul Middellijn.
Van der San prees me in Starnieuws de hemel in, zag het voorstel als een eye-opener en overwoog mij te betrekken bij de nieuwe invulling van het Fort Zeelandia.
Paul Middellijn vroeg me op Facebook om zitting te nemen in de commissie voor de invulling van Fort Zeelandia. Toen ik voorstelde om Armand Zunder te vragen, schreef hij: “Je bent toch niet bang vanwege de herrie die is ontstaan?”

Alsjeblieft zeg, zo kijkt Middellijn kennelijk naar me. Als een opportunist, die met zo’n vraag onder druk moet worden gezet. Als ik niet in de commissie wil, dan ben ik bang. Waarvoor? Om geassocieerd te worden met de NDP.

Beste Paul, mijn keuzen in het leven worden niet ingegeven door angst, maar door morele principes ongeacht de associaties die wie dan ook wil leggen als gevolg van mijn keuzen. In de meest gevoelige discussies over de Decembermoorden zijn het die principes die bepalen waar ik sta.

En vanuit die principes wil ik aan Van der San en Middellijn de volgende cruciale vraag stellen: Vinden jullie dat Fort Zeelandia moet worden omgebouwd tot een mausoleum waarin ook de Decembermoorden – waar Bouterse, de president, de verantwoordelijkheid voor draagt – een volwaardige plek moet krijgen?
Op die vraag is tot nu toe geen duidelijk antwoord gekomen.

Ik heb ook een antwoord op de vraag of ik zitting wil nemen in de commissie.
Het antwoord is eenvoudig. Geef mij eerst de contouren van de invulling van Fort Zeelandia. Die leg ik naast mijn opvattingen. En daaruit volgt dan het besluit of ik wel of niet inga op die uitnodiging.
De opvattingen van het beleidscentrum over Fort Zeelandia zijn niet duidelijk. Mijn opvattingen zijn die wel. Die zal ik hier geven.

Het eerste punt is het concept.
Het complex van Fort Zeelandia moet worden ingericht als een mausoleum voor alle vermoorde mensen in Suriname dus inclusief de moorden van 8 December. Een mausoleum is een plek waar doden worden herdacht. De doden zouden niet beperkt moeten worden tot de mensen die in Fort Zeelandia zijn vermoord, maar de mensen die op het grondgebied van Suriname zijn vermoord vanuit politieke overwegingen. Het gaat dus niet om ordinaire roofmoord of moord vanwege relatieproblemen e.d. Tijdens het kolonialisme zijn veel mensen vooral op de plantages vermoord. Ook de nagedachtenis van die mensen moeten een plek krijgen in het mausoleum, net als de mensen die op 8 December of tijdens de Binnenlandse oorlog zijn vermoord.
De kern van dit besluit heeft dus twee dimensies: de inrichting van het complex als een plek om doden te herdenken en het opheffen van de geografische beperking (niet alleen de mensen die in Fort Zeelandia zijn vermoord).

Het tweede punt betreft de lijst van namen van de doden en de daders. Veel doden en moordenaars zijn anoniem gebleven, maar er zijn in de archieven tal van verhalen met concrete namen van de daders en de mensen die vermoord zijn tijdens het kolonialisme. Een van de eerste moorden werd gepleegd in 1613. De dader heette Stoffel Alberts. Het verhaal van die moord is vastgelegd door een schipper Jan Jacob Bens die een handelspost had in Suriname. Bens vertelt: “Op een kwade dag nam Stoffel Alberts zonder enige reden een geweer in zijn hand die met hagel geladen was. Op een stoel zat een jonge Indiaan, die als tolk werkte voor de handelspost. Hij schoot zomaar op de jongeman die dood viel. Dezelfde Stoffel Alberts heeft twee jaar later met zijn neef Jeuriaen en ene Claes de Fries onnodig een Indiaanse vrouw en later een Indiaanse jongen vermoord.”
We weten niet wie die inheemsen waren die door Alberts zijn vermoord. We kennen hun namen niet. We weten niets over hun familie. Maar we weten wel hoe die familie gereageerd zou hebben: met ongeloof en veel verdriet.

Overigens zijn ook arme blanken vermoord in Suriname als gevolg van onderdrukking en uitbuiting. In 1688 kwamen arme soldaten in opstand tegen de barbaar Van Sommelsdijck. Die opstand werd in bloed gesmoord. Elf mensen werden geëxecuteerd in Fort Zeelandia, waaronder de leider Thomas Swartsenbolt.
In veel studies over slavernij zijn namen vastgelegd van mensen die vermoord zijn. Ik schat dat het om honderden, en waarschijnlijk duizenden, namen gaat die in de archieven zijn opgeborgen. Frank Dragtenstein en Eric Jagdew hebben uitstekende en gedetailleerde studies verricht over slavernij waarin een aantal van deze namen te vinden zijn met hun verhaal. Bhagwanbali heeft de lijst van namen en de individuele verhalen verzameld van de mensen die tijdens contractarbeid zijn vermoord.
Het is een kwestie van het verzamelen van die namen en hun verhalen en dat opnemen in het mausoleum. Onze historici kunnen daarin een belangrijke rol spelen.
In mijn optiek staat het buiten kijf dat de namen van de daders en de slachtoffers van de Decembermoorden meegenomen moeten worden in het mausoleum.

Het derde punt is de grote lijn achter de individuele verhalen. Het verhaal van het overgrote deel van het Surinaamse volk in de afgelopen eeuwen was het streven naar een menswaardig bestaan; een bestaan met economische zekerheid en met sociale en politieke vrijheid. Het mausoleum vertelt hoe dat bestaan steeds onder druk is komen te staan en hoe de mensenrechten systematisch vertrapt werden. Politieke moorden zijn een instrument om mensenrechten te beperken. Kolonialisme was een systematische vertrapping van mensenrechten met als doel economisch gewin voor particuliere bedrijven uit Europa. Aan deze misdaad hebben veel bedrijven geld verdiend, waaronder bedrijven waarin het Nederlandse koningshuis aandelen had.
Het verhaal van de Decembermoorden is een complex verhaal dat elementen bevat van een reactie op buitenlandse krachten die zich na 1980 in Suriname manifesteerden en een militaire mentaliteit van een volledig gebrek aan respect voor mensenrechten. Een beschaafde reactie op de buitenlandse inmenging zou zijn geweest om mensen die verdacht worden van coupplannen voor het gerecht te brengen. Daar zouden ze het recht hebben om hun onschuld te bewijzen. Een onbeschaafde reactie is ze standrechtelijk te executeren.
Dit is het verhaal over de Decembermoorden dat volgens mij in een mausoleum thuis hoort.

Ten vierde, de sfeer van het mausoleum. Het complex van Fort Zeelandia zou volledig ingericht moeten worden als een plek om doden te herdenken. Die sfeer van het complex moet in die geest ingericht worden. D.w.z. dat je elementen van dodenherdenking uit alle culturen en godsdiensten moet gebruiken om het complex als zodanig in te richten. Denk bijvoorbeeld aan:
- De mogelijkheid voor mensen om iets tasbaar te doen in het kader van dodenherdenking (kaarsen of dia’s aan te steken).
- De mogelijkheid om in stilte te gedenken (ruimte om te bidden e.d.).
- De sfeer van dodenherdenking (religieuze muziek etc).

Daardoor weet je dat, als je het complex ingaat, je niet een festivalruimte binnenstapt.

Het mausoleum wordt een soort Nationaal Historisch Museum waarin het verhaal van het Surinaamse volk verteld wordt vanuit het oogpunt van een strijd voor een menswaardig bestaan dat begon met een misdaad tegen de menselijkheid en doortrokken is van pijn en verdriet. Toch hebben onze voorouders binnen dat systeem ook nog hun menswaardigheid weten te behouden door strijd.

Het mausoleum zou een plek moeten zijn die door iedere Surinamer (ook uit de diaspora) minstens één keer in zijn of haar leven bezocht zal moeten worden. Scholen zouden verplicht moeten worden om één keer tijdens het schoolleven van de kinderen een bezoek te brengen aan het mausoleum. Het mausoleum moet de plek zijn waar alle toeristen kennis kunnen nemen van de geschiedenis van het volk van Suriname. Je hebt grote kans dan de inkomsten de kosten ook nog eens zouden kunnen dekken.

Dit is het kader van waaruit ik zou willen meewerken aan de herinrichting van Fort Zeelandia als een mausoleum. Op mijn beurt stel ik niet alleen de algemene vraag: wat is het kader van de invulling van Fort Zeelandia, maar concreet: hoe zien jullie de plaats van de Decembermoorden in het mausoleum? In de maatschappelijke commotie die is ontstaan over een nieuwe bestemming van Fort Zeelandia waren er krachten die morele argumenten rond de Decembermoorden gebruikten om politieke punten te scoren. De vraag is nu of het beleidscentrum politieke argumenten gebruikt om een morele benadering van de Decembermoorden terzijde te schuiven.

Als de reactie van de initiatiefnemers op deze column bekend zijn, dan kan iedereen beoordelen of ik en andere spelers in de discussie handelen uit opportunisme of principes en moraal.

Sandew Hira

Sunday 18 August
Saturday 17 August
Friday 16 August