Hoewel Suriname over voldoende verwerkingscapaciteit beschikt om de nationale rondhoutproductie lokaal te verwerken, wordt nog altijd meer dan de helft van het rondhout onbewerkt geëxporteerd. Uit een afstudeeronderzoek aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname blijkt dat structurele knelpunten binnen de zagerij-industrie een verdere verwerking van hout in eigen land belemmeren.

Sharvan Jagernath behaalde vrijdag zijn Bachelor of Science aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS). Hij studeerde af aan de Faculteit der Technologische Wetenschappen, studierichting Agrarische Productie, afstudeerrichting Bosbouw.

Zijn onderzoek, getiteld Onderzoek naar de beperkingen binnen de zagerij-industrie voor uitfasering van de rondhoutexport, richtte zich op de identificatie van de voornaamste knelpunten in de houtverwerking bij lokale zagerijen, die een volledige verwerking van de nationale rondhoutproductie belemmeren.

De aanleiding voor het onderzoek was een studie van de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) uit 2022, waaruit bleek dat Suriname beschikt over een geïnstalleerde verwerkingscapaciteit die ruim voldoende is om het totale aanbod aan rondhout lokaal te verwerken. Desondanks wordt nog altijd meer dan de helft van de rondhoutproductie als onbewerkt rondhout geëxporteerd.

Het onderzoek bestond uit een literatuurstudie, een enquête onder zagerijen in de districten Paramaribo, Para en Wanica en interviews met vertegenwoordigers van zagerijen, exporteurs en de afdeling Plantenbescherming en Kwaliteitskeuring van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij. Zagerijen die slechts beschikten over één mobiele zaaginstallatie werden van het onderzoek uitgesloten. Tijdens de dataverzameling bleek bovendien dat enkele zagerijen die in het SBB-onderzoek uit 2022 waren opgenomen, inmiddels hun activiteiten hadden beëindigd. Hierdoor bestond de uiteindelijke onderzoekspopulatie uit 35 zagerijen.

Uit de resultaten blijkt dat zagerijen kampen met structurele beperkingen die leiden tot onderbenutting van de beschikbare verwerkingscapaciteit. Belangrijke knelpunten zijn een tekort aan kennis over houtsoorten en verwerkingstechnieken, onvoldoende benutting van houtresiduen, verouderde technologie, beperkte mogelijkheden voor secundaire houtverwerking, een tekort aan gespecialiseerd personeel en onvoldoende opslag- en droogfaciliteiten. Deze factoren leiden tot productieverliezen en een lage benutting van het beschikbare rondhout.

Daarnaast vormen een mismatch tussen de geproduceerde afmetingen en de vraag op de exportmarkt, de voorkeur van zagerijen voor een beperkt aantal houtsoorten, de beperkte toepassing van de voor export vereiste overmaat en een gebrek aan uniforme maatvoering belangrijke belemmeringen voor de toegang tot internationale markten.

Ook externe factoren verzwakken de sector. Zo worden een onbetrouwbare energievoorziening, hoge energie- en brandstofkosten, logistieke uitdagingen en een inconsistente aanvoer van kwalitatief rondhout als belangrijke knelpunten genoemd. Daarnaast dragen illegale praktijken, gebrekkige dienstverlening en het ontbreken van stimulerend beleid volgens het onderzoek bij aan een ongunstig ondernemersklimaat voor de zagerij-industrie. Hierdoor blijft de potentie van de sector, ondanks de rijke bosbestanden en de ruime verwerkingscapaciteit, grotendeels onbenut.

Uit het onderzoek blijkt verder dat investeringen in de energie-infrastructuur, een duurzame benutting van houtresiduen, het identificeren van nieuwe afzetmarkten, de promotie van minder bekende houtsoorten, trainingen in de verwerking van minder geprefereerde houtsoorten en verbetering van de infrastructuur essentieel zijn om de zagerij-industrie te versterken.

Daarnaast wordt gewezen op het belang van een strikte naleving van wet- en regelgeving om toegang te behouden tot de markt van de Europese Unie. Ook wordt aanbevolen de certificering van houtconcessies verder te stimuleren om toegang te krijgen tot markten waar certificering een vereiste is. Verder pleit de onderzoeker voor een aanpak van de arbeidsproblematiek in de sector en voor meer overheidssteun, onder meer via belastingvoordelen en een verbeterd concessiebeleid.

Volgens Jagernath kan de Surinaamse zagerij-industrie haar potentieel pas volledig benutten wanneer de structurele knelpunten worden aangepakt, zagerijen zich nadrukkelijker richten op exportgerichte productie en de overheid een stimulerend en consistent beleid voert.

De beoordelingscommissie bestond uit Maureen Playfair, MSc (faculteits- en praktijkbeoordelaar), dr. R. Matai (externe beoordelaar) en prof. L. Ori (voorzitter van de beoordelingscommissie).