Ramon Abrahams, bewust in het zwart gestoken. (Foto's: René Gompers)
Ramon Abrahams, ondervoorzitter van de NDP en strijder van het eerste uur, was vannacht de tweede en tevens laatste spreker tijdens de herdenking van 25 februari 1980. In een emotionele toespraak stond hij stil bij de betekenis van de revolutie, de huidige politieke uitdagingen en riep hij president Jennifer Simons op om zonder aanziens des persoons hard op te treden tegen een ieder die de doelen van 25 februari beschaamt.

Abrahams begon zijn toespraak met de mededeling dat NDP-voorzitter en president Jennifer Simons wegens staatsverplichtingen niet persoonlijk aanwezig kon zijn, maar wel een boodschap had ingesproken. Hij sprak zijn waardering uit voor Assembleevoorzitter tevens ondervoorzitter van de NDP Ashwin Adhin, die voor hem het woord had gevoerd. "Hij is het schoon voorbeeld van hoe de idealen van de revolutie zijn geïntegreerd.", zei Abrahams.  

Derde herdenking zonder Bouterse

Dit is de derde herdenking zonder wijlen Desi Bouterse, stelde Abrahams. Hij gaf aan dat het gemis nog steeds voelbaar is binnen de beweging. Tegelijkertijd stelde hij dat Bouterse trots zou zijn geweest op het feit dat de NDP de verkiezingen heeft gewonnen en opnieuw de leiding van het land draagt.


Abrahams blikte terug op wat hij omschreef als een turbulente periode sinds de regeringsvorming, waarbij volgens hem bestuurlijke verzwakking en 'ravage' uit de periode 2020–2025 moesten worden aangepakt. Ook sprak hij over verrassende verwikkelingen die, naar zijn zeggen, de beloningsstructuur in het land hebben ontwricht.

Waarschuwing aan partijgenoten

Abrahams richtte zich nadrukkelijk tot partijgenoten en waarschuwde hen om zich niet te laten meeslepen in discussies op sociale media. Volgens hem worden NDP’ers tegen elkaar opgezet door groepen die in 2025 de macht hebben verloren. Hij riep NDP’ers op alert te blijven, geen stof tot kritiek te geven en het vertrouwen van het volk niet te beschamen. “Je draagt een zware verantwoordelijkheid en je wordt bij voorbaat onder een vergrootglas gezet omdat je een NDP-voordracht bent,” stelde hij.

Interne partijkwesties, zo gaf Abrahams aan, zullen binnen de structuren van de partij worden besproken. Daartoe zijn er volgens de statuten en het huishoudelijk reglement genoeg mogelijkheden. Hierover worden gesprekken gevoerd met partijvoorzitter tevens president. 


Oproep tot discipline en voortzetting van het proces
Abrahams benadrukte dat de revolutie volgens hem een proces is dat moet worden voortgezet door de nieuwe generatie. Hij verwees naar offers die in de afgelopen decennia zijn gebracht en stelde dat de idealen van 1980 nog steeds richtinggevend zijn.

Hij riep op tot rust binnen de partij en het land en sprak de wens uit dat de regering onder leiding van president Simons gesteund, maar ook kritisch begeleid wordt.

Appèl aan de president
Het meest nadrukkelijke moment in zijn toespraak was zijn rechtstreekse oproep aan het staatshoofd. Abrahams zei: “President van de Republiek Suriname, ik roep u op om zonder aanziens des persoons hard op te treden tegen diegenen die het proces en de idealen van 25 februari beschamen.” Hij herhaalde deze oproep en benadrukte dat niemand, ongeacht positie of achtergrond, boven de idealen van de revolutie mag staan.

Abrahams sloot af met de woorden dat 25 februari niet uit de geschiedenis van Suriname kan worden weggedacht en dat de NDP de verantwoordelijkheid draagt om bij te dragen aan een verder ontwikkeld Suriname, met respect voor de erfenis van de revolutie. Hij benadrukte dat 25 februari een vrije dag moet zijn, zoals eerder het geval was. Hij voerde aan dat de NDP niet zou bestaan zonder 25 februari 1980. Ook mogen de offers die zijn gebracht nooit worden vergeten. Hij noemde expliciet "de kameraden die in detentie zijn". Het gaat om Ernst Gefferie, Stephanus Dendoe en Benny Brondenstein.