Het artikel op Starnieuws dat de procureur-generaal (pg) meer dan SRD 1 miljoen netto per maand verdient, is geen gerucht, geen verkeerde interpretatie, maar een keiharde waarheid. Het is het voorspelbare resultaat van wetgeving die bewust zo is geconstrueerd. De Wet Rechtspositie Rechterlijke Macht is geen oude wet of erfenis uit het verre verleden. Deze initiatiefwet van Asis Gajadien (VHP) en Geneviévre Jordan (ABOP) is aangenomen in november 2024 onder president Chan Santokhi. Dat feit mag niet worden weggemoffeld.

Deze wet bepaalt dat de basisbezoldiging van leden van de rechterlijke macht. De bezoldiging van de pg is aan 95% van die van de president. Dat wordt gepresenteerd als een bovengrens. In werkelijkheid is het een fundament waarop verder, grof en in rap tempo wordt gebouwd.
Het sleutelbegrip is “bezoldiging”. Dit begrip betekent een verzameling van salaris, toelagen en vergoedingen. Alsof dat nog niet genoeg is, kent artikel 31 van de wet jaarlijkse periodieken van 5%. Niet gebaseerd op het aantal jaren in de huidige topfunctie, maar op het totaal aantal dienstjaren binnen de rechterlijke macht.

Met andere woorden: in het geval van de pg, die nu zes jaar deze functie bekleedt maar al ruim veertig jaar bij de rechterlijke macht zit, krijgt zij geen verhoging over zes jaar, maar over de zes én alle tientallen jaren. Als reden wordt in de wet aangegeven dat dit is om te voorkomen dat er een scheefgroei ontstaat in bestaande verhoudingen, alsook dat er geen recht wordt gedaan aan het principe van waardering van ervaringsjaren.

Maar dit kan onmogelijk een waardering van ervaring worden genoemd. Dit is een exponentiële vermenigvuldiging. Daarbovenop komen onbelaste toelagen die in sommige gevallen kunnen oplopen tot 150 tot 170 procent van de basisbezoldiging. Zo ontstaat een systeem waarin iemand juridisch gezien onder de 95%-norm blijft, maar in werkelijkheid ver daarboven uitkomt.

Dat is geen toeval, maar een bewust ontwerp in deze wet.

Dezelfde regering en hetzelfde parlement die burgers opriepen offers te brengen, die subsidies afbouwden, die belastingen verhoogden en die spraken over “zware tijden”, hebben tegelijkertijd een wet aangenomen die een kleine groep structureel beschermt tegen diezelfde zware tijden. Dit is geen hervorming, maar hypocrisie.

Ja, rechters moeten goed worden betaald. Ja, onafhankelijke rechtspraak is essentieel. Maar onafhankelijkheid betekent niet dat men zich mag loskoppelen van de economische realiteit van het land. In een samenleving waar verpleegkundigen en leerkrachten nauwelijks rondkomen, om niet te spreken van sparen, en waar gepensioneerden letterlijk verarmen, is deze juridische constructie — hoe verdedigbaar ook — onacceptabel. Een miljoenensalaris aan de top van de publieke sector, en wel bij de rechterlijke macht, is geen teken van beschaving. Het is een teken van morele ontsporing.

Het maatschappelijk gewicht van dit geval doet enorm pijn. Omdat wetten geen wiskundige puzzels behoren te zijn. Wetten zijn maatschappelijke afspraken in een geordende samenleving. Zodra een wet juridisch klopt maar maatschappelijk onverteerbaar is, heeft de wetgever gefaald. Wie vandaag doet alsof het probleem niet bestaat, zoals nu wordt beweerd, verdedigt niet de rechtsstaat. Hij verdedigt privileges.

Assembleelid Poetini Atompai (NPS) heeft in De Nationale Assemblee kritische vragen gesteld over de beloningsstructuur binnen de rechterlijke macht en de kosten daarvan voor de staatskas. Hij eist van de regering volledige openheid over deze kwestie. Terecht stelt hij dat dit vragen oproept over proportionaliteit, redelijkheid en de verantwoordingsplicht van de regering tegenover het parlement.

Hoe gemakkelijk is het niet om in de wet te bepalen dat het salaris van de president van het land het absolute maximum behoort te zijn, zoals bij de Nederlandse Balkenende-norm (Balkenende is voormalig minister-president van Nederland). Zo’n maatschappelijke afspraak laat geen ruimte voor wetgevers voor creatieve constructies.

We hebben als samenleving geen behoefte aan slimmere rekensommen verborgen in een wet die, met alle recht gesproken, nu ook een politiek karakter krijgt. Waar we behoefte aan hebben, is rechtvaardigheid.

Deze wet moet als de bliksem worden herzien. We moeten met name, te beginnen bij de rechterlijke macht, voorkomen dat een rechtsstaat die moreel ontspoort juridisch misschien wel standhoudt, maar het vertrouwen van het volk in de rechterlijke macht volledig laat plaatsmaken voor woede, ongeloof en wantrouwen.

Wilfred Leeuwin