Mede-initiatiefnemer, Assembleelid Steven Reyme
Assembleelid Steven Reyme (A20) heeft vrijdag in De Nationale Assemblee uitgebreid uiteengezet waarom het pakket initiatiefwetten over de hervorming van de rechterlijke macht volgens hem noodzakelijk en onuitstelbaar is. Reyme is een van de initiatiefnemers van de wetsvoorstellen, die raken aan de kern van de Surinaamse rechtsstaat.

Volgens Reyme gaat het wetsinitiatief niet om personen of machtsposities, maar om het versterken van instituties. “Een land kan economisch terugvallen en herstellen, maar een land dat zijn rechtsstaat verliest, verliest uiteindelijk alles: vertrouwen, investeringen, sociale vrede en het geloof in gelijkheid voor de wet,” stelde hij.

Vijf redenen voor directe hervorming
Reyme noemde vijf hoofdredenen waarom Suriname de hervorming van de rechterlijke macht niet kan uitstellen. Allereerst is herstel van vertrouwen essentieel. Volgens hem leeft onder burgers sterk het gevoel dat sprake is van klassejustitie. “Zonder onafhankelijke rechters en gelijke regels voor iedereen zal het vertrouwen niet terugkeren.”

Daarnaast benadrukte hij het belang van rechtszekerheid voor de economie. Met het oog op ontwikkelingen in de olie- en gassector, toerisme en buitenlandse investeringen is voorspelbare rechtspraak volgens de politicus een randvoorwaarde. Ondernemers willen zekerheid dat contracten afdwingbaar zijn en dat geschillen objectief worden beslecht.

Een derde punt betreft bescherming tegen politieke beïnvloeding én de schijn daarvan. “Niet alleen inmenging is gevaarlijk, ook de indruk dat die bestaat ondermijnt de rechtsstaat,” betoogde Reyme. Verder wees hij op de noodzaak van professionalisering en capaciteitsversterking binnen de rechterlijke organisatie, die kampt met tekorten, verouderde structuren en beperkte doorstroming.

Tot slot noemde hij toekomstbestendige rechtsontwikkeling, waaronder cassatie en een nationale lijn in rechtsuitleg. Dat is volgens Reyme geen luxe, maar een fundament voor rechtszekerheid en internationale geloofwaardigheid.

Concrete wetswijzigingen toegelicht
Bij de behandeling van de afzonderlijke wetsvoorstellen lichtte Reyme toe dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht juridisch beter moet worden beschermd. Zo wordt voorgesteld de procureur-generaal voor het leven te benoemen na advies van het Hof van Justitie en de maximale ambtsleeftijd te verlagen van 70 naar 65 jaar. Dit moet doorstroming en verjonging mogelijk maken en persoonsdiscussies voorkomen.

Een tweede wetswijziging introduceert vaste termijnen voor advisering door het Hof van Justitie bij benoemingen. Het ontbreken daarvan leidt nu tot vertraging en rechts onzekerheid. De voorgestelde termijn van dertig dagen moet transparantie, voorspelbaarheid en zorgvuldigheid vergroten, zonder het adviesrecht van het Hof aan te tasten.

Grondwetswijzigingen: erkenning en hoogste rechter
Reyme ging ook in op de voorgestelde grondwetswijzigingen. De constitutionele erkenning van inheemse volken als oorspronkelijke bewoners van Suriname noemt hij geen symbolische stap, maar een noodzakelijke correctie van een historische omissie, met betekenis voor beleid, sociale cohesie en internationale verplichtingen.

Wat betreft de invoering van cassatie en een hoogste rechter sprak Reyme zijn persoonlijke voorkeur uit voor een eigen Surinaamse Hoge Raad, als uitdrukking van rechtsstatelijke volwassenheid. Tegelijkertijd toonde hij zich open voor alternatieven zoals aansluiting bij een regionaal hof, mits die bijdragen aan kwaliteit, voorspelbaarheid en toegang tot het recht.

Vertrouwen in instituties, niet in personen

Over het voorstel voor een College van procureurs-generaal erkende Reyme dat er zorgen bestaan over versnippering van verantwoordelijkheid. Die zorgen zijn volgens hem terecht als er niets wordt geregeld. Daarom pleitte hij voor duidelijke portefeuilles, transparante besluitvorming en gefaseerde invoering.

Hij besloot zijn betoog met de nadruk dat het wetsinitiatief gericht is op modernisering en versterking van de rechtsstaat. “Dit pakket vraagt geen vertrouwen in personen, maar vertrouwen in instituties. Wij hebben de verantwoordelijkheid een rechtsstaat achter te laten die sterker is dan wijzelf.”