In de zaak waarin de verdachte A.H., een militair werkzaam bij het Directoraat Nationale Veiligheid (DNV), ervan wordt verdacht zijn vriend van het leven te hebben beroofd, heeft de rechter vrijdag een getuige-deskundige gehoord. De patholoog verklaarde dat uit de obductie is gebleken dat het slachtoffer, Mike Wolfgang, door een schot via de mond om het leven is gekomen. Volgens de deskundige was er geen sprake van een ander inschot en bleek de schedelbasis van het slachtoffer te zijn verbrijzeld.

De patholoog werd opgeroepen op verzoek van de raadsvrouw van de verdachte, advocaat Maureen Nibte. Zij voerde aan dat uit het dossier niet duidelijk is geworden op welk tijdstip het slachtoffer op 1 juni 2025 is overleden. Volgens de verdediging zou deze onduidelijkheid haar cliënt A.H. kunnen vrijpleiten van de tenlastelegging moord, aangezien hij stelt dat hij rond het vermoedelijke tijdstip van overlijden thuis was.

De patholoog gaf daarop aan dat het niet mogelijk was het exacte tijdstip van overlijden vast te stellen. Het slachtoffer werd pas op 2 juni, bijna 24 uur na de beschieting, aangetroffen en de obductie vond pas op 4 juni plaats. Het lichaam verkeerde volgens de deskundige nog in goede conditie; er was nog geen ontbinding opgetreden, omdat het voertuig waarin het slachtoffer lag goed was afgeschermd tegen zonlicht.

De verdachte heeft consequent ontkend Wolfgang van het leven te hebben beroofd, ondanks dat onderzoek en camerabeelden volgens het Openbaar Ministerie in zijn richting wijzen. Ook verklaringen van enkele getuigen zouden erop duiden dat A.H. de strafbare handeling heeft gepleegd.

De behandeling van de zaak wordt op 20 februari voortgezet met het verhoor van de verdachte.