Volgens voorlopige cijfers van het ABS lagen de consumentenprijzen in juli 2% hoger dan in juni, waarmee de jaar-op-jaar inflatie uitkomt op 10%. Dit zijn cijfers die weinig ruimte laten voor geruststelling. Achter die statistiek gaan verhalen schuil van kleine winkels die hun voorraden niet meer rondkrijgen, ondernemers die de huur van hun pand nauwelijks kunnen betalen en horecaondernemers die zien hoe hun klantenkring wegebt.

Tegen die achtergrond stemde De Nationale Assemblée (DNA) onlangs in met de begroting voor 2025: SRD 55,6 miljard aan inkomsten tegenover SRD 68,8 miljard aan uitgaven. Het gat van SRD 13,1 miljard – ruim 8% van het BBP – is niet slechts een technisch detail. Het is een structureel probleem dat de fundamenten van de economie ondermijnt. Een tekort van die omvang jaagt de inflatie verder aan, zet de munt onder druk en ondermijnt het vertrouwen in de economie.

Het begrotingstekort wordt vaak besproken in termen van macro-economie, rentepercentages en schuldquotes. Maar de gevolgen zijn het scherpst voelbaar bij micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (MKMO’s). Zij dragen de last van hogere kosten voor grondstoffen, brandstof en importartikelen. Elke koersschommeling vertaalt zich direct in een hogere factuur van de leverancier. Ondertussen zien deze ondernemers hun omzet teruglopen doordat de koopkracht van de bevolking slinkt. Consumenten moeten prioriteiten stellen: eerst rijst en elektriciteit, pas daarna kleding of een avondje uit.

Die dubbele druk – stijgende kosten en afnemende vraag – is een recept voor krimp. MKMO’s zijn de ruggengraat van de economie, goed voor een groot deel van de werkgelegenheid. Als juist die sector onder water komt te staan, is dat niet alleen een ondernemersprobleem, maar een maatschappelijk probleem.

Daar komt bij dat het tekort de overheid dwingt tot intensiever lenen. Banken richten hun pijlen liever op staatsobligaties dan op risicovolle leningen aan MKMO’s. Krediet wordt duurder, of simpelweg onbereikbaar. Dat geldt des te meer nu de renteontwikkeling tegenstrijdige signalen afgeeft: leenrentes zijn de afgelopen maanden licht gedaald (circa 4,5%), maar spaarrentes daalden nog sterker (circa 6,6%). Voor banken betekent dit een smaller speelveld en een prikkel om voorzichtig te zijn. Voor veel MKMO’s betekent het dat investeringsplannen in de ijskast verdwijnen. Groei wordt zo een privilege, terwijl het juist MKMO’s zijn die met beperkte middelen zorgen voor dynamiek en innovatie.

De overheid heeft in deze omstandigheden weinig speelruimte. Om het tekort enigszins te beheersen, dreigt zij subsidies te verminderen, investeringen stop te zetten en nieuwe belastingen te heffen. Ook dat raakt onevenredig hard de MKMO’s. Minder subsidies betekent hogere energiekosten; minder overheidsopdrachten betekent minder werk voor aannemers en leveranciers; hogere belastingen drukken het bedrijfsresultaat verder omlaag. Het ondernemersklimaat verhardt, terwijl juist stabiliteit en voorspelbaarheid essentieel zijn voor vertrouwen.

Een tekort van deze omvang tast ook het vertrouwen in de nationale munt aan. Als burgers en bedrijven de SRD massaal omwisselen voor Amerikaanse dollars, komt de wisselkoers onder druk. Voor MKMO’s die afhankelijk zijn van geïmporteerde goederen wordt dat een existentiële bedreiging. Elke koersval vergroot hun kostenbasis, terwijl hun afzetmarkt steeds kwetsbaarder wordt. Uiteindelijk leidt dat niet alleen tot faillissementen, maar ook tot banenverlies en verdere verarming.

De discussie over oplossingen mag niet verzanden in abstracte boekhoudkunde. Er zijn concrete keuzes mogelijk. De eerste stap is eerlijkheid in belastinginning. Het is onhoudbaar dat sectoren die enorme winsten maken nauwelijks bijdragen aan de staatskas. De kleinschalige goudmijnbouw is daar het meest zichtbare voorbeeld van. Terwijl kleine ondernemers keurig hun belastingafdrachten en heffingen doen, blijft een groot deel van de goudinkomsten buiten beeld van de belastingdienst.

President Simons heeft hier een kans om te laten zien dat economische rechtvaardigheid meer is dan een leus. Door de goudsector te reguleren en een eerlijk aandeel te laten betalen, kan de overheid middelen vrijmaken voor veiligheid, gezondheidszorg en onderwijs – voorzieningen die juist voor MKMO’s cruciaal zijn. Een gezonde, opgeleide en veilige samenleving is de bodem waarop ondernemerschap kan bloeien.

De huidige situatie vraagt om een koers die stabiliteit en vertrouwen herstelt. Dat betekent beter belasting innen, fraude aanpakken en kapitaalvlucht tegengaan. Het betekent ook dat Simons prioriteit geeft aan duurzame investeringen in plaats van aan kortetermijnuitgaven. En vooral: dat zij MKMO’s ziet als partners in plaats van als sluitposten.

Het begrotingstekort is meer dan een gat op papier. Het is een sluipmoordenaar die de vitaliteit van Suriname’s ondernemerschap bedreigt. Als Simons dit niet onderkent, dreigt de economie verder te verzwakken. Maar met moedige keuzes – rechtvaardige belastingheffing, doelgerichte investeringen en bescherming van het ondernemingsklimaat – kan het tij keren.

Kiest Jenny Simons voor lastenverlichting en stabiliteit, of laat zij MKMO’s verder verdrinken?

Vincent Roep