In memoriam journalist Paul Grijpma
25 Sep, 03:11
foto
Recente foto van journalist Paul Grijpma op zijn Facebookpagina.


In de clinch met Henk Herrenberg

Maandag 19 september overleed oud-collega Paul Grijpma (74), verslaggever van het NOS-journaal ten gevolge van een hartaanval. Toen hij in 1989 in Hilversum begon had hij 10 jaar bij de krant Het Parool in Amsterdam erop zitten. Vlak na de staatsgreep in februari 1980 behoorde Paul tot de eerste groep Nederlandse journalisten die Suriname bezocht. Sindsdien volgde hij de ontwikkelingen in Suriname en binnen de Surinaamse gemeenschap in Nederland, op de voet. Ik deed hetzelfde voor het NOS-radioprogramma Zorg en Hoop. Zo kwamen we in contact met elkaar en onderhielden een langdurige Suriname-vriendschap.

Ik was in februari 1983 met Paul en vele andere journalisten aanwezig op een rumoerige persconferentie van ambassadeur Henk Herrenberg op de Surinaamse ambassade in Den Haag. “Ik sta niet met een moordenaar op de foto, maar met de bevelhebber van het Nationaal Leger!” Aan de officiële verklaring voor de gebeurtenissen van 7 en 8 december 1982 had Herrenberg niets toe te voegen. In tegendeel. Hij deed een beroep op ons om de doden met rust te laten, want “het waren ook vrienden van mij”. Toen Herrenberg Paul Grijpma het woord gaf, merkte de ambassadeur eerst op: “Meneer Grijpma we gaan u grijpen!”.

Wat was er aan de hand? Paul Grijpma was – dat moet gezegd worden – de eerste journalist in Nederland die schreef over de Colombiaanse drugsconnectie met Suriname, waarbij Henk Herrenberg een intermediaire rol zou hebben gespeeld. Doel was een Colombiaanse lening van $50 miljoen aan Suriname, waarvoor de president van de Centrale Bank van Suriname, Jules Sedney, moest tekenen. Hij weigerde en vertrok met de stille trom uit Suriname.

Herrenberg eiste rectificatie en spande een kortgeding aan tegen Het Parool. In een civiele procedure eiste hij een schadevergoeding van een miljoen Nederlandse gulden wegens smaad, laster en belediging. Op 25 juni 1983 stelde de rechtbank van Amsterdam Herrenberg in het gelijk. Interviews die na het gewraakte artikel in Het Parool waren verschenen met onder meer oud-minister André Haakmat, ex-president Chin A Sen en ex-CBvS- directeur Jules Sedney, over de mogelijke juistheid van Het Parool-bericht, mochten niet baten. Het Parool werd veroordeeld tot rectificatie zonder enig commentaar op de uitspraak. De druiven waren natuurlijk zuur voor Paul Grijpma, die in merg en been overtuigd was van de betrouwbaarheid van zijn bron. Die heeft hij ondanks onze vriendschap nooit prijsgegeven. Kleine overwinning was dat de Officier van Justitie de aanklacht van Herrenberg wegens belediging had afgewezen.

Het Parool ging in hoger beroep. Het Gerechtshof vernietigde het vonnis op 17 november 1983. De krant had dus niet hoeven te rectificeren en derhalve verviel ook het verbod op commentaar op het vonnis van de rechtbank. Niemand zo blij als Paul Grijpma. Terugkijken op een turbulent jaar 1983 voor hem en voor Het Parool, schreef de krant in een hoofdredactioneel commentaar dat het Hof niet op zoek was naar sluitende bewijzen, maar als maatstaf hanteerde dat de beweringen van Paul Grijpma voldoende en zorgvuldig waren gestaafd. ‘Een krant heeft mede tot taak misstanden aan het licht te brengen en indien de omstandigheden dat noodzakelijk maken, haar bronnen tegen vervolging door machthebbers te beschermen’, aldus Het Parool van 25 november 1983.

Herrenberg legde zich niet neer bij de uitspraak van het Hof en ging in cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden. Eind november 1984 bleek tijdens de zitting dat beide partijen het erover eens waren dat journalisten in bepaalde gevallen kunnen weigeren hun informatiebron prijs te geven. Dit verschoningsrecht kwam Paul Grijpma wel toe, omdat er mensenlevens in gevaar zouden komen bij het vrijgeven van de bron, betoogde de advocaat van Het Parool.

De raadsman van Herrenberg vond dat dit verschoningsrecht vervalt wanneer er twijfel is over de juistheid van de verstrekte informatie en wanneer die schadelijk is voor anderen (lees Herrenberg). In maart 1985 bekrachtigde ook de Hoge Raad het vonnis van het Hof. Bij de aannemelijkheid van de zorgvuldige berichtgeving van Het Parool, waar volgens het Hof dus sprake van was, merkte de Hoge Raad wel op ‘dat er geen haarscherpe grens te trekken valt tussen het rechtmatig uiten van een beschuldiging en het publiceren van verwerpelijke roddel en achterklap’. Let wel: we hebben het hier over de analoge tijd, 37 jaar geleden. Tegenwoordig hebben wij het over een onderscheid van nep nieuws via sociale media.

Aan dit twee jaar lang durend proces hebben zowel Herrenberg als de krant klinkende namen op het gebied van vrijheid van meningsuiting en het verschoningsrecht, ingezet. Het proces heeft Het Parool een vermogen gekost. Wat zou Herrenberg of de Staat Suriname niet kwijt zijn geweest aan dit proces?

Roy.khemradj@gmail.com
Advertenties