De geheimhoudingsplicht van de medicus
26 Nov, 02:51
foto


Het voorval: een patiënt (bolletjesslikker, cocaïne) meldt zich aan bij een ziekenhuis en verzoekt de chirurg de bolletjes uit zijn maag en darmen te verwijderen. Als er zo’n bolletje barst dan kan dat de dood van de patiënt tot gevolg hebben. De patiënt wordt operatieklaar gemaakt in opdracht van de medicus, doch de operatiemedewerkers willen alleen meewerken als de politie erbij wordt gehaald. Als de patiënt dit merkt, verlaat hij het ziekenhuis en meldt zich aan bij een ander ziekenhuis, met gelijk verzoek. Doch het is dan te laat: enkele bolletjes zijn opengegaan met de dood als gevolg. De chirurg en de directie van het eerste ziekenhuis waren van opvatting dat de medewerkers aan de operatie hadden moeten medewerken zonder de politie erbij te betrekken.

Deze case speelde zich af de vorige week en ik had verwacht dat van medische zijde (de Vereniging van Medici of een medicus) over deze casus actie zou worden ondernomen om te wijzen op de geheimhoudingsplicht van de medicus en diens medewerkers, doch die is tot nu toe uitgebleven. Misschien komt die reactie alsnog. Wel hebben verschillende columnschrijvers van het dagblad “de Ware Tijd” en “Starnieuws” hun mening kenbaar gemaakt. Ze hebben de operatiemedewerkers geprezen om hun optreden. Zij gaan blijkbaar van het standpunt uit dat een burger, die kennis krijgt van een strafbaar feit dit aan de politie zou moeten melden.

In het algemeen is dit juist, doch geldt dit ook voor een medicus en diens medewerkers? Het antwoord is “neen”. Het recht op leven is veel belangrijker dan het onderzoeken, vervolgen en bestraffen van alle plegers van strafbare feiten. Hier speelt het conflict van plichten een rol.

Voor een medicus, advocaat, notaris en een geestelijke heeft de wet een uitzondering gemaakt. Hetgeen aan hen in de uitoefening van hun bediening vertrouwelijk kenbaar is gemaakt, moet geheim blijven. Zij hebben een geheimhoudingsplicht en de politie of de rechter kan die niet doorbreken. Zij genieten wettelijke bescherming. Zij moeten zich verschonen van het afleggen van een verklaring (verschoningsrecht).

Ik ben jaren voorzitter van het Medisch Tuchtcollege geweest en heb met zulke zaken te maken gehad. Een arts, werkzaam bij de Spoedeisende Hulp, had de politie gewaarschuwd toen een bolletjesslikker zich aldaar had aangemeld om de bolletjes te doen verwijderen. De politie nam de patiënt mee. De arts is na klacht van de patiënt terecht gewezen door het Medisch Tuchtcollege. Hij had zijn geheimhoudingsplicht geschonden.

Niet alle begane strafbare feiten worden onderzocht en vervolgd. Dit is niet mogelijk. De rechtstheorie gaat ervan uit dat een redelijk aantal van de misdrijven onderzocht, vervolgd en bestraft moeten worden om de norm te handhaven dat strafbare feiten niet getolereerd worden. In casu wist en begreep de patiënt dat hij door bolletjes te slikken fout had gehandeld en in het recht gaat het hierom. Zijn vrees om in de gevangenis te belanden, kostte hem het leven.

Op 29 oktober 2004 heb ik voor de Faculteit der Medische Wetenschappen het openingscollege gehouden over “Het medisch tuchtrecht in Suriname”. Dit is gepubliceerd in het Surinaams Juristenblad van december 2005, p. 5-14. Deze publicatie zend ik mede in ter kennisneming. Dit onderwerp is een aantal keren aan de orde gekomen op lezingen en symposia van het medisch recht. Een aantal jaren verzorg ik een college medisch recht en medisch tuchtrecht voor de medische studenten, die in de eindfase van de studie zijn. Vanwege de Covid-19 situatie is dit het vorige jaar en dit jaar niet geschied. Het vorenstaande breng ik ter kennis van de lezer, omdat zij anders wellicht zouden kunnen denken dat de bovengenoemde columnschrijvers de gangbare opvatting over het medisch handelen hebben weergegeven.

Noot: de aandacht van de lezer wordt ook gevraagd voor art. 1930 van het Surinaams Burgerlijk Wetboek, waarin dezelfde bescherming aan geheimhouders wordt gegeven als in artikel 198 van het wetboek van strafvordering.

Mr. S. Gangaram Panday
oud-lid van het Hof van Justitie

Paramaribo 24 november 2021

pdf-icon.gif SJB_No._3_Dec_2005_Het_medisch_tuchtrecht_in_Suriname-1_.pdf                
Advertenties