Suriname is niet langer carbon negatief
09 Jan, 12:34
foto
Roché Hopkinson Sr.
gewezen lid van De Nationale Assemblee.


(Ingezonden)

Waar Suriname tot voor kort, samen met Bhutan, zich “carbon negatief” mocht noemen, heeft het deze status bij het verstrijken van 2020 verloren. Momenteel stoten wij jaarlijks bijna 2x zoveel uit dan ons bos in staat is op te nemen. Wellicht is er geen tijdiger moment voor de nieuwe SBB-directeur Stanley Betterson dan nu, om vanuit een wij-benadering in te stappen en het roer samen met alle andere overheidsinstituten om te gooien.

Carbon negatief zijn, betekende dat Suriname meer koolstof opnam dan dat er uitgestoten werd. Een van onze grootste hulpbronnen hierbij was ons bos. De ongeveer 93% bedekking van allerlei soorten bos in ons land zorgde voor een totale opname van 8,8 miljoen ton CO2e per jaar. Simpelweg doordat we deze bomen, die koolstof opnemen, lieten staan.

De manier waarop wij de afgelopen jaren hebben gekozen om met ons bos om te gaan, en het gebrek aan gerichte ruimtelijke planning, zijn enkele van de hoofdoorzaken dat wij niet langer een netto carbon opslagplaats zijn voor de wereld. Op zichzelf is het “carbon negatief” zijn uiteraard geen doel dat onze ontwikkelingsbehoeften mag overschaduwen, echter is het wel een overgang die wij nu als land doormaken die ons aan de andere kant van de geschiedenis plaatst. De eisen uit het Parijs Klimaatakkoord gelden nu óók voor ons; immers stoten wij nu meer CO2 uit dan dat wij opvangen en zijn wij dus vervuilers geworden.

Waar Suriname voorheen een land was dat geteisterd werd door de effecten van klimaatverandering, terwijl wij geen bijdrage hadden geleverd aan de totstandkoming van het probleem, zijn wij nu voorgoed medeverantwoordelijk.
 
Er lijkt op dit gebied geen ommekeer in het vooruitzicht. Recent publiceerde de VSB een oproep tot het vergroten van de Greenstone Belt, het gebied waar goudmijnbouw plaatsvindt, met ten minste 15%. De huidige Greenstone Belt in Suriname behelst nu al ongeveer 13% van het grondgebied in vergelijking met de ongeveer 11% aan beschermde natuurgebieden.

Ook de regering sprak over uitbreiding van het wegennetwerk om transportkosten te drukken en de distributie naar het binnenland te vergemakkelijken. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat een weg nooit alleen komt. Een weg zorgt voor toegang tot voorheen onbegaanbare gebieden en dus voor bebouwing, bemensing en ontginning. De aanleg van infrastructuur is wereldwijd niet voor niets één van de grootste drijvers van ontbossing. De nieuwe Milieu Raamwet uit 2020 heeft daarom - ook voor de overheid - een milieu en sociale impact-analyse verplicht gesteld voor elk commercieel of infrastructuurproject, zodat er vooraf een goed beeld is wat we kwijtraken en we achteraf niet spijt hebben van verkeerde keuzes.

Daarnaast staat Suriname aan de vooravond van een snel uitbreidende olie-industrie. Als de documentaire Carbon Bomb die recent over Guyana gemaakt werd slechts voor 1% van toepassing is op Suriname, zouden we ons sterk achter onze oren moeten krabben. Terwijl er volop wordt berekend wat de opbrengsten zijn voor de staatskas, staat daar tegenover een rekensom, die dit toch in perspectief moet plaatsen:
De koolstof waarde van een vat olie is gelijk aan 430 kilo koolstofdioxide, oftewel 0,43 ton C02e. Dit betekent dat bij het produceren van 1 miljard barrels aan olie (slechts een fractie van de voorraden die momenteel voorspeld worden) wij, als Suriname, verantwoordelijk zijn voor het uitstoten van nog eens 430 miljoen ton C02e. Dat is ongeveer 49 keer zoveel als ons bos nu jaarlijks opneemt.

Is alles dan negatief? Nee, Suriname is nóg steeds het meest beboste land ter wereld. De vraag is of Suriname bewust beleid wil maken rondom deze status of zich laat leiden door de industrieën die steeds grotere winsten zien, ten koste van de natuur, ten koste van carbon opslagcapaciteit met alle lange termijn gevolgen voor mens en dier. De persoonlijke eindejaarswens van de directeur van Staatsolie, waarbij de focus lag op onze groene toekomst, geeft mij in elk geval hoop dat een ommekeer nog mogelijk is.

Roché Hopkinson Sr.
gewezen lid van De Nationale Assemblee

Advertenties