Onderzoek hoge moedersterfte leidt tot succesvolle interventies
11 Dec, 10:33
foto


Het aantal vrouwen dat tijdens de bevalling overlijdt, is in Suriname ongewoon hoog (130 per 100.000 levende geboortes). Lachmi Kodan, gynaecoloog Academisch Ziekenhuis Paramaribo, en Kim Verschueren, gynaecoloog in opleiding Medisch Centrum Haaglanden, promoveren op 17 december 2020 aan de Universiteit Utrecht op hun onderzoek naar ernstige complicaties rondom de zwangerschap en geboorte in Suriname.

Het bijzondere aan deze promotie is dat op basis van de resultaten van het onderzoek niet alleen aanbevelingen zijn gedaan, maar ook interventies zijn gerealiseerd. Het aantal sterfgevallen door bloedingen is al tijdens het onderzoek daadwerkelijk afgenomen. Essentieel was de samenwerking met een groot team van artsen, verloskundigen, geboortezorgverleners en onderzoekers uit Suriname en Nederland. Met dit onderzoek en de interventies zijn belangrijke stappen gezet om moedersterfte te verminderen en de kwaliteit van verloskundige zorg in Suriname te verbeteren.

Veel moedersterfte in Suriname, maar waarom?
Moedersterfte in Suriname is een van de hoogste in de Caribisch- en Zuid-Amerikaanse regio, ondanks het relatief hoge welvaartsniveau in vergelijking met omliggende landen en de beschikbaarheid van verloskundige zorg in het grootste deel van het land.  Waarom moedersterfte zo vaak voorkomt  (130 overleden moeders per 100.000 levende geboortes), was tot nu toe niet duidelijk. Het onderzoeksteam heeft daarom diepgaand onderzoek gedaan naar alle gevallen van moedersterfte sinds 2010. In dit onderzoek is een praktisch systeem ontwikkeld om moedersterfte te identificeren, analyseren op de onderliggende oorzaken, en interventies uit te voeren om de oorzaak van de moedersterfte in Suriname aan te pakken.

Welke vrouwen sterven in Suriname tijdens of kort na hun zwangerschap?
Het onderzoek liet zien dat de meeste moedersterftes in Suriname plaatsvonden in ziekenhuizen, dat de kwaliteit van de geboortezorg verbeterd moet en kan worden en dat er grote ongelijkheid is tussen vrouwen van verschillende sociaaleconomische klasse en etniciteit: vrouwen van Afrikaanse afkomst hebben slechtere uitkomsten dan vrouwen van Aziatische afkomst. Terwijl tussen 2010-2014 de meeste vrouwen in het ziekenhuis overleden, stierf tussen 2015 en 2019 bijna de helft van de vrouwen thuis, op de polikliniek of arriveerden zij in zeer slechte klinische toestand in het ziekenhuis.

Moedersterfte verminderen: wat is al gedaan in Suriname?
Een belangrijke interventie naar aanleiding van het onderzoek is de oprichting van de ‘commissie maternale mortaliteit in Suriname’ (MaMS) in samenwerking met Surinaamse gezondheidswerkers en het ministerie van Volksgezondheid. Deze commissie bestaat uit artsen en verloskundigen die elke moedersterfte die plaatsvindt analyseert. Een andere interventie was de ontwikkeling van nationale richtlijnen over de meest voorkomende oorzaken van moedersterfte: ernstig bloedverlies na de bevalling, zwangerschapsgerelateerde infecties en hoge bloeddruk. Hierbij is het ‘bottom-up’ principe toegepast, waarbij de bijdrage van de mensen op de werkvloer essentieel is geweest.

Aantal sterfgevallen gedaald
Deze richtlijnen zijn tijdens twee nationale congressen uitgebreid besproken en getraind met alle mensen die betrokken zijn bij geboortezorg in Suriname. Het aantal gevallen van moedersterfte door bloedingen is de afgelopen vijf jaar met de helft gedaald. Er zijn sterke aanwijzingen dat dit het gevolg is van de toepassing van de richtlijnen en de toegenomen alertheid. Andere interventies waren het verbeteren van het bestaande register voor pasgeborenen (perinatale registratie systeem) en het ontwikkelen van een website die de richtlijnen en publicaties gratis toegankelijk maakt.

De toekomst
Met deze onderzoeken en interventies zijn belangrijke stappen gezet om moedersterfte te verminderen en de kwaliteit van verloskundige zorg te verbeteren in Suriname. Gezien de omvang van de uitdagingen en de noodzaak de verbeteringen duurzaam te laten zijn, blijft aandacht, onderzoek en training in de toekomst nodig. Hierbij is een sterke betrokkenheid en prioritering van de overheid, integrale samenwerking, leiderschap en eigenaarschap van de belanghebbers en financiële steun essentieel.

Samenwerking met het UMC Utrecht
Het UMC Utrecht stelt getalenteerde onderzoekers uit lage- en middeninkomenslanden sinds 2011 in staat om te promoveren aan Universiteit van Utrecht, door het beschikbaar stellen van het Global Health Fellowship programma.
Dit heeft geleid tot een sterke samenwerking tussen Suriname en Nederland waaronder het Academisch Ziekenhuis Paramaribo en het UMC Utrecht (Afdeling Verloskunde van de Divisie Vrouw & Baby en het Julius Centrum). De proefschriften zijn begeleid door Prof. Dr. Kitty Bloemenkamp (promotor), Dr. Marcus Rijken en Dr. Joyce Browne (co-promotoren).
Advertenties