Hoefdraad vraagt rechtsvordering op verkort termijn
07 Sep, 04:08
foto


Ex-minister van Financiën, Gillmore Hoefdraad, heeft via zijn advocaten gevraagd aan de rechter een rechtsvordering op verkort termijn in te stellen, tegen de Staat, De Nationale Assemblee (DNA) en het Openbaar Ministerie. Aan de rechter wordt gevraagd om voor recht te verklaren dat het besluit genomen door DNA op 6 augustus 2020 om hem in staat van beschuldiging te stellen op grond van de vordering van het Openbaar Ministerie, nietig is. 

Aan de rechter wordt gevraagd om gedaagden te verbieden enige handeling of daad van welke aard dan ook te verrichten op grond van het besluit van de hoorcommissie en het eindbesluit van de openbare vergadering van DNA genomen op 6 augustus 2020 waarbij verzoeker ten aanzien van de tweede vordering van de procureur-generaal instaat van beschuldiging is gesteld. Hoefdraad heeft reeds een kort geding ingediend dat op 27 augustus in behandeling is genomen. De zaak staat op 17 september voor antwoord, 8 oktober voor repliek en vervolgens 15 oktober voor dupliek. Hij heeft in het kort geding gevorderd een opschorting van een nietig besluit met de daaruit voortkomende nevenvorderingen. 

Hoefdraad vindt dat zijn rechten en vrijheden zijn aangetast door DNA. Er is een besluit genomen om hem in staat van beschuldiging te stellen zonder hem allereerst te horen op een vordering, welke gedaan is door het Openbaar Ministerie. Hoefdraad stelt dat in kort geding een voorlopige voorziening gevorderd is, doch dat hij er recht en belang bij heeft, dat op verkort termijn ten principale wordt beslist over het door DNA genomen besluit. Daarom is de vordering ingediend om een rechtsingang op verkort termijn voor een bodemprocedure. Hoefdraad vindt dat DNA in strijd met de wet heeft gehandeld door hem niet te horen. 

In artikel 8 lid 5 van de Wet In Staat van Beschuldigingstelling Politieke Ambtsdragers wordt geïndiceerd, dat indien de ambtsdrager niet verschijnt op de oproep om gehoord te worden, slechts dan DNA geheel ontslagen is van de hoorplicht. Het hoorrecht is een essentieel onderdeel van enige vordering die het Openbaar Ministerie doet aan DNA, of het nu betreft een Commissie van Onderzoek of een Hoorcommissie, het is een feit dat de wet dwingend voorschrijft dat de politieke ambtsdrager c.q. de gewezen politieke ambtsdrager gehoord moet worden danwel daartoe opgeroepen dient te worden, betogen de advocaten van de ex-minister.  

Hoefdraad verwijst naar zijn eerder verweer waarin hij zich op het standpunt heeft gesteld dat hij zich aan geen enkel strafbaar feit heeft schuldig gemaakt en de wet op geen enkele wijze heeft overtreden zoals vermeld in de vordering van de procureur-generaal. Alle handelingen van de verzoeker zijn in staatsbelang en in algemeen belang geschied. Tegen Hoefdraad heeft het Openbaar Ministerie opsporing, aanhouding en voorgeleiding gelast. Hij wordt bijgestaan door de advocaten: Irene Lalji, Frank Truideman en Murwin Dubois. 
Advertenties