Stichting CPAS vordert uitstel verkiezingen
09 Apr, 08:36
foto


'Wij, het volk van Suriname, geïnspireerd door de liefde voor dit Land…. bewust van onze plicht elke vorm van … overheersing te bestrijden en te verhinderen, …overtuigd van onze plicht de principes van vrijheid, gelijkheid en democratie alsmede de fundamentele rechten en vrijheden van de mens te eerbiedigen en te waarborgen, bezield door de beleving van het burgerschap en de participatie bij de opbouw, de uitbouw en de instandhouding van een sociaal-rechtvaardige samenleving, vastbesloten met elkaar… op grondslag van vrijheid, gelijkheid … en … solidariteit’, behoren invulling te geven aan ons recht op zelfbeschikking én op grond van het ongeschreven rechtsbeginsel vrij te zijn van tirannie, hebben het recht gegrond op het ongeschreven rechtsprincipe van 'the rule of decency' dat suprematie heeft boven, edoch een niet te miskennen rechtsprincipe van, 'the rule of law' te bepalen wat de wetgevende macht in een democratische rechtstaat wel en niet mag doen…!'

De voorgaande rechtsprincipes rechtvaardigen dat Stichting Centre for Public Affairs Suriname (Stichting CPAS) namens de burgers van Suriname de Regering van Suriname dagvaardt om ten overstaan van de rechter zich te verantwoorden vanwege het haar tegenworpen onbehoorlijk bestuur.

Onbetwist heeft vandaag te gelden dat wij onder zeer bijzondere omstandigheden leven vanwege het ernstige besmettingsgevaar afkomstig van het SARS-CoV-2 virus, dat de zogenaamde Covid-19 ziekte veroorzaakt. Als de Regering van Suriname vanwege dit feit als beleidsmaatregel een ‘noodtoestand wet’ wil maken, terwijl zij het gezondheidsbelang van de burgers veronachtzaamd, dan is sprake van willekeur en dus ook misbruik van recht. De regering mist geloofwaardigheid.

De rationalisatie de beleidsmaatregel te bestempelen onder de grondwettelijke noemer van ‘burgerlijke uitzonderingstoestand’, de facto als een eufemisme te beschouwen, is niets meer dan het verlangen naar ongebreidelde regeermacht c.q. de alleenheerschappij van de regeringsleider te bevredigen.

Het huidige leerstuk van de gebonden en discretionaire beleidsvrijheid van de regering biedt zonder de voorgenomen noodtoestand wet voldoende mogelijkheden de vereiste Covid-19 maatregelen te treffen. Daartoe moet zo spoedig mogelijk naast de maatregelen verkondigd door de Wereldgezondheidsorganisatie een 'noodbegroting' worden opgesteld. Dat is de aangewezen weg, en dus geen rationalisaties met als de facto een noodtoestand wet.

Het gaat niet om de machtiging meer bevoegdheden te hebben dankzij de noodtoestand wet. Dat voorwendselen is een onjuiste voorstelling van zaken aan de burgers voorhouden.

De huidige regeringsleider heeft bij herhaling het bewijs getoond dat hij als bestuurder incompetent en daardoor onbekwaam is. De regering is failliet, er is onrechtmatig en zelfs strafbaar gehandeld met betrekking tot de spaargelden (kasreserve) van de burgers en per vandaag is er geen goedgekeurde begroting voor het jaar 2020. Frappant is dat het gehele parlement dit feit verzwijgt, en met nadruk moet verwezen worden naar het eveneens gebrekkig ontwikkeld geweten van de oppositie. Absurd is dan ook met de noodtoestand wet de pretentie voor te schotelen goed bestuur aan de dag te willen leggen. Nogmaals, alle rationalisaties ten spijt, de noodtoestand wet dient andere belangen en niet het belang van de burgers van Suriname. Daadkracht in onrechtmatige wetgeving, niet in goed bestuur maar falend bestuur.

Stichting CPAS heeft de regering dan ook gedagvaard vanwege haar onbehoorlijk bestuur, maar ook vanwege het ‘niet-handelen’, namelijk geen goed bestuur tot uitvoering te brengen. De gedragingen van de regering van Suriname leiden feitelijk tot inbreuken op rechten zoals is bepaald in de grondwet en mensenrechten verdragen. De regering handelt in strijd met haar grondwettelijke plichten door de miskenning van de rechten van de burgers van Suriname.
Het oordeel is aan de rechter.

Stichting CPAS
Anand Biharie