Een nadere kijk op bepaalde regeringsacties
29 Jan 2020, 21:11
foto


De afgelopen tijd hebben bepaalde gebeurtenissen plaatsgevonden, waarbij het overduidelijk is dat deze regering en haar ondersteuners uit zijn op het behartigen van het eigen belang in plaats van het algemeen belang. Het is overduidelijk dat ‘they don’t walk the talk’!

Het afgelopen jaar zou de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten (IACHR) van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) een bezoek brengen aan Suriname. Daarbij zou de IACHR nagaan wat de vorderingen zijn die de overheid heeft geboekt met het uitvoeren van de verschillende vonnissen die tegen de Staat Suriname zijn uitgesproken. Het gaat hierbij o.a. om het Moiwana Vonnis, het Kaliña & Lokono Vonnis en het Saamaka Vonnis. Daarnaast zou de IACHR in Hotel Torarica in overleg treden met o.a. afgevaardigden van de Tribale en Inheemse volkeren/organisaties over verschillende zaken. Er is toen een filmpje ontworpen, waarbij alle Marrons en Inheemsen in Suriname werden opgeroepen om aanwezig te zijn bij Hotel Torarica voor de morele ondersteuning aan de afgevaardigden. Naar aanleiding van dit filmpje heeft de regering dat bezoek van de IACHR afgezegd. De regering heeft toen aangegeven dat zij de veiligheid van de IACHR-leden niet kon garanderen. Raadsadviseur Salomon Emanuels maakte toen alle moeite via diverse media om de actie van de regering goed te praten. Hij vond o.a. dat er geen massa mensen waren uitgenodigd, maar organisaties die verschillende personen moesten afvaardigen.

Nu zien wij dat dezelfde personen (regering en coalitie) juist een ander gedrag aan de dag leggen bij het verschijnen van de heer Bouterse op 22 januari voor de Krijgsraad. Zij hebben nu juist opgeroepen voor morele ondersteuning aan de heer Bouterse, wat ook is gebeurd. De Krijgsraad had de heer Desiré Delano Bouterse gedagvaard, maar zijn achterban niet. Naast de gewone burgers waren er ook hoogwaardigheidsbekleders die de heer Bouterse de morele ondersteuning zijn gaan geven. Maar aan de andere kant heeft deze zelfde regering de afgevaardigden van de Inheemse en Tribale volkeren verhinderd om morele ondersteuning te krijgen van de mensen die zij zouden vertegenwoordigen in Torarica. Het verschil in deze twee zaken is dat de afgevaardigden hun etnische groepen zouden vertegenwoordigen, waarbij het dus gaat om een algemeen belang. Maar in het geval van de heer Bouterse gaat het om een persoonlijk conflict tussen de heer Bouterse en de Rechterlijke Macht/Krijgsraad, die door de heer Bouterse en zijn volgelingen is verheven tot een nationaal probleem.

De Verenigde Hervormings Partij (VHP) heeft enkele boeken overgedragen aan bijkans zestig (60) scholen, welke persoonlijk uitgezocht zijn door de leerkrachten. In de verschillende nieuwsuitzendingen hoorde ik duidelijk het enthousiasme in de stemmen van de leerkrachten. Minister Andre Misiekaba, die nu waarneemt op Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OWC), heeft aangegeven dat de boeken van de rekken zullen worden gehaald, ook dat boek ‘CHAN’. Al is er een procedure, maar de minister moet weten dat ‘men een gegeven paard niet in de bek mag zien’. De leerkrachten die de boeken hebben uitgezocht zijn geen leken, maar deskundigen op hun niveau. Op deze wijze worden de onderwijsgevenden gedemotiveerd om proactief te denken en handelen. Mijn vraag aan de minister is: waar waren de procedures van OWC gebleven toen raadsadviseur Eddy Jozefzoon bezig was met het aankopen van de schoolboeken? De boeken die door deze raadsadviseur zijn aangeschaft voor meer dan acht miljoen Euro (€ 8 miljoen) kunnen niet worden gebruikt en zitten nog steeds in verschillende opslagplaatsen, waar er vermoedelijk maandelijks voor opslag moet worden betaald. Deze raadsadviseur is ook nog steeds in functie na dit verwerpelijke debacle. Het afwijzen van de boeken die geschonken zijn door de VHP is daarom niets anders dan een politieke actie tegen de VHP, vooral het feit dat de naam van dat boek ‘CHAN’ specifiek wordt genoemd. Ik vraag mij wel af of de OWC/Technische Diensten toestemming had gegeven toen verschillende DNA-leden bezig waren scholen een opknapbeurt te geven.

Het is verstandiger en aanbevolen aan de heer Bouterse om zijn problemen die hij in zijn vorige hoedanigheden heeft gecreëerd en dat van zijn volgelingen niet mee te nemen naar het “Instituut van de President van de Republiek Suriname”. Dit instituut is geen bezit van een toevallige persoon die er invulling aan moet geven, maar van de Surinaamse natie. De zeer gerespecteerde ex-president, Z.E. drs. R.R. Venetiaan, heeft een zeer schoon en onbevlekt “Instituut van de President van de Republiek Suriname” aan de heer Bouterse overgedragen, dus laat de heer Bouterse zorgen dat hij het in dezelfde moraal ethische staat overdraagt aan zijn opvolger.

Ruben Ravenberg, Ph.D, MBA
Advertenties