Lijvig klaagschrift Suriname tegen Nederlands OM
11 Jul, 00:59
foto
De advocaten die namens de Centrale Bank van Suriname, Hakrinbank, De Surinaamsche Bank en Finabank optreden.


Suriname heeft een lijvig klaagschrift ingediend bij de Rechtbank Noord-Holland. De advocaten van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), Hakrinbank, De Surinaamsche Bank en Finabank hebben de rechtbank gevraagd hun beklag gegrond te verklaren. Gevraagd is het Nederlandse Openbaar Ministerie (OM) bevel te geven om over te gaan tot opheffing van het beslag van de 19.5 miljoen euro. De beslaglegging is gedaan sinds april vorig jaar. 

De banken stellen dat het beslag op de geldzending onrechtmatig is. De verdenking van witwassen is volgens hen gebaseerd op een misplaatste toepassing van witwasindicatoren op een evident reguliere en legitieme economische activiteit van de Surinaamse Staat en de drie banken van onbesproken gedrag. Het OM heeft volgens de klaagsters verzuimd de verklaring over rechtmatige herkomst van de geldzending terstond aan hen door te geven. "Waarheidsvinding als beslaggrond kan niet aan de orde zijn, aangezien de contante geldbiljetten zijn geconverteerd naar giraal geld", stellen de banken. 

Verbeurdverklaring kan volgens de klaagsters eveneens worden uitgesloten. Het is volgens hen uitgesloten dat het in deze zaak tot een vervolging en veroordeling voor witwassen (zonder gronddelict) zal komen. Het beslag is tevens disproportioneel, gelet op de schade die met het beslag wordt toegebracht aan de Surinaamse economie, wordt betoogd. De klaagsters vinden dat het beslag op de geldzending in strijd is met het volkenrechtelijke beginsel van immuniteit. Het OM heeft zich daarmee direct ingemengd in de publieke taakuitoefening van Suriname en deze ernstig belemmerd. "Dit is in strijd met de soevereine gelijkheid van Staten, hetgeen noopt tot de conclusie dat Nederland niet beschikte over rechtsmacht om de geldzending te beslaan, waardoor het beslag om die reden al dient te worden opgeheven", stellen de advocaten van de banken. 

Suriname heeft advies gevraagd van hoogleraar internationaal publiek recht, Cedric Ryngaert. Hij stelt onomwonden vast dat de beslaglegging in strijd is met de immuniteit. "Indien de Nederlandse rechter de immuniteit van de Centrale Bank van Suriname zou verwerpen, gaat hij op de stoel van de Surinaamse overheid zitten. Die laatste kan in de uitoefening van haar soevereiniteit, op legitieme wijze beslissen om de centrale bank bepaalde financiële diensten te laten verstrekken aan handelsbanken," stelt Ryngaert. Hij wijst ook op de nadelige invloed van de beslaglegging op de wisselkoers van de Surinaamse munt. "Die wisselkoers kan slechts gestabiliseerd worden indien de Centrale Bank van Suriname opnieuw euro’s kan exporteren zonder vrees voor inbeslagname. Zonder twijfel is het waarborgen van monetaire stabiliteit een kerntaak van een centrale bank. Zoals eerder vermeld dienen goederen die hiervoor bestemd zijn – de geldzendingen naar het buitenland - immuniteit van executie te genieten."

U kunt het klaagschrift en de visie van de Nederlandse professor hier downloaden. 
pdf-icon.gif Deskundigenbericht_Prof._Ryngaert_.pdf     pdf-icon.gif Klaagschrift.pdf