Misiekaba: Amestiewet blijft wet
23 Jan, 06:58
foto
NDP-fractieleider André Misiekaba. (Foto: Raoul Lith)


NDP-fractieleider André Misiekaba heeft opnieuw zijn standpunt duidelijk gemaakt over het 8 decemberstrafproces. Hij benadrukte dinsdag dat "wanneer De Nationale Assemblee een wet aanneemt op de door de Grondwet voorgeschreven wijze, dan kunt u hooguit zeggen; ik ben niet eens met die wet, mi no lobi a wet. Maar wanneer we een wet hebben gemaakt voor Suriname, dan is het wet voor Suriname. Als die wet niet wordt gewijzigd, aangepast; dan is het wet voor Suriname". Instituten moeten niet worden geschoffeerd, benadrukte hij.

Misiekaba citeerde uit de Amnestiewet van 1989 die in 1992 bekrachtigd is. Toen is amnestie verleend aan personen die te rekenen van 1 januari 1985 tot het tijdstip van inwerking treden van de wet. Er is amnestie verleend voor de in de wet aangegeven strafbare feiten. Niet alleen een deel ervoor tot naar 1980, maar ook een deel naar 1992 waar er allerlei dingen zijn gebeurd. "Wij hebben in 2012 gezegd dat het niet goed is partieel de zaak te regelen om politieke redenen. Wij willen dat over de hele periode amnestie wordt verleend en we hebben die wet als zodanig gewijzigd. We hebben de periode verlengd en hebben gezegd 1 april 1980 naar 20 augustus 1992."

De NDP-fractieleider citeerde artikel 3 van die wet:
De amnestie zoals die bedoeld is artikel 1 heeft tot gevolg dat
a. indien personen veroordeeld zijn tot straf, die bevoegdheid tot uitvoering van die straf vervalt en voor zover zij zich tot uitvoering van die straf in detentie bevinden het Openbaar Ministerie of de rechter die de straf heeft opgelegd de onmiddellijke invrijheidstelling zal bevelen.

b. indien het betreft personen tegen wie de zaak bereids ter terechtzitting aanhangig is gemaakt, de bevoegdheid tot strafvordering te hunnen aanzien vervalt. De rechter voor wie de zaak aanhangig is onmiddellijk de niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie zal uitspreken en indien de verdachte zich in detentie bevindt diens onmiddellijke invrijheidstelling zal bevelen. Ook het Openbaar Ministerie is tot die invrijheidstelling bevoegd.

c. indien het betreft personen tegen wie een voorbereidend onderzoek als bedoeld in artikel 126 van het Wetboek van Strafvordering gaande is, de bevoegdheid tot strafvordering te hunnen aanzien vervalt en Openbaar Ministerie terstond dat onderzoek zal staken of doen staken met schriftelijke kennisgeving dat hij ter zake van het feit niet meer zal worden vervolgd.

d. indien het betreft personen tegen wie nog geen voorbereidend onderzoek aanhangig is, de bevoegdheid tot strafvordering te hunnen aanzien vervalt en voor zover zij zich niettemin in detentie bevinden. Het Openbaar Ministerie of de autoriteit die hun detentie heeft bevolen, hun onmiddellijke invrijheidstelling zal bevelen.


"Als u verder leest, helemaal aan het eind, gegeven te Paramaribo te 19 augustus 1992, R.R. Venetiaan; de vicepresident, voorzitter van de raad van ministers, J.R. Ajodhia; de minister van Justitie en Politie, S.K. Girjasing. De wet is door Venetiaan gemaakt. En dit deel van artikel 3 hebben wij niet aangeraakt. Dat is wat ik steeds betoog en mensen probeer te zeggen. U kunt vinden, ik hou niet van de regering, ik hou niet van het parlement, wanneer we een wet hebben gemaakt in dit land, dan is het wet! En wanneer ik betoog is dat wat ik bedoel. Dat de wet aangeeft dat in elke fase van het strafproces, vanaf voorbereidend onderzoek tot vervolging tot zelfs wanneer mensen in detentie zijn, dat mensen die genoemd zijn in de wet, als ze vallen onder die Amnestiewet, de wet zegt 'iem lib den sma vri'j, dat is wat de wet zegt. En als u vindt dat deze wet niet goed is, dan moet u een meerderheid zoeken in het parlement en dan moet u die wet gaan wijzigen," betoogde Misiekaba.

Tuesday 21 January
Monday 20 January
Sunday 19 January