Op 30 maart 2026 overleed voormalig president Chandrikapersad 'Chan' Santokhi plotseling. Zijn dood zette een bijzonder collectief proces in gang dat twee hoogleraren, Sharda Nandram en Joan Marques, vanuit complementaire perspectieven analyseren. Samen beschrijven zij hoe rouw in een multi-etnische samenleving niet alleen een persoonlijk, maar ook een diep maatschappelijk en intercultureel fenomeen is, en wat dit ons leert over leiderschap.

Hoe rouw leiderschap hervormt
Nandram richt zich op de narratieve dimensie: hoe wordt een leider herdacht, en wat doet dat met het begrip van leiderschap zelf? Zij onderscheidt een opvallend patroon over zes dagen van publieke rouw.

In de eerste dagen domineert religieuze taal. Sprekers plaatsen het overlijden in een groter kader: Gods wil, een roeping, een leven dat overgaat maar niet eindigt. Daarmee wordt leiderschap verheven, bijna sacraal. Vanaf dag drie verschuift de toon naar het persoonlijke. Anekdotes doen de ronde over hoe Santokhi mensen belde, vroeg in de ochtend of laat in de avond, en hoe hij bleef aandringen. Die veeleisendheid wordt niet bekritiseerd, maar geïntegreerd als kenmerk van authentiek leiderschap.

Op de vierde dag krijgt het verhaal een morele dimensie: de leider wordt beschreven als iemand die de juiste keuzes maakte, ook als dat moeilijk was. Leiderschap wordt een maatstaf, een voorbeeld voor hoe het zou moeten. De vijfde dag brengt een verschuiving van "hij" naar "wij". De gemeenschap eigent zich de nalatenschap toe: leiderschap verandert van een eigenschap van één persoon naar een gedeelde opdracht.

Op de zesde dag krijgt dit een persoonlijke inkleuring: in intieme herinneringen wordt zichtbaar hoe de leider anderen heeft gevormd en hoe zijn leiderschap in individuen voortleeft.

Het resultaat is een fundamentele transformatie: leiderschap is niet langer een rol, maar een relatie, een gedeeld project en uiteindelijk een persoonlijke oriëntatie. Het bestaat niet alleen in beleid en besluiten, maar juist in de verhalen die mensen erover vertellen — verhalen die verbinden, richting geven en verwachtingen scheppen.

Rouwen in meerdere talen tegelijk
Marques voegt hieraan een tweede laag toe: de multi-etnische rituele werkelijkheid van Suriname. Zij beschrijft hoe verschillende gemeenschappen elk hun eigen rouwtradities inbrengen, maar hoe die tradities opmerkelijk parallel lopen in hun diepste boodschap.

De hindoeïstische pandit reciteert mantra’s en spreekt over dharma: leiderschap transformeert, het eindigt niet. De dood is een overgang en de gemeenschap wordt opgeroepen om in rechtvaardige daden voort te zetten wat goed was.

De christelijke pastoor en dominee benadrukken roeping en rentmeesterschap: de overledene heeft zijn roeping vervuld; nu is het aan de levenden om de vruchten te dragen.

De islamitische voorganger reciteert: "Wij behoren aan God toe, en tot Hem keren wij terug", waarbij rouw wordt gezien als een daad van geloof, sober en gericht op overgave.

De joodse voorganger leidt Kaddish, een lofprijzing van het leven, waarbij aanwezigheid en gemeenschap centraal staan boven woorden.

De Marron-traditie benadert rouw als een meerdaags collectief ritueel van dans, muziek en herinnering: de overledene is niet weg, maar aanwezig, en verdient begeleiding en eer.

Bij alle verscheidenheid is er een opvallende convergentie: geen enkele traditie behandelt de dood als eindpunt, geen enkele laat de gemeenschap achter zonder betekeniskader en geen enkele richt het rouwen uitsluitend op het individu. Steeds klinkt dezelfde boodschap, in Sanskrit, Arabisch, Hebreeuws of Sranantongo: dit verlies behoort ons allen toe.

De kern: leiderschap als intercultureel erfgoed
Samen vormen beide perspectieven een krachtig argument. In een plurale samenleving als Suriname is het gedeelde project van leiderschap altijd ook een intercultureel project. Een leider die meerdere gemeenschappen heeft gediend, wordt in meerdere tradities herdacht en wordt postuum eigendom van al die tradities tegelijk. Zijn nalatenschap wordt niet in één taal geschreven, maar in vele.

Dat stelt bijzondere eisen aan leiderschap, niet alleen in leven, maar ook in dood. De diepste betekenis van leiderschap in Suriname is dan ook niet de eenheid van één enkelvoudig verhaal, maar de kracht van vele verhalen die in dezelfde richting wijzen.

Rouwen in Suriname is daarmee ook een oefening in wederzijdse erkenning: men rouwt niet alleen om de eigen leider, maar ook mét de anderen. En precies in dat "samen rouwen" — meerstemmig, intercultureel en veeltalig — wordt zichtbaar wat Suriname als samenleving samenbindt.

Over de auteurs
Prof. dr. Sharda Nandram is hoogleraar Business & Spiritualiteit aan Nyenrode Business Universiteit en hoogleraar Hindoe-spiritualiteit en samenleving aan de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Zij publiceert over leiderschap, spiritualiteit en ondernemerschap en is verbonden aan de Surinaamse diaspora in Nederland.

Prof. dr. Joan Marques is decaan en hoogleraar Management en Ethisch Leiderschap aan Woodbury University’s School of Business in Burbank, Californië. Zij doceert en publiceert over ethisch leiderschap, sociaal ondernemerschap, boeddhistische psychologie en werkplekspiritualiteit, en is verbonden aan de Surinaamse diaspora in de VS.

U kunt het gehele artikel hier downloaden. 


Documenten: