Vijftig jaar geleden kon je met een salaris van vijfhonderd gulden nog een gezin met vijf kinderen onderhouden, een stuk grond kopen en zelfs een Bruynzeelhuis met hypotheek bouwen. Voor datzelfde bedrag koop je nu nog geen emmer bananenchips. Door inflatie wordt geld langzaam minder waard. Maar wat hier gebeurt, heeft weinig met langzaam te maken. Dit is het gevolg van politieke wanpraktijken. Wie vandaag in Paramaribo eenvoudig wil rondkomen, heeft volgens sommigen minstens dertigduizend SRD per maand nodig. En dan moet je nog geluk hebben dat je een eigen huis bezit. De kosten van levensonderhoud zijn hoog. Voor velen is het leven niet alleen duur, maar ook onbetaalbaar geworden.

Een gemiddeld, laat staan comfortabel, leven lijkt alleen weggelegd voor directeuren, parlementariërs en ministers. Zelfs een Surinaamse Nederlander met een bijstandsuitkering van veertienhonderd euro zou hier moeite hebben het hoofd boven water te houden – de huishuur alleen al zou een groot deel van het inkomen opslokken. De prijzen stijgen sneller dan de lonen, waardoor plannen maken onmogelijk is: morgen kan alles weer duurder zijn. Dit maakt het leven onzeker. Mensen bezuinigen op gezond voedsel en energie om het verschil te compenseren. Surinamers die de kans krijgen, vertrekken naar het buitenland voor een betere toekomst voor hun kinderen.

Suriname produceert weinig met echte toegevoegde waarde. Vrijwel alles is import. Daardoor zijn producten vaak net zo duur of zelfs duurder dan in Nederland. Zelfs lokale producten zoals brood, eieren, groente en fruit dragen de prijs van geïmporteerde onderdelen. Lokaal is dan ook verrassend duur. Alsof dat niet genoeg is, zijn er ook de terugkerende ongemakken: stroomstoringen, waterproblemen, traag internet, gebrekkig openbaar vervoer, roofovervallen, tijdrovende bureaucratie, kwakkelend onderwijs en een wisselvallige gezondheidszorg. Tijdens het regenseizoen verandert Paramaribo bovendien in een moeras, wat het leven letterlijk en figuurlijk zwaarder maakt.

Suriname exporteert wél producten met toegevoegde waarde – alleen niet de juiste. Verpleegkundigen en onderwijzers vertrekken massaal. Wat achterblijft, is een tekort op scholen en in ziekenhuizen. Ziek worden is daarom niet aan te raden. De enige IC in het land functioneert nog enigszins, maar de rest van het algemene ziekenhuis dient meer als schriktherapie. Goed onderwijs is er ook, als je het kunt betalen, via dure particuliere scholen. Voor een Surinaamse Nederlander met een bescheiden pensioen blijft er eigenlijk nog maar één overtuigende reden over om terug te keren naar zijn geboortegrond: het weer. De politiek heeft daar nog geen grip op gekregen.

Een eigen huis bouwen blijft voor velen een droom. Duizenden daklozen leven in en rond Paramaribo. Ik heb het niet over de buitenslapers in vodden, bedekt met een dikke laag grijze stof, die bij winkeldeuren of langs de weg de hand uitsteken voor muntjes. Ik bedoel de verborgen daklozen: de vele huishoudens die zich noodgedwongen in andere huishoudens proppen. Overvolle huizen met te weinig zit- en slaapplaatsen, te weinig ruimte, geen privacy. Meerdere generaties onder één dak, in een intergenerationele achterstand.

Overigens hoor je overal het opvallende geklaag over de zichtbare daklozen, alsof zij een plaag zijn. Terwijl het een bestuurlijk probleem is: een gebrek aan opvangplekken.

Jonge afgestudeerden zitten klem. Ze vinden geen eigen plek. Ze moeten blijven waar ze zijn: bij ouders, familie of ergens tussenin. Ze hebben geen keus. Wie het betaalbaar wil houden, heeft een netwerk nodig. Wie de juiste connecties heeft, redt zich. De overheid biedt weinig perspectief. Betaalbare woningen zijn schaars en banen worden vooral verdeeld binnen het ambtenarenapparaat.

Het gebrek aan huisvesting, openbaar vervoer, veiligheid en gezondheidszorg ontneemt mensen de kans op een goed leven. Alleen als je een gigantische hoeveelheid dollars bezit, bij voorkeur Amerikaanse, komt alles zeker goed. Er wordt gezegd dat in Suriname alles en bijna iedereen te koop is. Geld opent deuren. Geen wachtrijen, alles snel geregeld. Procedures versnellen, regels vervagen en oplossingen verschijnen plotseling.

Een logisch gevolg is corruptie. Welke arme politicus of ambtenaar kan de verleiding weerstaan als een ondernemer op bezoek komt met een koffer vol Amerikaanse dollars? Waar essentiële diensten handelswaar worden, is integriteit niet langer het belangrijkste. En dat is niet zonder risico, zeker niet met de olieopbrengsten in het vooruitzicht. Wanneer de oliedollars binnenstromen, zal er strijd losbarsten om ze te bemachtigen. Het gevaar is dat a systeem o kenki in wan politieke grabbelton: wie al veel heeft en de juiste connecties, krijgt nog meer; wie weinig heeft en achter staat bij de ton, verliest nog meer. Voor de pechvogels zal een emmer bananenchips al snel onbetaalbaar worden.

D. Balraadjsing