Minister Harish Monorath in De Nationale Assemblee.
Het Korps Politie Suriname (KPS) kampt met een structureel tekort aan manschappen en operationele middelen. Dat heeft minister Harish Monorath van Justitie en Politie in De Nationale Assemblee uiteengezet bij de beantwoording van vragen van parlementariërs. Volgens de bewindsman telt het executieve politieapparaat momenteel minder dan 2.800 politiemedewerkers, terwijl een sterkte van circa 5.000 manschappen noodzakelijk wordt geacht om de taken adequaat uit te voeren. Sinds 2020 worden jaarlijks minimaal 250 rekruten opgeleid. Het streven is om uiterlijk in 2027 te groeien naar 3.500 politiemedewerkers en daarna verder door te groeien naar 5.000.

Naast het personeelsgebrek kampt het korps met een tekort aan operationele middelen, met name voertuigen. Hoewel in de afgelopen periode nieuwe voertuigen zijn aangeschaft, bleek een aanzienlijk deel daarvan door technische mankementen snel buiten gebruik te raken.
In december moesten 14 voertuigen worden hersteld. De kosten daarvan bedroegen SRD 300.000 en zijn betaald uit de zogenoemde 'boetekas'– inkomsten uit opgelegde boetes. Volgens Monorath was deze noodmaatregel noodzakelijk om de inzetbaarheid van het korps op peil te houden.

De beschikbare financiële middelen voor de operationele uitvoering zijn volgens de minister ontoereikend om de politietaken landelijk en duurzaam op het vereiste niveau te waarborgen. Toch wordt geprobeerd de openbare orde en veiligheid zo goed mogelijk te handhaven met de beperkte middelen.

Honderden agenten buiten reguliere inzet

Een ander knelpunt is dat circa 400 politiemedewerkers buiten het reguliere operationele verband van het KPS werkzaam zijn. Het gaat onder meer om persoonsbeveiliging van leden van de regering, de rechterlijke macht en De Nationale Assemblee, evenals andere functionarissen met een verhoogd risicoprofiel. Daarnaast zijn politiemedewerkers gedetacheerd bij verschillende inlichtingen- en ondersteunende diensten, waaronder bij het Directoraat Nationale Veiligheid, LVV en onderdelen van Openbare Werken, zoals de afdeling Openbaar Groen.

Monorath benadrukte dat deze inzet niet zonder meer als oneigenlijk kan worden bestempeld. Zij vindt plaats binnen de bredere verantwoordelijkheid van de Staat voor nationale veiligheid en ondersteuning van publieke taken. Tegelijkertijd erkende hij dat deze detacheringen drukken op de beschikbare operationele capaciteit van het korps.

Investeren in opleiding en modernisering
De minister gaf aan dat blijvend wordt geïnvesteerd in institutionele versterking, zowel kwantitatief als kwalitatief. Er worden specialistische trainingen verzorgd en de politieacademie wordt geëvalueerd en gemoderniseerd. Hiervoor is een consultant aangetrokken om de opleiding op te trekken naar internationale standaarden, vergelijkbaar met de opzet van de militaire academie in het verleden.

De geplande versterkingsmaatregelen zijn opgenomen in de begroting van 2026. Monorath merkte daarbij op dat sommige noodzakelijke maatregelen al in voorbereiding of uitvoering zijn genomen, vooruitlopend op volledige financiële dekking, gezien de bredere budgettaire uitdagingen van de Staat.

Volgens de minister blijft het uitgangspunt dat de inzet van politiecapaciteit steeds moet worden beoordeeld binnen het wettelijk kader van de algemene en bijzondere politietaken, zoals vastgelegd in de Grondwet en het Politiehandvest.