Assembleelid Michael Marengo
Met gemengde gevoelens heb ik kennisgenomen van het voorgenomen bezoek van de koning aan onze Republiek Suriname. In het kader van 50 jaar Srefidensi en de bijzondere historische band tussen Nederland en Suriname kan dit bezoek zonder meer als een belangrijk en symbolisch moment worden beschouwd. Toch roept het aangekondigde programma ernstige vragen op over de wijze waarop ons gedeelde verleden – en vooral het slavernijverleden – wordt erkend.

De koning vertegenwoordigt, bewust of onbewust, een persoonlijk symbool van vijf eeuwen overheersing, uitbuiting en ontmenselijking die onze voorouders hebben moeten doorstaan. Juist daarom verdienen elk gebaar, elke locatie en elke ontmoeting tijdens dit bezoek grote zorgvuldigheid en gevoeligheid.

Een pleidooi voor erkenning en respect
Het valt bijzonder op – en is in feite pijnlijk – dat de koning rechtstreeks naar Paramaribo afreist en het district Para volledig lijkt te negeren. Para is niet zomaar een district:

het is het thuisland van een aanzienlijk deel van onze Inheemse gemeenschappen, de oorspronkelijke bewoners van Suriname; het is het gebied waar nog altijd de meeste nazaten van tot slaaf gemaakten wonen; het is ook het district waar het merendeel van de voormalige plantages uit die periode nog te vinden is.

Dat juist deze plaatsen, beladen met geschiedenis, pijn en doorzettingsvermogen, geen deel uitmaken van het programma, is uiterst ongepast en teleurstellend. Het getuigt van een gemis aan erkenning en een beperkte waardering voor de groepen die het meest getroffen zijn door het historische systeem, waaronder het trans-Atlantische slavernijverleden.

Tot verbazing van velen is wel opgenomen dat de koning een bezoek zal brengen aan oude plantages die tegenwoordig worden geëxploiteerd door onder andere buitenlandse Nederlanders. Dit deel van het programma benadrukt eerder het perspectief van degenen die direct of indirect blijven profiteren van het verleden, dan dat van de nazaten die de daadwerkelijke lasten en littekens dragen.

Het onmiskenbare belang van het district Para
Het district Para staat symbool voor de diepste lagen van de Surinaamse geschiedenis: de slavernij, de strijd om vrijheid, de overleving van cultuur en de blijvende verbondenheid met het land. Wanneer de koning Suriname bezoekt zonder ook maar één plek in Para aan te doen, voelt dat als een herhaling van een oude fout: kijken zonder echt te zien en bezoeken zonder te erkennen.

Juist een bezoek aan Para zou een krachtig signaal van respect en morele verantwoordelijkheid zijn. Een ontmoeting met Inheemse dorpen, met nazaten van tot slaaf gemaakten, of een bezoek aan een historische plantage in Para zou tonen dat het Koninkrijk der Nederlanden niet wegkijkt van de pijnlijke delen van onze gedeelde geschiedenis.

Een oproep tot gelijke waardering
Wij adviseren nadrukkelijk om – gelet op het slavernijverleden van meer dan 500 jaar – gepaste erkenning, waardering en zichtbaarheid te geven aan alle groepen die centraal staan in de geschiedenis en identiteit van Suriname, onder andere: de Inheemse bewoners; de nazaten van tot slaaf gemaakten; de gemeenschappen in Para die deze geschiedenis tot op de dag van vandaag dragen.

Een koninklijk bezoek is meer dan een ceremoniële gelegenheid en kan niet worden afgedaan met een ontmoeting van een half uur, zoals gepland, met Inheemsen en nazaten van tot slaaf gemaakten. Het is een historische verantwoordelijkheid die voortvloeit uit eeuwenlange overheersing, onrecht en economische exploitatie. Juist daarom moeten waardering en erkenning zichtbaar worden in concrete daden en ontmoetingen met de gemeenschappen die het zwaartepunt van dit verleden dragen.

Suriname – en in het bijzonder de groepen die de erfenis van 500 jaar onderdrukking nog dagelijks ervaren – verdient niets minder dan waardige, oprechte en tastbare erkenning.

Michael S. Marengo
Lid van De Nationale Assemblee