Column: Continuïteit
11 Mar, 00:59
foto
Doelman Warner Hahn, nieuwste aanwinst voor Natio.
Foto: transfermarkt.nl


Met nog minder dan twee weken te gaan, treedt Natio nieuwe-stijl op Surinaamse bodem aan tegen Cayman Islands. Naarmate de dag nadert lijken steeds meer mensen te geloven in een puike prestatie van deze professionals die de kleuren van Suriname zullen vertegenwoordigen. Intussen is de bondscoach weer in Suriname en heeft hij de draad weer opgepakt met de trainingen. Hoewel de lokale voetballers geen schijn van kans hebben om geselecteerd te worden vanwege de lange inactieve corona-periode, zijn ze nog steeds vol goede moed. Deze houding stemt mij goed, want dat is hoopgevend voor het natraject. De amateurs moeten zoveel mogelijk proberen te leren van de professionals, waardoor het Surinaamse voetbal geleidelijk aan beter zal worden.

De bondscoach heeft beloofd dat de groep die Suriname geloodst heeft naar de Goldcup, niet op een zijspoor zal belanden, dus kijk ik ernaar uit hoe hij deze groep in de gelegenheid zal stellen om profijt te trekken van de expertise die hij in huis gehaald heeft. De keuzeheer heeft met de aanwinst van doelman Warner Hahn, nu op zowat elke positie een professional ter beschikking.

Stel dat de diaspora-spelers er inderdaad in slagen om goede prestaties neer te zetten tijdens de Goldcup en Suriname ook nog een plaats in Qatar bezorgen. Dan rijst de vraag hoe het zit met de continuïteit in aanwas van spelers van min of meer hetzelfde kaliber. Suriname kan namelijk niet ongelimiteerd putten uit het diaspora-spelersarsenaal dat in professionele competities actief is. De spelers zijn pas speelgerechtigd voor Natio als ze Surinaamse ouders of grootouders hebben. Het zal dus ergens stoppen.

Hebben de voetbalactoren hier te lande reeds erover nagedacht hoe te voorkomen dat het nationale voetbal hierna geen vrije val maakt? We mogen natuurlijk blij zijn dat de professionals Natio willen versterken, maar we moeten verder kijken dan Goldcup en Qatar, anders zullen we dezelfde weg bewandelen als Jamaica en Trinidad & Tobago. Deze Caraïbische landen hebben respectievelijk in 1998 en 2006 meegedaan aan het Wereld Kampioenschap voetbal, maar faalden om zich voor de latere edities van een eindronde te kwalificeren. Suriname moet niet alleen maar streven om er te komen, maar ook werken naar continuïteit.

Naast de spelers die zich bereid hebben verklaard om de Surinaamse kleuren te verdedigen, merk ik  ook dat spelers die hun actieve carrière hebben afgesloten, steun betuigen aan Natio. Deze groep zou kunnen bijdragen door naar Suriname te komen en de clubs technisch te ondersteun. Degenen met een trainersdiploma zouden voor een ploeg kunnen staan om zo het niveau op te vijzelen. In plaats van in Europa te blijven hopen op een aanstelling bij een grote club, kunnen trainers van Surinaamse komaf hier een club onder hun hoede nemen en via de Concacaf Champions League bewijzen wat ze waard zijn.

De kampioenen van de verschillende Champions League varianten treffen mekaar namelijk jaarlijks in Qatar in de strijd om de Club Worldcup. Door keer op keer goede prestaties neer te zetten in dit toernooi, zullen de aanbiedingen van grote clubs niet uitblijven. Dit is een meerjarenplan dat offers vergt, maar zeker de moeite waard is, omdat de lokale spelers kwalitatief beter zullen worden, contracten zullen afdwingen en op termijn waardige ambassadeurs van Natio zullen zijn. De hierboven geschetste aanpak vereist een gedegen planning en een professionele organisatie.

De Surinaamse Voetbal Bond moet de potentie van dit project optimaal benutten en ervoor zorgen dat de middelen die bij goede prestaties zullen binnenkomen, worden gebruikt om continuïteit te garanderen. Ga na wat de Suriprofs op organisatorisch en administratief gebied voor Suriname kunnen betekenen en laat niets aan het toeval over om Natio duurzaam op een hoger niveau te brengen.

Mireille Hoepel

Advertenties