Column: Politieke Borrelpraat 640
29 Nov, 22:31
foto
De Braziliaanse samba-groep stal de show tijdens de culturele optocht op Srefidensi-dag. (Foto: René Gompers)


“Dag heren, ik ben Geertje Kemps, freelance journalist. Mag ik jullie wat vragen stellen?”
“Dag Geertje, welkom. Ga je gang.”
“Hoe vonden jullie de afgelopen Srefidensi-viering?”
“Leuk.”
“Mooi.”
“Weer die eeuwige opsomming van onze etnische groepen.”
“Jeetje Jules, reageer nou niet als een zuurpruim.”
“Maar bij deze viering hebben zich twee nieuwe groepen geprofileerd: de Suri-Brasjongs en de Suri-Gayana’s.”
“En de Brasjongs stalen de show met hun wervelende salsa.”
“Een goed voorbeeld voor andere, nogal stijf langslopende groepen.”
“Mang Jules, hou je toch in met je kritiek.”
“Mi lobi dati.”
“Sang Geertje, je praat al een mondje Sranan Tongo, goed zo.”
“Mi sabi taki pikinso. Mijn volgende vraag is: Hoe zien jullie Suriname over 25 jaar?”
“Mooier.”
“Leuker.”
“En wat zegt u, meneer Jules?”
“Ik zeg: al dromen we nog zo mooi, een manjaboom verandert nooit in een kokosnootboom.”
“Dus Suriname blijft zo?”
“Niet zo, maar zo. Ja.”
“Dat begrijp ik niet.”
“Dus van buiten, dus het uiterlijk wordt mooier, maar van binnen…”
“Dus als ik u goed begrijp, zullen bijvoorbeeld al die etnische groepen blijven bestaan?”
“Zolang de politiek daar voordeel aan heeft, zeker.”
“Nou ik denk dat oude zullen vervagen, sommige verdwijnen en gaan op in de rest, maar er komen weer nieuwe bij, zoals we zo even noemden.”
“Je vergat de Suri-Haïtianen en de nieuwste groep: los Cubanos.”
“Maar als ik vragen mag: wanneer wordt Suriname dan een eenheid?”
“Die zijn we al langer dan 45 jaar zelfs. Er is meer dat ons bindt, dan dat ons scheidt.”
“Maar al die etnische groepen, al die talen en religiën, die eerder naast elkaar leven dan met elkaar, dat is toch geen eenheid?”
“O jawel, dat is onze surrealiteit, de Surinaamse realiteit. Zo waren we sinds ons begin toen groepen zoals die Joden, die elders werden vervolgd, zich hier zonder vervolging konden vestigen.”
“Daar ben ik mee eens. Het is juist die vrijheid van religie en andere vrijheden,  die deze samenleving bij elkaar houdt en zal houden.”
“Vandaar dat steeds nieuwe groepen hier komen en blijven. Maar dwing ze niet om samen te smelten of de ene boven de anderen voor te trekken of zo. Dan kunnen er grote weerstanden ontstaan.”
“En waartoe kunnen die weerstanden leiden?”
“Straatoproeren, binnenlandse oorlogen of het massaal wegtrekken van mensen.”
“Zoals rond de onafhankelijkheid?”
“Bijvoorbeeld. Maar vaak blijkt dat vele weggetrokkenen met een zekere weemoed terugdenken aan de tijd dat ze hier verbleven. Deze samenleving blijft ergens aan je trekken. Misschien juist die vrijheid van verscheidenheid?”
“Daarom zou dat samensmelten tot één ras, taal of godsdienst in feite een zonde zijn.”
“Hoe bedoelt u? Dat begrijp ik niet.”
“Kijk naar je vijf vingers hoe verschillend die zijn en hoe je juist daardoor zoveel machtige dingen met je hand kan doen. Stel je zou je vingers samensmelten tot één vinger of je zou vijf van de zelfde vinger hebben. Zou dat beter zijn?”
“Nee, maar die vingers moeten wel goed op elkaar zijn afgestemd.”
“Heel goed gezegd, Geertje, heel goed. En daar heeft het hier, zeker de afgelopen 45 jaar, danig aan ontbroken. Die coördinerende kracht is zwak ontwikkeld door teveel onderling wantrouwen of laat de vingers juist verkeerde dingen doen. Tegen hun aard in.”
“Zoals?”
“Zoals de pink een punaise in hard hout laten drukken of de duim in oor of neus een vuiltje weg laten halen.”
“Of de hand te laten schrijven met vier vingers, zonder de duim te willen gebruiken of juist alleen de duim daarvoor te willen gebruiken. Daar zit onze zwakte. Niet die vingers zijn niet goed, maar hun coördinatie ten algemene nutte laat steeds zwaar te wensen over.”
“Zal deze beleidszwakte over 25 jaar zijn verdwenen?”
“Ik hoop van wel, anders gaan we steeds halverwege blijven steken.”
“Hoe zou dat kunnen veranderen, denkt u?”
“Als we nu bij de basis beginnen, bij de peuters en kleuters, om hen ‘richtig’ op te voeden. Thuis en op school.”
“Hoe?”
“Leer ze op tijd gaan slapen en vroeg op te staan, thuis te ontbijten, netjes groeten als ze de klas of waar dan ook binnenkomen.”
“Leren ze dat niet thuis en op school?”
“Nog te weinig. De goeden niet te na gesproken.”
“En leer ze respect voor hun vlag, land en volk hebben, leer ze, met respect voor anderen hun moedertaal. de schooltaal goed spreken en schrijven en vooral: in die taal leren denken, anders kweken we papagaaien.”
“Dan zal veel afhangen van de peuter- en kleuterjuffen.”
“Heel goed opgemerkt, Geertje, daar staat en valt alles mee. En men plaatst vooral op de openbare scholen vaak ook nog in achterstandsbuurten of het binnenland nog teveel de zwakkere en onervaren leerkrachten in de kleuterklassen en de onderbouw van de basisschool. Juist daar moet je gedreven en ervaren juffen plaatsen.”
“Waar moeten die onervaren en zwakke leerkrachten dan geplaatst worden? Ze moeten toch ook aan de bak komen en ervaring opdoen?”
“Natuurlijk, maar waar je hen ook plaatst, ze moeten in de klas begeleid worden door een oudere juf, liefst een gepensioneerde die wel streng is, maar van kinderen en lesgeven houdt.”  
“Suriname, wat wil je, wat doe je? Je klampt je vast aan het verleden, maar heb je je toekomst goed ingeschat, zingt Manoushka Breeveld.”
“Dus er is zeker hoop voor de komende 25 jaar?”
“Jazeker, maar dan zullen we de zijkant van het diepe bad moeten leren loslaten en het zwembad dwars durven overzwemmen.”
“Dank jullie wel voor die wijze woorden. Ik maak er een goed artikel van.”
“Maar ga geen gekke dingen schrijven, zoals sommige van je collega’s vaker hebben gedaan. Eentje moest laatst nog regels uit z’n boek schrappen, want hij had Doewet’s naam zomaar voluit genoemd.”
“Nee, ik noteer uw e-mail en laat u het artikel eerst lezen voordat ik het publiceer.”
“Goed zo, tot ziens dan, Geertje.”
 
Rappa
Advertenties