Herwaardering van onderwijs
18 Sep, 04:06
foto


De schok van de Covid 19-pandemie legde een diepe digitale kloof bloot waarop geen enkele stakeholder in het onderwijs was voorbereid. In het onderwijs heeft het geleid tot verschuivingen in de relatie tussen school en thuismilieu. Het fysieke contact viel weg en via het online contact vervielen de grenzen tussen beide milieus. Ouders volgden het lesgebeuren (soms) mee, dat niet langer ‘achter gesloten deuren’ plaatsvond.

De gedwongen omschakeling zal wellicht leiden tot een versnelde didactische revolutie en de job-inhoud van leerkrachten ingrijpend beïnvloeden; weg van het repetitieve, week-in week-uit frontale lesgeven. Het zal gericht zijn op meer gevarieerde en effectieve onderwijsmethoden, meer creatieve en coachende taken in teamverband. Deze revolutie zal natuurlijk niet in één klap gebeuren, zeker niet in het basisonderwijs.

Bewustwording
Als afstandsonderwijs structureel wordt ingebed in de schooldidactiek vanaf het lager onderwijs, moet er in snel tempo geïnvesteerd worden in de navorming van leerkrachten. Het grootste deel moet meer vaardigheden gaan ontwikkelen. Tijdens het onderwijscongres, georganiseerd in het kader van 40 jaar Surinaams Pedagogisch Instituut in november 2019, is duidelijk gebleken dat er behoefte is aan en bereidwilligheid tot ontwikkeling en aanscherping van digitale vaardigheden.

Het zal inmiddels wel voor elke leerkracht duidelijk zijn dat afstandsonderwijs veel meer is dan het hanteren van een Smartphone. Het vergt beheersing van meerdere software-instrumenten, en vooral een geëigende sociaal pedagogische aanpak waarbij de leerkracht veel meer moet investeren in het bereiken, activeren, motiveren en betrekken van leerlingen. Hoe wordt omgegaan met vragen zoals: Wat te doen als een leerling niet online is? Hoe merk ik dat iedereen het begrepen heeft? Hoe stimuleer je de leerlingen tot het stellen van vragen? Hoe leid je een onderlinge discussie? Wat doe je met het gegeven dat het concentratievermogen online veel sneller daalt dan in de klas? De impact van corona op de onderwijsloopbaan en de basiscompetenties van het Surinaamse kind zal misschien pas binnen twee jaar duidelijk worden.

Ouderbetrokkenheid
Ouderbetrokkenheid in het onderwijs bestaat al zolang er scholen zijn, en is geen nieuw fenomeen. Kinderen brengen de meeste tijd thuis en daarnaast op school door, wat maakt dat opvoeden en onderwijzen niet los van elkaar staan. Het wordt dan ook van groot belang geacht dat opvoeders en onderwijsprofessionals samenwerken. Het uitgangspunt is dat wanneer er een gelijkwaardige samenwerking ontstaat tussen ouders en school, de kans groot is dat kinderen zich beter ontwikkelen en ontplooien.

Afstandsonderwijs
Afstandsonderwijs is wezenlijk iets anders dan huiswerk. Bij afstandsleren komt het veel meer aan op een actieve studiehouding. Waar je bij huiswerk in je schrift een vraag overslaat als je het antwoord niet kent, daar ga je bij afstandsonderwijs zelf actief op zoek naar het antwoord. Waar bij huiswerk de feedback gericht is op correctie en controle, is bij afstandsleren de feedback meer gericht op uitbreiding. Bij dit alles hebben kinderen zeker de hulp nodig van de ouders of van een andere. De vraag is: wat kunnen ouders het beste doen om hun kinderen te helpen bij het schoolwerk?

Lang niet alle ouders zijn vertrouwd met digitale leermiddelen. De school moet zich afvragen: hebben de leerlingen thuis een device waarop ze digitale leermiddelen kunnen gebruiken, een bruikbaar account en een goede internetverbinding? Niet voor alle ouders is het makkelijk om ondersteuning te bieden. In sommige gezinnen is het gebruikelijker om over school te praten dan in andere. Ook zijn er verschillen in de beschikbaarheid van boeken en ict-apparatuur. Speciale aandacht is gewenst als kinderen opgroeien in een gezin met een sociaaleconomisch zwakkere positie.

Herwaardering onderwijs
De scholen hebben goed werk geleverd om het onderwijs zo goed mogelijk voortgang te laten vinden. Voor een aanpassing van het beleid inzake het afstandsonderwijs was er geen tijd; prioriteit was het door laten gaan van het onderwijs. Het management van een school moest instaan voor de kwaliteit van het onderwijs, ook van het digitale afstandsonderwijs. Dat betekent dat er beleid moest worden opgesteld. Het is interessant om te inventariseren welke oplossingen er zijn gevonden en in hoeverre die toereikend zijn. Nog belangrijker is de vraag hoe scholen straks hun reguliere manier van werken weer oppakken als de schoolvakantie ten einde komt.

Hoe ons land en het onderwijs er na de crisis uitzien, weten we niet. Duidelijk is wel dat de onschatbare waarde van het onderwijs en onderwijsgevenden weer eens duidelijk naar voren is gekomen. Dit biedt kansen om de professionele identiteit van het onderwijspersoneel te verstevigen. Zij hebben het dwars door alle hobbels toch weer klaargespeeld!

Hortence Promes MEd,
Onderwijskundige/ Pedagoog
Directeur Surinaams Pedagogisch Instituut

Advertenties