Column: Streep erdoor!
23 Jul, 00:59
foto
Foto:favpng.com


Sinds Covid-19 op 13 maart is vastgesteld in Suriname, zijn alle sociale activiteiten stopgezet. Ook sportverenigingen moesten noodgedwongen de deuren sluiten. Intussen zijn we al ruim vier maanden verder en nog steeds is het sportleven in Suriname nog niet op gang gekomen. De reden hiervoor is gelegen in de omstandigheid dat er tijdens de gedwongen sluiting, niet of onvoldoende is nagedacht hoe verantwoord te sporten met de constante dreiging van besmetting met het virus. Kijkend naar de televisie, dan merken we dat buitenlandse sporters de gelegenheid hebben om in vorm te blijven in hun prive-accommodatie. De meeste lokale sporters kunnen zich niet die luxe permitteren. Kijkend naar de Surinaamse situatie, dan merken we dat niet eens alle sportverenigingen hier te lande een eigen accommodatie hebben. Er kan dus gerust gesteld worden dat Surinaamse sporters het kind geworden zijn van de Corona-rekening.

Vaak hoor ik mensen roepen dat sporters discipline aan de dag moeten leggen om fit te blijven. Ze houden er echter geen rekening mee, dat sporters in landen met een amateurcompetitie, zijn aangewezen op de faciliteiten van de vereniging. Voor deze sporters is het haast onmogelijk om gelijke tred te houden met collega-sporters in professionele competities. Neem nou onze nationale voetbalselectie, die zich na hard knokken geplaatst heeft voor de Goldcup in 2021. Om een rol van betekenis te kunnen vervullen, zouden spelers die uitkomen in professionele competities, aan de selectie worden toegevoegd. De lokale voetballers zouden geleidelijk aan naar een hoger niveau getrokken worden. Nu de reguliere competitie stil ligt, lijkt deze strategie niet meer ideaal. Een deel van de groep overzee is al weer in actie gekomen in de competities die hervat zijn, terwijl een ander deel de trainingen voor de nieuwe competitie heeft hervat. Ongetwijfeld zal er dus een enorme kloof zijn tussen deze twee groepen spelers en ziet de bondscoach zich voor een haast onmogelijke taak geplaatst, om er een goed team van te smeden.

De geschetste situatie waarbij er een enorm tekort is aan trainingsuren, is er een die bij vrijwel alle takken van sport aan de orde is. Gebrek aan training heeft slechte wedstrijdprestaties tot gevolg. Een bekend gezegde hierbij is: If you fail to prepare, you are preparing to fail. Met deze lijfspreuk in gedachte is het aannemelijk dat het zinloos is om sporters en of verenigingen af te vaardigen naar internationale meetmomenten, terwijl ze niet adequaat voorbereid zijn. De middelen die hiervoor bestemd waren, zouden in projecten ter ontwikkeling van de jeugd gestopt kunnen worden. Vooral grote sportdelegaties (jeugd voetbalselecties of damesvoetbalselecties) zouden de komende tijd niet uitgezonden moeten worden. We zitten niet te springen om te vernemen dat een nationale dames voetbalselectie, zonder in training te zijn geweest, is afgevaardigd en in het buitenland vernederd is met 10-0, zoals dat in 2019 gebeurde tegen Haïti. We moeten niet reislustig zijn, maar onze sporters beschermen tegen onnodige mentale schade. Individuele sporters die aantoonbaar fit zijn, mogen wel afgevaardigd worden, zodat ze niet ontmoedigd raken.

Het lijkt me goed om de komende tijd flink te investeren in jeugd- en damesprogramma's en zo deze groepen te versterken. Er moet mijn inziens een streep getrokken worden door alle eventueel geplande afvaardigingen van teamsporten voor dit kalenderjaar. Bestuurders moeten niet alleen denken aan het eigen belang, maar het belang van deze jonge sporters voorop stellen.

Mireille Hoepel