Essed: 8 december vonnis mag niet op zich laten wachten
05 Nov, 13:39
foto
Hugo Essed, advocaat van de nabestaanden.


Hugo Essed, advocaat van de nabestaanden, antwoordt op een vraag van Starnieuws niet bekend te zijn met de datum waarop het vonnis door de Krijgsraad wordt uitgesproken, maar vindt wel dat "het niet meer lang op zich mag laten wachten”. Essed zegt “geen probleem te hebben met het standpunt van de hoofdverdachte dat het allemaal te lang duurt”. Echter is hij van oordeel dat het recente verzoek van de hoofdverdachte aan het Hof van Justitie om het strafproces daarom te beëindigen, “geheel buiten de orde is. Ik geef dat verzoek geen kans van slagen”. 

Het Hof van Justitie heeft in april 2019 aangegeven dat de burgerrechters van de Krijgsraad voor drie maanden vrijgesteld werden van hun reguliere taken, om aan het vonnis te werken. "Die drie maanden zijn inmiddels voorbij en de betreffende rechters hebben hun normale taken weer hervat. Ik neem daarom aan dat het vonnis min of meer gereed is. Indien dat zo is, hebben zowel de nabestaanden als de verdachten in gevolge artikel 10 van de Grondwet, er recht op dat de berechting binnen een redelijke termijn plaatsvindt. Bovendien heeft het Hof van Justitie de Krijgsraad reeds in 2014 aangespoord om de berechting van de verdachten met voortvarendheid af te ronden”, legt de jurist uit. 

Essed zegt “er vanuit te gaan dat er geen bijzondere nationale omstandigheden, of bijzondere overwegingen zijn die een belemmering kunnen zijn voor het doen van de uitspraak”. Hij hoopt dan ook dat het vonnis nog vóór het decemberreces van de rechterlijke macht, welk op 15 december aanvangt, zal worden uitgesproken.

Op dit moment wil Essed geen verwachting uit spreken over de uitspraak.“Hoewel de nabestaanden overtuigd zijn van de schuld van de hoofdverdachte en anderen aan het martelen en vermoorden van de 15 mannen, wil ik op dit moment geen verwachting uitspreken ten aanzien van de uitspraak, maar verwacht ik slechts dat de Krijgsraad in goede justitie zich deugdelijk van zijn taak zal kwijten.”