DA'91: De waarheid achter de inbeslagname gelden
08 Aug, 04:36
foto


De minister van Financiën en nu de president houden de samenleving voor dat de in beslag name van de 19.5 miljoen euro door Nederland een politieke actie betreft. DA'91 houdt de samenleving voor dat de regering Bouterse, om ons nog onbekende redenen, het niet nauw neemt met het actualiseren van de financiële wet en regelgeving inzake `Money Laundering`.

Suriname dreigde op de zwarte lijst te komen in 2017 omdat het zijn wetgeving niet had geactualiseerd inzake onder andere het witwassen van geld. Om te ontglippen aan isolatie op financieel-economisch vlak werd de wetgeving in allerijl aangepast. Dus geen beleid 'by design but by default'. En er hoeft dan dus ook niet verwacht te worden dat het gedrag van deze regering in het natraject er anders uitziet dan het voortraject.

De inbeslagname door het Nederlandse Openbaar Ministerie heeft naar alle waarschijnlijkheid te maken met het niet naleven door Suriname van internationale wetgeving over witwassen van gelden. In het op 31 mei 2017 gepubliceerde rapport van de Caribbean Financial Action Task Force (Surinames 11e follow-up report), een hoofdzakelijk slechts op overlegde documentatie gebaseerd rapport, blijkt dat wij als land voor zowel kern, sleutel en andere recommandaties grotendeels minimaal en dat dus slechts op papier, voldoen. De FATF (Financial Action Task Force) geeft specifieke richtlijnen en instructies over hoe landen om moeten gaan met verdenkingen van witwassen.

De basis voor de uitgangspunten vormen het Verdrag van Wenen en de Palermo Convention, evenals de Conventie aangaande de financiering van terrorisme. In het kort komt het erop neer dat o.a. alle landen wettelijke regelingen moeten hanteren om gelden/opbrengsten/bezit die verdacht worden het product te zijn van witwaspraktijken of gerelateerde overtredingen of daarvoor gebruikt wordt aan te pakken. Het geeft landen de bevoegdheid om deze transacties te identificeren, na te trekken evenals deze te bevriezen of in beslag te nemen om verder gebruik van deze middelen te verhinderen. Landen kunnen dit doen zonder een strafrechtelijke veroordeling. Hierbij mag zelfs geëist worden dat de overtreder de rechtmatige oorsprong van hetgeen waar beslag op is gelegd, moet bewijzen . Deze vereisten zijn ontbloot van elke politieke insteek. Er is namelijk geen strafrechtelijke veroordeling nodig en de bewijslast ligt bij Suriname.

DA’91 brengt in herinnering dat het International Narcotics Control and Strategy Report van het United States Department of State de positie en rol van de president evenals de veroordeling van hem en zijn zoon Dino, als een belangrijke achtergrond noemt van het probleem.
De opmerkingen van de minister van Financiën in de comité generaal en recenter die van de president in zijn persconferentie van 7 augustus j.l. moeten ons inziens tegen deze achtergrond geplaatst worden. De minister van Financiën evenals de president pogen bewust en opzettelijk deze samenleving te misleiden aangaande werkelijke achtergronden van de inbeslagname van de gelden.

DA’91 heeft het als haar opdracht om al deze belemmeringen zo snel mogelijk tot het verleden te doen behoren. Er moet prioriteit gegeven worden om een dusdanig bestuur van ons land vorm te geven, vrij van internationale opsporingsbevelen en met integere bestuurders, zodat Suriname vrij en volledig invulling kan geven aan alle internationale wettelijk vereisten ter bestrijding van de grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit.

De enige politieke actie die wij ervaren op dit moment vindt zijn oorsprong op het Kabinet van de president en bestaat uit het aanwenden van alle staatsmiddelen en de Staat Suriname voor het enge eigen lijfsbehoud.