183-jarige pijporgel herboren in Maarten Lutherkerk
11 Dec, 14:22
foto
Het Bätz-orgel in de Maarten Lutherkerk in Paramaribo. (Foto: Kerkraad Maarten Lutherkerk)


Het Bätz-orgel in de Maarten Lutherkerk in Paramaribo klinkt weer als herboren. Het oudste pijporgel van Suriname is na twee jaar groot onderhoud op 1 december feestelijk in gebruik genomen. Met de restauratie is niet alleen 38.500 euro gemoeid, maar ook veel geduld en toewijding.

Het is Peter van Rumpt van orgelbouwer Pels & Van Leeuwen uit Rosmalen gelukt het oude klankbeeld weer te herstellen. Organist Peter den Ouden heeft op 2 december een concert afgewerkt op het eenklaviers Bätz-orgel –elf stemmen, aangehangen pedaal. Zijn repertoire omvatte Bach, Fiocco, Hugo Distler, John Rutter en Jan Zwart. Rafaël van Ommeren, cantor-organist van de kerk, speelde een adventsimprovisatie en leidde zijn kerkkoor in een drietal a capella bijdragen. Ook het Profosoe Blaaskwartet en soliste Michael Ramdas hebben bijgedragen aan de feestelijke sfeer.

In een grote stadsbrand was de Maarten Luther Kerk in december 1832 afgebrand. Een maand later, in januari 1833, kwam het nieuw bestelde orgel van de firma Jonathan Bätz en Company verpakt in grote kisten, de Surinaamse haven binnen. De toen 31-jarige orgelbouwer Christiaan Friedich Witte stond voor een door brand verwoeste kerk. De kisten met de orgelonderdelen werden opgeslagen in een pakhuis. Twee jaar later stond de nieuwe kerk er en kwam Witte terug om het orgel te bouwen. De mahoniehouten kast waarop het orgel staat, is door Surinamers gemaakt. In april 1835 was het muziekinstrument gebouwd, waarna op 3 mei in dat jaar –bijna 183 jaar geleden- het orgel werd ingewijd in een afgeladen kerk.