Essay: 35 jaar decembermoorden
08 Dec 2017, 11:52
foto
Vandaag heeft Uitgeverij Van Gennep de publicatie van 'Verzwegen werkelijkheid. De rechtsorde onder Bouterse', het nieuwe boek van Theo Para, aangekondigd. Het boek verschijnt in januari 2018.


In de nacht van 7 op 8 december 1982 heeft de militaire dictatuur van Desi Bouterse, 16 voorvechters van de democratie, gewelddadig ontvoerd. Het aantal ontvoerden had hoger moeten zijn, maar sommigen waren uitlandig, terwijl anderen wisten te ontkomen. Vijftien ontvoerden, onder wie advocaten, journalisten, wetenschappers, militairen, vakbondsleiders en ondernemers, werden zonder vorm van proces gefolterd en doodgeschoten op Bastion Veere in het Fort Zeelandia.

Bevelhebber Bouterse hield op 9 december 1982 via een televisietoespraak het Surinaamse volk voor, dat de slachtoffers ‘op de vlucht zijn neergeschoten’. Twee radiostations, een vakbondsgebouw en de drukkerij van een dagblad werden in brand geschoten. De brandweer werd het verboden de branden te blussen. De universiteit werd gesloten. Alle onafhankelijke media werden verboden of onder censuur geplaatst. Later werd ook de invoer van alle literatuur uit het buitenland verboden.

In haar regeringsverklaring van 1 mei 1983 ontzegde de regering van de dictatuur, de Surinamers definitief het op het kolonialisme veroverde algemeen kiesrecht. De hoofdslager van Bastion Veere en zijn kompanen hadden hun slachtoffers valselijk van een couppoging beschuldigd, om de moorden de schijn van zelfverdediging te geven. Zij hadden daartoe zelfs vals alarm en geschiet met losse flodders, georkestreerd. Het was de tactiek van de dief die roept ‘Houdt de dief!’. Dit was de verzwegen werkelijkheid: Bouterse pleegde 35 jaren geleden een bloedige zelfcoup, om zijn absolute macht in de vorm van een totalitaire staat te vestigen. Er was geen sprake van een gewapend conflict, maar van lafhartig, asymmetrisch, gewapend staatsgeweld tegen ongewapende, weerloze burgers.

Hoogleraar internationaal recht John Dugard, ook wel de vader van de mensenrechten in Zuid-Afrika genoemd, heeft aan het begin van deze eeuw, in zijn advies aan het Amsterdams Gerechtshof er geen misverstand over laten bestaan. De folteringen en moorden van 8 december 1982 kwalificeren als misdrijven tegen de menselijkheid. Er was sprake van systematische, zeer ernstige misdrijven, met staatsmiddelen door staatsactoren gepleegd tegen critici van de dictatuur. Anil Ramdas, onze grote essayist, had die politiek gemotiveerde criminaliteit treffend geduid als ‘moord op het intellect’.

Onrechtmatige zelfamnestiewet
De meeste internationale misdrijven, van oorlogsmisdrijven tot genocide en misdrijven tegen de menselijkheid, zijn onbestraft gebleven. De daders onttrokken zich aan het afleggen van strafrechtelijke verantwoording, door misbruik te maken van hun machtspositie en door te profiteren van door geopolitieke calculatie gedreven onverschilligheid van democratische staten. Staten waarvan sommigen, in veel gevallen moreel gezag ontbeerden omdat zij zich zelf aan zulke misdrijven hadden schuldig gemaakt. Om gerechtigheid in het geval van internationale misdrijven te verwezenlijken, zijn naast rechtsmiddelen, ook humanitair activisme en politiek-moreel uithoudingsvermogen noodzakelijk. In Suriname en zijn diaspora, hebben mensenrechtenorganisaties en nabestaanden van de slachtoffers van de decembermoorden en de massaslachting te Moiwana, een beslissende rol gespeeld in het strafrechtelijk agenderen van de ernstige schendingen van de mensenrechten. Dat dit jaar, in het Decembermoordenproces, auditeur-militair Roy Elgin de strafeis van 20 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf heeft uitgesproken tegen hoofdverdachte Bouterse en enkele medeverdachten, markeert een rechtsstatelijk hoogtepunt in die historische strijd om recht en waarheid. De juridische couppoging met de onrechtmatige zelfamnestiewet, heeft in het 8 december strafproces, de checks and balances van de democratische rechtsorde niet overleefd.

Niemand staat boven de wet
Dat dit historische strafrechtelijk proces zich onder vreedzame condities voltrekt, demonstreert de verworvenheden in het proces van post-dictatoriale herstel van maatschappelijk vertrouwen. Dat hersteld vertrouwen wordt internationaal ook wel nationale verzoening genoemd. Sinds de vreedzame beëindiging van de militaire dictatuur en haar lange nacht van intimidatie, censuur, folter en moord, heeft Suriname met vallen en opstaan, een constitutioneel democratische rechtsorde verworven. Zeven algemene verkiezingen hebben plaatsgevonden, waarbij verschillende vreedzame machtswisselingen zich hebben voltrokken. Suriname kent weer vrije media. In De Nationale Assemblee kunnen partijen bij gemeenschappelijkheid van inzicht, ook weer samen stemmen voor wetsontwerpen.

De ironie wil dat de hoofdverdachte van de decembermoorden nu een moreel omstreden president is binnen een democratische rechtsorde, waar zijn slachtoffers het leven voor hebben gelaten. Aan deze rechtsorde, die zich nationaal en internationaal gebonden heeft aan de mensenrechten, kan niet meer worden getornd. Ook niet met vervanging van het argument door bangmakerij. Voor de nieuwe generatie, opgegroeid met constitutionele grondrechten en digitale expressie, en niet getraumatiseerd door militair geweld van misdadig bestuur, is een toekomst bevangen door angst onacceptabel. Alle leden van De Nationale Assemblee en de regering hebben trouw gezworen aan het hoogste sociale contract, de grondwet van de republiek Suriname, waarin de democratische rechtsorde is verankerd. Die plechtige, publieke belofte impliceert respect voor de rechtsgelijkheid en de onafhankelijke rechtsgang. Ieder is gelijk voor de wet. Niemand staat boven de wet.

Mensenrecht op recht
Zeker nu, onder omstandigheden van crisis en verarming, waar zelfs loon na werk onzeker is, leeft bij de overgrote meerderheid van de Surinamers de overtuiging dat een putschistische aanslag op de democratische rechtsstaat, ook voor de wankele sociaaleconomische toestand, rampzalige gevolgen zou hebben. Een grote verworvenheid van de democratische verlichting en het decennia oude, feitelijke proces van nationale verzoening, is de marginalisering van de voorstanders van staatsgreperij en dictatuur in Suriname. De vreedzaam bevochten pro-rechtsstatelijke openbare mening helpt het Decembermoordenproces schragen, zoals de onafhankelijke rechtsgang de rechtsstatelijke norm helpt consolideren.

Niet de willekeur van de cultuur van straffeloosheid, maar rechtszekerheid is wat deze generatie de volgende wil nalaten. Geen betere uiting van nationale verzoening dan gedeeld respect voor de collectief overeengekomen rechtsnorm, zeker als het gaat om het grondrecht op leven. Het zijn de ernstige schendingen van de mensenrechten die de nationale saamhorigheid hebben stukgeslagen, die verdeeldheid en oorlog hebben gezaaid. In ons land vielen onder de militaire dictatuur, inclusief de oorlogsmisdrijven in de Binnenlandse Oorlog, verhoudingsgewijs meer dodelijke slachtoffers als gevolg van politiek gemotiveerde criminaliteit, dan onder de militaire dictatuur in Brazilië. Het is de hoofdverdachte die een anti-mensenrechten demagoog ‘in natura’ heeft ingehuurd, die vergeefs heeft getracht nabestaanden van de Binnenlandse Oorlog, met manipulatie van hun leed, op te zetten tegen 8 december nabestaanden. Deze aanslag op het proces van nationale verzoening, bevestigt slechts hoezeer de geest van verdeel- en heers, deel uitmaakt van de anti-rechtsstatelijke campagne van de mensenrechtenschenders voor straffeloosheid. Daarentegen, maakt de strafrechtelijke herbevestiging van de rechtsorde, definitief een eind aan de ernstige schendingen van de mensenrechten, door ook het mensenrecht op recht te herstellen.

Wij hebben niet gezwegen, wij zijn niet gezwicht!
Onderzoek leert dat bij willekeurig geweld tegen medeburgers, van allen die daarvan getuige zijn, slechts een kleine minderheid de moed opbrengt, in solidariteit met de slachtoffers, haar stem te verheffen. Angst doet vermijden. Een kleine minderheid ging direct na de decembermoorden uit protest de straat op, bezocht het mortuarium, bevolkte de begraafplaatsen van de slachtoffers en schreef clandestiene pamfletten tegen het regime van folter en moord. De eis voor gerechtigheid klonk jarenlang als strijdkreet van roependen in de woestijn. Lang zwegen democratische partijen over gerechtigheid. Verlamd leken de instituties van de rechtshandhaving. Pas in 1996 drong Nederland aan op vervolging van de schuldigen van de decembermoorden, en dan alleen in verband met de moord op Frank Wijngaarde, die Nederlands staatsburger was. Alsof misdrijven tegen de menselijkheid geen internationale misdrijven waren.

Op de 8 december Gedenkplaat op de muur van de Mozes en Aäron Kerk in Amsterdam, is de historische belofte gegraveerd: ‘Slechts in gerechtigheid berusten’. Niet ver daar vandaan, op het Weteringplantsoen is op de plek waar tijdens de bezetting de fusilladeplaats was, een monument voor slachtoffers van de nazi’s opgericht. Daarop lezen wij de dichtregels van Hendrik van Randwijk, journalist en verzetsman:

Een volk dat voor tirannen zwicht,
zal meer dan lijf en goed verliezen,
dan dooft het licht.


Na 35 lange jaren kan de kleine Surinaamse minderheid die vanaf het prille begin de vlag van gerechtigheid heeft gehesen, die het in ons volkslied bezongen ‘recht en waarheid maken vrij’ tot uitdrukking heeft gebracht, zonder onbescheiden te zijn, publiek getuigen: Wij hebben niet gezwegen, wij zijn niet gezwicht!

Licht van hoop
Vandaag, in dit existentiële, nationale moment van collectieve herdenking en reflectie, kiest de zittende president voor vermijding, voor absenteïsme, voor uitlandigheid. Het is kenmerkend voor zijn schrijnende isolement binnen de morele gemeenschap. Het bevestigt ook de simpele waarheid dat de voltooiing van het proces van nationale verzoening niet mogelijk is, met verantwoordelijken voor moord en folter, in het openbaar bestuur. Niets menselijks is ons vreemd. Ook verantwoordelijken voor zulke misdrijven kunnen tot inkeer willen komen, spijt hebben van hun wandaden en iets aan schadeherstel en oprechte genoegdoening voor nabestaanden willen doen.

Terugtreden uit het openbaar bestuur is het eerste teken van goede wil, mede omdat daarmee eindelijk de post-dictatoriale generatie alle ruimte krijgt, zonder de ballast van het bloedige verleden, de crisis en de morele verdeeldheid te overwinnen. Die nieuwe generatie kan voor Suriname, in deze tijd van ongekende technologische en coöperatieve mogelijkheden, eindelijk de democratische rechtsorde completeren met integer en bekwaam bestuur, met sociaaleconomische rechtvaardigheid, culturele ontwikkeling en inclusieve menselijke waardigheid. Het is een vergezicht dat ons vandaag herinnert aan het hoogste offer dat de vijftien mannen op 8 december 1982 voor onze vrijheid brachten. Of zoals het op de Gedenksteen van het Nationaal Monument Bastion Veere 8 december 1982 staat beschreven: ‘Hun vastberadenheid liet ons het licht van hoop.’

Theo Para

Thursday 23 May
Wednesday 22 May
Tuesday 21 May