Column: De waarheid maakt ons vrij
20 Jul 2015, 00:01
foto
Sandew Hira


Geachte president Bouterse,

U bent op democratische wijze gekozen tot president van Suriname. Aan het eind van uw nieuwe presidentschap bent u 75 jaar, een leeftijd om na te denken over uw nalatenschap voor de geschiedenis van Suriname.
Wij kennen elkaar niet persoonlijk. We hebben elkaar nooit eerder ontmoet. We delen samen een drama: de Decembermoorden van 1982. Mijn broer, John Baboeram, is toen onder uw verantwoordelijkheid gemarteld en vermoord in Fort Zeelandia. Het heeft het leven van mijn vader en moeder, en ons heel gezin, getekend voor de rest van hun bestaan. Hun verdriet heeft altijd heel zwaar op mij gedrukt. En niet in het minst vanwege het spanningsveld tussen mijn liefde voor mijn ouders en mijn politieke en morele opvattingen.

U beschouwt 25 februari als een revolutie. Ik beschouw het als een militaire coup met contradicties van links en rechts. Kort na de Decembermoorden werd ik gebeld door een ambtenaar van het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij nodigde me uit voor een gesprek met ex-president Chin A Sen. In dat gesprek vroeg Chin A Sen me om steun uit te spreken voor een militaire operatie die hij met de CIA zou voorbereiden. Hij zou voor zijn vertrek naar Amerika op Schiphol een persbijeenkomst organiseren met iedereen die hem zou steunen. Ik weigerde.

Voor mijn lieve ouders was dat een onbegrijpelijk besluit. Hun pijn vroeg om gerechtigheid. Ik weet heel goed dat mijn antwoord heel onbevredigend voor hen was. Ik gaf een politieke reden voor mijn besluit. Nooit zal ik welke actie van de CIA dan ook ondersteunen, want hun acties hebben nooit het belang gediend van onderdrukte volkeren in de wereld. Ik gaf ook een morele reden: de militaire acties van de CIA zullen leiden tot de dood van onschuldige burgers in Suriname, die ook een vader en moeder hebben. De politieke reden stuitte op onbegrip, de morele leek hen ietsje meer aan te spreken. Op hun vraag “wat is het alternatief?” antwoordde ik: “Geweldloze actie”. Ondanks hun bewondering voor Mahatma Gandhi, hechtten ze weinig waarde aan die strategie. Het spanningsveld tussen mijn liefde voor mijn ouders en mijn politieke en morele opvattingen ging gepaard met een andere pijn, de pijn van principes.

In de jaren daarna heb ik intensief samengewerkt met wijlen Fred Derby voor een herstel van de rechtsstaat in Suriname. Die kwam er dankzij de inzet van veel krachten in Suriname. In 1987 waren de eerste verkiezingen. In 2015 heeft uw partij die gewonnen met een meerderheid van 26 zetels.
In de afgelopen 33 jaar zijn de Decembermoorden als een donkere wolk blijven hangen over de Surinaamse gemeenschap in en buiten Suriname. Er is veel veranderd in die tijd. Eertijds tegenstanders van u zijn bij tijd en wijle medestanders geworden. Paul Somohardjo en Ronnie Brunswijk zijn slechts twee opvallende voorbeelden. Pogingen om u via juridische weg aan te spreken op de Decembermoorden zijn op niets uitgelopen. In dat traject heeft de amnestiewet een belangrijke rol gespeeld. Ook daar heb ik de pijn van principes moeten ervaren.

Aan de ene kant is er een groep nabestaanden – ondersteund door politieke krachten in binnen- en buitenland – die pleiten voor een juridisch proces. Ik begrijp hun emoties. Aan de andere kant heeft uw regering – waarin ook Somohardjo en Brunswijk zitting hadden – u vooraf amnestie toegekend en een waarheidscommissie ingesteld. Die commissie is op niets uitgelopen.
Ik heb gepleit voor een traject van waarheidsvinding als alternatief voor een juridisch traject en tegen een wet die vooraf amnestie gaf. Het werd me niet in dank afgenomen. Beide trajecten hebben de donkere wolk niet kunnen verdrijven. En die wolk drukt in negatieve zin op onze gemeenschap. Relaties tussen mensen op allerlei niveaus – politiek, economisch, cultureel etc. – worden nog steeds beïnvloed door een standpunt t.a.v. de Decembermoorden. Die verdeeldheid zal blijven zolang er geen proces is van het verwerken van de ervaringen rond deze kwesties. Waarheidsvinding is een belangrijk onderdeel in dit proces. De waarheid maakt ons vrij. Het stelt ons in staat om tegen elkaar te zeggen: ook al zijn we het niet met elkaar eens over hoe we het verleden beoordelen, het feit dat dit verleden niet bedekt wordt, is voldoende om tegen elkaar te zeggen: laten we deze zwarte bladzijde in onze geschiedenis omslaan en samen bouwen aan een nieuwe toekomst voor onze gemeenschappen in en buiten Suriname. Het zal ons goed doen in alle opzichten: politiek, economisch, cultureel etc.

U heeft in dit proces de sleutel in handen. Daarom doe ik u hierbij het volgende voorstel in het licht van het falen van een waarheidscommissie. Dat voorstel bestaat uit vijf punten.
1. U legt in een uitgebreid en diepgaand interview met mij een getuigenis af van de gebeurtenissen waarbij u betrokken bent geweest en waarbij geweld een bepalende factor is geweest. Ik beperk die gebeurtenissen nadrukkelijk niet tot de Decembermoorden. Het gaat hier niet om de verwerking van mijn persoonlijk verdriet, maar om de verwerking van het verdriet van tal van mensen die hebben moeten dealen met geweld in de aanloop naar 25 februari en daarna, inclusief de Decembermoorden, Moiwana en de Binnenlandse Oorlog (van beide zijden). Het gaat mij niet om geweld in de context van persoonlijke verhoudingen, maar om de maatschappelijke en politieke context te begrijpen van wat er is gebeurd, waarom beslissingen zijn genomen zoals ze genomen zijn en hoe achteraf die beslissingen worden beoordeeld. De getuigenis is uw verhaal. Het is geen discussie met mij. Het is geen rechtbank. Het is waarheidsvinding.

2. Als zo´n gesprek onvoorbereid is, kunt u me alles op de mouw spelden. De waarde van het gesprek is dan ook minimaal. Daarom stel ik voor dat ter voorbereiding van deze getuigenis ik met een team van mensen gedurende een paar maanden intensief onderzoek zal doen naar deze periode om de feiten op een rijtje te krijgen en op basis daarvan een serie vragen op te stellen die u vooraf opgestuurd krijgt. Dat onderzoek is gebaseerd op openbare bronnen, interviews met mensen en bronnen binnen het overheidsapparaat. Het beperkt zich niet tot de Decembermoorden maar gaat over de hele periode inclusief de aanloop naar 25 februari. Ik stel voor dat uw regering meewerkt om de bronnen binnen het overheidsapparaat beschikbaar te stellen (justitie en veiligheidsdiensten). Op basis van het onderzoek zal ik de vragen opstellen voor de getuigenis. Ik stel voor dat we net zoveel tijd nemen als nodig is om de getuigenis vast te stellen, ook al zal dat enkele dagen duren. Ik realiseer me dat een president van een land niet zomaar enkele dagen vrij zal kunnen maken voor een interview, maar ik meen dat deze kwestie cruciaal is voor de toekomst van de verhoudingen in onze gemeenschap, ook lang nadat u het tijdelijke met het eeuwige heb verwisseld.

3. Op basis van het onderzoek en uw getuigenis stel ik een rapport op voor de gemeenschap met de onderzoeksfeiten en uw volledige getuigenis. Het rapport zal ik aanbieden aan de voorzitter van De Nationale Assemblee en downloadbaar stellen zodat iedereen het kan raadplegen. Het bronnenmateriaal (de onderliggende stukken en de audiobanden van ons gesprek) zal ter beschikking worden gesteld aan het Nationaal Archief Suriname zodat toekomstige onderzoekers ze kunnen controleren.

4. Als dit idee u niet bevalt, hoeft u niets te doen. Als het u aanspreekt, dan stel ik voor dat u in reactie op deze brief iemand uit uw apparaat aanstelt om dit traject met mij op te starten en dat in een openbare verklaring kenbaar maakt. Het hele proces zal transparant zijn. Ik zal regelmatig via de media verslag doen van de voortgang van het proces.

5. Zo'n traject kost geld. Ik vraag uw regering niet om geld. Als uw regering geld aanbiedt, zal ik het weigeren. Ik zal onze gemeenschap vragen voor financiële bijdragen. Als die niet komt, zal ik toch doorgaan. Het onderzoek zal in alle opzichten onafhankelijk moeten zijn.

Ik heb lang nagedacht over de vraag of ik dit wil doen. Emotioneel valt mij dit heel zwaar. Het idee dat ik in één ruimte met u zal zitten -- man-to-man, face-to-face -- is bijna een ondraaglijke gedachte. Het idee om u een hand te geven bij een ontmoeting, zoals ieder beschaafd mens hoort te doen, roept sterke emoties bij me op, omdat die gedachte zich mengt met herinneringen aan mijn vader en moeder en hun intens verdriet. Ik weet niet of ik dit zou kunnen als het niet mijn broer, maar mijn kind was geweest.

Ik zie er tegen op. Na dit traject zullen we geen vrienden worden. We zullen niet bij elkaar op bezoek gaan en onze gevoelens en gedachten over het leven uitwisselen. Na dit traject zal ieder van ons doorgaan met zijn leven. Ik weet niet wat dit voor u persoonlijk zal betekenen. Ik weet dat het heel veel zal betekenen voor mij en grote delen van de gemeenschap waarvan u president bent: het zal ons bevrijden van een geestelijke knoop waar we nu al decennialang in vastzitten.

Hoogachtend,

Sandew Hira

Wednesday 16 October
Tuesday 15 October
Monday 14 October