Minister Melvin Bouva van BIS
De regering benadrukt dat de financiering van de brug over de Corantijnrivier via het bilaterale overleg met Guyana is besproken. Het ministerie van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking reageert daarmee op de recente spanningen en uitlatingen vanuit Guyana over de financiering van het project. 

Het ministerie acht het van belang te verduidelijken dat, in tegenstelling tot de ontstane indruk in de berichtgeving, de financiering van de brug reeds geruime tijd een vast onderdeel vormt van het bilaterale overleg tussen Suriname en Guyana. Dit onderwerp kwam onder meer aan de orde tijdens de ontmoeting tussen beide staatshoofden in Nickerie op 13 september 2025, de bilaterale ontmoeting in de marge van de Fiftieth (50th) Regular Meeting of the Conference of Heads of Government of CARICOM in Saint Kitts en Nevis, alsmede tijdens het virtuele overleg tussen beide presidenten op 15 mei 2026.

Tijdens de laatste besprekingen heeft Suriname duidelijk aangegeven voornemens te zijn de financiering van de brug over de Corantijnrivier voor zijn rekening te nemen. Daarbij is tevens benadrukt dat, gelet op de omvang en het strategische belang van het project, tijd nodig is om de verschillende financieringsopties zorgvuldig te beoordelen en te komen tot een duurzame en verantwoorde financiële constructie.

Deze uitgangspunten en het voornemen van de huidige Surinaamse regering om de financiering van de brug voor haar rekening te nemen, zijn tijdens het meest recente bilaterale overleg tussen beide staatshoofden door Suriname bevestigd. Voorts is overeengekomen dat de technische werkgroepen de financiële, technische en operationele aspecten van het project, waaronder de toekomstige exploitatie van de brug, gezamenlijk verder zullen uitwerken.

Een vaste oeververbinding kan een belangrijke bijdrage leveren aan de verdere versterking van de handel, investeringen, logistieke verbindingen, de mobiliteit van personen en goederen, het toerisme en de bredere sociaaleconomische ontwikkeling van beide landen.

De regering blijft derhalve een open, constructieve en resultaatgerichte dialoog voorstaan over dit project en andere onderwerpen van gemeenschappelijk en regionaal belang.