3 februari 1959 – 30 maart 2026

Met diep verdriet en een gevoel van onwerkelijkheid hoorde ik het bericht van het plotselinge overlijden van Chandrikapersad Santokhi – Chan, zoals wij allen hem kenden. Een man die zijn leven in dienst stelde van Suriname. Een leider die bruggen bouwde waar muren stonden. Een vriend wiens vertrouwen ik als een kostbaar geschenk heb gekoesterd.

Mijn pad kruiste dat van Chan in 2012, een klein jaar nadat hij het voorzitterschap van de Vooruitstrevende Hervormings Partij op zich nam. Ik was uitgenodigd te spreken over het thema ‘Diaspora’ op de 63ste verjaardag van de VHP. Aan het einde kwam hij naar me toe en omarmde hij het idee om Suriname te ontwikkelen met 1 miljoen Surinamers: die in Suriname en die in de diaspora. Wat mij onmiddellijk trof, was zijn combinatie van onverzettelijke vastberadenheid en oprechte warmte. Hier stond een man die op negentienjarige leeftijd naar de Nederlandse Politieacademie in Apeldoorn was vertrokken, in 1982 was teruggekeerd naar een Suriname onder militair bestuur – en toch koos voor dienstbaarheid aan zijn land. Waar anderen vertrokken, bleef Chan.

In de jaren die volgden, heb ik Chan mogen ondersteunen als zijn persoonlijke strategische adviseur. Gedurende twee verkiezingscampagnes, in 2015 en de historische campagne van 2020, was ik van nabij getuige van een leider die weigerde toe te geven aan etnische polarisatie of goedkope retoriek. “Wij moeten binden,” zei hij mij eens tijdens een van onze nachtelijke strategiebesprekingen, “niet met de VHP, maar met nationale doelen. Dit land is van ons allen.”

Die overtuiging vormde het fundament van de Orange Movement – een beweging die de VHP transformeerde tot een brede volksbeweging, die alle groepen in de Surinaamse samenleving omarmde. Zoals Mandela leerde: leiderschap betekent soms achter de schermen werken. Maar Chan begreep óók dat er momenten waren waarop een leider vóór aan moest staan – en dat deed hij, zonder aarzeling.

Als minister van Justitie en Politie van 2005 tot 2010 had Chan al bewezen dat hij niet terugdeinsde voor de moeilijkste dossiers. Zijn pionierswerk in de drugsbestrijding, zijn voorzitterschap van de Inter-Amerikaanse Drugscommissie CICAD en zijn moedige leiding van het onderzoek naar de Decembermoorden van 1982 getuigen van een man voor wie rechtvaardigheid geen loze kreet was, maar een dagelijkse verplichting. President Venetiaan erkende dit door hem te benoemen tot Grootofficier in de Ereorde van de Gele Ster.

De verkiezingsoverwinning van mei 2020 was het hoogtepunt van jaren van geduldige opbouw. Zijn inauguratie op 16 juli op het Onafhankelijkheidsplein, zonder publiek vanwege de pandemie, was symbolisch voor de uitdagingen die hem te wachten stonden. Hij aanvaardde het presidentschap van een land aan de rand van de afgrond – financieel, economisch en maatschappelijk – met de vastberadenheid van een man die wist dat Suriname redden geen slogan was, maar een missie.

Als ambassadeur van Suriname in Den Haag heb ik van nabij mogen ervaren hoe Chan de bilaterale relatie met het Koninkrijk der Nederlanden nieuw leven inblies. Mijn benoeming in december 2020 was een tastbaar bewijs van zijn overtuiging dat Suriname zijn internationale banden moest versterken. In Den Haag, en later ook geaccrediteerd bij het Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland, Noorwegen, Zweden en Finland, heb ik steeds de geest van Chans diplomatieke visie mogen uitdragen: respectvol, open en gericht op wederzijds belang.

Chan was meer dan een politicus. Hij was een zoon van Lelydorp, die nooit vergat waar hij vandaan kwam. Een vader die zware persoonlijke offers bracht voor zijn roeping tot de publieke zaak. Een gelovige man, die zijn missie beschouwde als een “God-given mission”. Zijn integriteit was niet onderhandelbaar. In een politiek landschap waar cynisme de norm was, was Chan het levende bewijs dat het anders kon.

Het plotselinge heengaan van Chan op 67-jarige leeftijd laat een leegte achter die niet eenvoudig gevuld zal worden. Premier Modi van India sprak namens velen toen hij zijn diepe droefheid uitdrukte over het verlies van een vriend van de Indiase diaspora. President Irfaan Ali van Guyana vatte de regionale betekenis van Chan het treffend samen: “Former President Santokhi was a brother forged not by blood but by conviction. He understood that the river which divides us also connects us, that our histories are intertwined, and that the prosperity of one cannot be separated from the prosperity of the other.”

Ik verlies in Chan niet alleen een staatsman wiens visie ik mocht dienen, maar een vriend die mij vertrouwde in de stilte achter de schijnwerpers. De warmte van zijn handdruk, de scherpte van zijn analyse, de onwrikbaarheid van zijn moreel kompas – het zijn herinneringen die ik zal koesteren zolang ik leef.

Rust zacht, Chan. Suriname is je dankbaar. Ik ben je dankbaar.

Rajendre Khargi
Voormalig ambassadeur van de Republiek Suriname bij het Koninkrijk der Nederlanden, het Verenigd Koninkrijk van
Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Noorwegen, Zweden en Finland.