Hans Breeveld
Het verkeersongeval op de hoek van de Johannes Mungrastraat en de Veldhuizenlaan, kort na het begin van het nieuwe jaar, heeft veel stof doen opwaaien. Velen stelden vragen over onze verkeersveiligheid, met name over het rijgedrag van enkele verkeersdeelnemers. De regering kwam met het bekende antwoord: twee drempels op de hoek waar het ongeval zich voordeed. Als het op verkeer aankomt, zijn opeenvolgende regeringen net een arts die voor elke kwaal paracetamol voorschrijft. Verkeersdrempels schijnen het ‘panacee’ te zijn, wat de reden voor de aanrijding ook mag zijn.

Bij deze aanrijding was het duidelijk dat het ging om het rijgedrag van een verkeersdeelnemer. Op het kruispunt werd geen voorrang verleend en dus niet de noodzakelijke voorzichtigheid betracht.

In plaats van steeds weer verkeersdrempels te plaatsen, zouden wij ons moeten afvragen wat het werkelijke probleem is met ons verkeer. Laten wij het incidentalisme verlaten: het hobbelen van incident naar incident zonder de werkelijke oorzaken in kaart te brengen en die aan te pakken.

Ooit hoorde ik uit de mond van een verkeersdeskundige dat het plaatsen van te veel drempels op onze wegen op den duur meer problemen zal veroorzaken in de vorm van obstakels voor het verkeer. Met name voor verkeer dat zich vanwege zijn aard snel moet verplaatsen; denk daarbij aan de brandweer, de ambulance en de politie. Maar die drempels vormen ook een obstakel voor verkeersgebruikers van goede wil.

Het lijkt mij daarom beter verkeersdeelnemers – waar nodig – te disciplineren. Misschien moeten wij onderzoeken of er geen wisselwerking is tussen het verkeer op de weg en het intermenselijk verkeer. Vertoont de manier waarop wij met elkaar omgaan geen afspiegeling van ons gedrag in het verkeer? Is ook de onderlinge onverdraagzaamheid niet toegenomen? Er zijn mensen die zich door het verkeer bewegen alsof zij de enige weggebruiker zijn, of alsof zij altijd voorrang hebben of moeten krijgen. Alle andere weggebruikers moeten zich aan hen aanpassen. Soms vraag je je af of het begrip ‘verkeersfatsoen’ anno 2026 nog bestaat, want in de praktijk merk ik daar nog heel weinig van. Zou het toepassen van morele herbewapening niet effectiever zijn dan al die drempels?

Ik geloof in hoge boetes. Maar hoorde ik recent de minister van Justitie en Politie zeggen dat de boetes reeds te hoog zijn? Moet straf, naast een opvoedende, geen afschrikkende werking hebben? Als de boetes te hoog zijn, zou het voertuig van wildrijders en andere brokkenmakers dan niet voor een tijd in beslag genomen moeten worden?

Zou een rijbewijs voorzien van een puntensysteem ook niet een optie kunnen zijn? Men ontvangt dan het rijbewijs met 100 punten. Bij elke misstap in het verkeer raakt men punten kwijt, uiteindelijk zelfs het rijbewijs. Hierna zou men weer rijexamen moeten doen om opnieuw in het bezit van een rijbewijs te komen.

Maar tevens zouden weggebruikers kunnen worden beloond die gedurende een onafgebroken periode van bijvoorbeeld tien jaar aanrijdingsvrij hebben gereden. Zij zouden zich ook kunnen melden. Hopelijk is het systeem van de politie voldoende gedigitaliseerd om dit na te trekken. Ook vraag ik mij af of personen, na één of twee jaar hun rijbewijs in hun bezit te hebben gehad, niet zouden moeten terugkeren voor een opfriscursus.

Ik vraag mij vaak af wat er gebeurd is met de flitspalen die ten tijde van het ministerschap van Edward Belfort langs de straten verschenen. Zijn zij niet een slimmere oplossing tegen die wildrijders?

Moeten wij onze gebruikers van het verkeer niet gaan disciplineren? Hen leren dat ook al hebben zij voorrang, zij niet alleen op de weg zijn; dat zij op elke hoek extra moeten uitkijken, omdat een andere weggebruiker ten onrechte voorrang kan nemen. Het lijkt mij verstandig: “Liever ten onrechte voorrang geven dan met voorrang de dood in te gaan.”

Voor al de extra diensten waarmee de verkeerspolitie zou kunnen worden belast, zouden meer middelen nodig zijn dan waarover de politie nu beschikt. Deze additionele middelen zouden gemakkelijk kunnen worden verkregen door strenge handhaving van regelgeving op plekken waar het plegen van overtredingen schering en inslag is, ondanks verkeersborden. Deze additionele boetegelden zouden kunnen worden aangewend voor het verhogen van de verkeersveiligheid.

Het is verheugend te vernemen dat de politie spoedig 200 tot 400 verkeersmedewerkers in dienst zal nemen die met name in de districten Paramaribo en Wanica de politie het werk uit handen zullen nemen wat de verkeersregulering betreft.

Kortom, verkeersboosdoeners moeten worden afgestraft en niet de totale gemeenschap.

Hans Breeveld