Column: Kerk en politiek
29 May, 12:16
foto
Hans Breeveld


Als in de 21e eeuw een belangrijke politieke partij een overeenkomst sluit met een kerkgenootschap dan kunnen wij daar niet aan voorbij gaan. Het is nieuws omdat sinds de 19e eeuw – in het westen – er een scheiding bestaat tussen kerk en staat. Dat betekent dat elk van deze instituten aparte verantwoordelijkheid en werkgebieden hebben. De kerk kan de staat niets dwingend voorschrijven en omgekeerd ook niet.

De kerk is een instituut van personen die de christelijke leer aanhangen. Zij hebben Christus als leidsman aangenomen. In onze multireligieuze samenleving past het erop te wijzen dat er veel landgenoten zijn die geloven in de leer van het Hindoeïsme, de Islam, de Winti of het Jodendom. Veel van wat voor de kerk geldt kan ook gelden voor de tempel, de moskee en de synagoge.

Evenals elke willekeurige burger in een moderne samenleving kan de kerk zich nimmer distantiëren van de politiek. De politiek is de meest bepalende factor in elke moderne samenleving. Men kan geen leefgebied noemen waar de politiek niets over heeft te zeggen. Heel terecht zei Johan Adolf Pengel dan ook: “Als jij niet met de politiek wil bemoeien zal de politiek zich met jou bemoeien”. Wat wel gezegd moet worden, is dat de kerk met tact en voorzichtigheid moet omgaan met partijpolitiek. Als het enigszins kan moet de kerk afstand bewaren.

Permanente waakzaamheid is geboden, omdat de (partij)politiek en de kerk verschillende – soms zelf divergerende – doelstellingen hebben. Richt de politiek zich vooral op het stoffelijke, op het aardse, van religieuze instellingen wordt verwacht dat ze zich vooral richten op het boven- of buitenaardse, zonder daarbij voorbij te gaan aan het aardse bestaan van haar leden. Een hechte samenwerking zou tot gevolg kunnen hebben dat beide instituten zich compromitteren. De kerk als een van de initiators en bewakers van waarde en normen – althans dat moet het zijn als alles goed is – zou zich eerder de rol van het moreel Kompas moeten toekennen. 

De (partij)politiek heeft, ondanks de persoonlijke goede inspanning van velen in bijna de hele wereld een weinig positieve klank. Er zijn verschillende oorzaken te noemen, maar een die zeker niet veronachtzaamd mag worden is de misinterpretatie van het gedachtegoed van Niccolo Machiavelli (1469-1527). Machiavelli die in de Westen gezien wordt als de grondlegger van de politieke wetenschap wordt vaak geciteerd. De vraag is echter of zij die hem citeren hem wel goed begrepen hebben. Velen begrijpen niet dat voor Machiavelli het Staatsbelang boven alles gaat. 

Er zijn mensen die stellen dat door Machiavelli ethische principes uit de politiek verbannen zouden zijn. Politici zouden ongestraft onwaarheden mogen verkondigen. Machiavelli maakt echter een scherp onderscheidt tussen moreel gedrag in collectief verband in de publieke sfeer enerzijds en moreel gedrag t.o.v. het individu in de private sfeer anderzijds. Dat wat geldt voor publiek handelen en dat wat geld bij het privé handelen. Het zogenaamde ‘slechte’ handelen, het rechtvaardigen van onwaarheid spreken bijvoorbeeld is in Machiavelli’s theorie alleen toelaatbaar indien:
De publieke zaak erdoor gediend wordt.
Het beoogde succes inderdaad gerealiseerd wordt.
Het minste kwaad gekozen wordt om het beoogde doel te verwezenlijken. 
Helaas wordt Machiavelli te vaak gebruikt door boze zielen om het vuile geweten schoon te wassen. 

Het gevolg is dat kerk en politiek uit elkaar gegroeid zijn. Dat betekent niet dat individuele leden van de kerk of geestelijken niet aan partijpolitiek mogen doen. Het risico is wel dat, aangezien niet alle leden van een geloofsgemeente noodzakelijkerwijs tot eenzelfde politieke partij hoeven te behoren, een geestelijke die nauw gelieerd is aan een partij zichzelf wel zou kunnen veroordelen tot politieke acrobatiek, namelijk, het permanente balanceren op de grens van politieke uitersten. Maar we weten dat geestelijken internationaal een instrumentele rol gespeeld hebben bij grote maatschappelijke veranderingen. Genoemd kunnen worden: Don Helder Camara, Desmond Tutu, Moeder Theresa en zeker niet op de laatste plaats Martin Luther King. In feite hebben zij een lans gebroken voor pressie uitoefening middels de civil society, het maatschappelijk middenveld. 

Er is verontwaardiging (geweest) over de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst tussen die belangrijke politieke partij en een kerkgenootschap. Maar op de keeper beschouwd zou het erg vreemd zijn als een politieke partij die de macht heeft prematuur eenzijdig pre electorale combinaties verbiedt en dat de overige partijen zich weerloos naar een electorale slachtbank laten leiden. In tegendeel verwacht ik dat alle denkbare middelen en mogelijkheden die kunnen leiden tot electoraal succes aangegrepen zullen worden. Religieuze, etnische om maar twee willekeurige te noemen.

Hans Breeveld