Het spel van de politiek!
14 Oct, 00:59
foto


Omdat het primaat altijd bij de politiek ligt, is het afwachten hoe het politieke spel zal worden gespeeld in een concreet geval. Ik heb Assembleeleden uitdrukkelijk, om hun moverende redenen, horen zeggen dat een wet geen terugwerkende kracht kan hebben. Dit in het kader van het vraagstuk betreffende het ontkoppelen van de schadeloosstelling van de ministers, de president en de vicepresident.

Met dit standpunt werd bewust of onbewust de indruk bij het publiek gewekt, dat de beslissing van de regering moet worden gezien als een politieke stunt terwijl in tegenstelling tot De Nationale Assemblee de regering de facto de uitbetaalde verhoging niet heeft ontvangen. Terecht omdat deze handeling formeel nog door de wet moet worden gedekt.

Het is bedenkelijk als leden van het wetgevende orgaan een dergelijk standpunt zo absoluut in het openbaar bekendmaken, zonder dat achteraf dit standpunt wordt genuanceerd omdat een wet wel terugwerkende kracht kan hebben.
Onbegrijpelijk, omdat beide wetten van 1 september 1994, houdende nadere wijziging van de 'wet financiële voorzieningen' voor zowel de regeringsleden als voor de leden van De Nationale Assemblee (S.B. 1994 no. 78) en (S.B. 1994 no. 77) terugwerken tot 1 januari van dat jaar dus 1994.

Kennelijk struikelt men over (maar deze drie Assembleeleden stammen toch niet uit de koloniale periode) de bepaling van artikel 3 in de Landsverordening van 23 juli 1945 tot herziening van de Algemene Bepalingen der wetgeving van de kolonie Suriname (geldende tekst G.B. 1918 no. 37).

Dit artikel luidt “De wettelijke regelingen verbinden alleen voor het toekomende, en hebben geen terugwerkende kracht”. Ofschoon de wet AB dit verbiedt, komt het wel voor en is achterhaald door de telbare jurisprudenties.
Bovendien zijn ingevolge artikel 118 van de Grondwet van 1987, bij wet van 5 januari 1988 (S.B. 1988 no. 1) regels vastgesteld voor de wijze van afkondiging van wetten en Staatsbesluiten en het tijdstip waarop zij aanvangen verbindend te zijn.

Artikel 1 luidt:
1. De regering kondigt de wetten af door plaatsing in het Staatsblad van de Republiek Suriname.
2. Een wet treedt in werking op de dertigste dag na haar afkondiging, tenzij zij anders bepaalt.
3. Een wet kan niet in werking treden voordat zij is afgekondigd.
Het voorgaande geldt onverkort ook voor Staatsbesluiten, houdende algemeen verbindende regels. D.w.z. voor zowel een wet in formele zin, maar ook voor een wet in materiële zin. Een wet in formele zin is meestal ook een wet in materiële zin, omdat het in algemeen voor de burgers bindende regels bevat.
Primair kunnen niet alle wetten terugwerken. Bij een nadelige wet kan deze vraag in het algemeen bevestigend worden beantwoord maar het hangt altijd van omstandigheden af hoever een wet terug kan werken.

Wanneer wij zo luisteren naar sommige Assembleeleden, dan wordt verondersteld dat het DNA is die verantwoordelijk is voor het tot stand komen van een wet. Echter is die verantwoordelijkheid bestemd voor de wetgever. De wetgever is meer dan De Nationale Assemblee.

Concreet o.a. de wet in formele zin “houdende ontkoppelen van de maandelijkse schadeloosstelling van de ministers van de maandelijkse bezoldiging van een directeur van een departement” kan wel terugwerken ook omdat in dit geval het een wet betreft, die in materiële zin, het karakter van een besluit heeft. Het geldt alleen voor de president, de vicepresident en de 16 ministers en met hen gelijkgestelden.

Ten slotte: Om redenen van een eng belang verwachten wij geen destructief amendement van de zijde van de initiatiefnemers in De Nationale Assemblee.

Eugène van der San