Stichting 8 December protesteert bij Turkse president
09 Oct, 14:21
foto


Sunil Oemrawsingh, voorzitter van Stichting 8 December, heeft via honorair consul van Turkije een protestbrief gestuurd naar president Recep Tayyip Erdoğan. De organisatie vindt het niet in de haak dat de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, Mevlüt Çavuşoğlu, een krans gelegd bij het Nationaal Verzoenings Monument tijdens zijn officieel bezoek aan Suriname.

De protestbrief:
De ondergetekende mensenrechten organisatie, Stichting 8 December 1982, protesteert tegen de betrokkenheid van de Minister van Buitenlandse zaken van Turkije in pogingen om straffeloosheid voor moord te propageren. De Stichting 8 December 1982 heeft als bijzondere taak het behartigen van het belang van de slachtoffers en nabestaanden van de moorden van 8 december 1982, m.n. een ongestoorde en correcte rechtsgang en gerechtigheid.

Tijdens zijn recent officieel bezoek aan de Republiek Suriname heeft Z.E. Mevlüt Çavuşoğlu, een krans gelegd bij het Nationaal Verzoenings Monument. Dit monument staat voor de meerderheid van de Surinaamse samenleving voor straffeloosheid. Door deze handeling is de Minister van Buitenlandse Zaken van Turkije medeplichtig geworden in het leed van de nabestaanden, slachtoffers en de doorkruising van het lopende rechtsproces inzake de moorden van 8 december 1982 dat in haar afrondende fase is.

In onze ervaring is het vooraleerst niet de gewoonte kransen te laten leggen door buitenlandse gezanten tijdens officiële bezoeken bij nationale monumenten die geen internationale betekenis hebben. Belangrijker nog, wij zijn overtuigd dat dit een zoveelste poging is van de Surinaamse president, die zelf hoofdverdachte is in het 8 december 1982 moordproces, om bij de Surinaamse en internationale gemeenschap het idee te wekken dat er internationale ondersteuning is voor straffeloosheid voor mensenrechten schendingen.

Wij zijn ook van mening dat de Turkse minister van Buitenlandse Zaken beter geïnformeerd zou moeten zijn, dan zich te verbinden met een groep van personen, onder wie de hoofdverdachte die al een strafeis heeft van 20 jaar. Deze handeling is zeker geen positieve promotie voor de minister zelf, en ook niet voor het land dat hij vertegenwoordigt, Turkije.

Participatie aan dergelijke activiteiten door de minister van Buitenlandse Zaken van Turkije hier in Suriname zoals in dit geval is gebeurd, zouden jammer genoeg geïnterpreteerd kunnen worden als dat Turkije ondersteuning geeft aan straffeloosheid en goedkeuring hecht aan mensenrechtenschendingen.
Als mensenrechten organisatie zullen wij blijven strijden tegen mensenrechtenschendingen en voor onze universele rechten en vrijheden. Wij doen een dringend beroep op de Turkse regering en u als president van die regering om :
1. Geen medeplichtigheid of bemoeienis te creëren of vorm te geven in het propageren van straffeloosheid als norm voor strafrechtelijke processen en/of mensenrechtenschendingen in Suriname."

Wednesday 17 October
Tuesday 16 October