Column: Wijze buurman
26 Feb 2011, 10:30
foto
André Telting, de voormalige governor, overleed op 6 augustus 2010.


Van de week moest ik denken aan André Telting, de vorige governor van de Centrale Bank, die vorig jaar helaas vlak na zijn pensionering overleed. Nee, Telting dook niet op in mijn gedachten omdat de bank een transparant beleid heeft aangekondigd en vanaf nu de financiële huishouding op de website gaat zetten. Da’s weliswaar een prachtig streven maar het zit anders. Ik ken Telting namelijk niet in de eerste plaats als banktopper maar als buurman. Een jaar lang woonden we tegenover hem.

Lange dagen maakte hij. Hoewel niet bepaald matineus - zijn chauffeur en guards stonden rond negen uur soms nog geruime tijd te wachten voor hij gesoigneerd en wel in de klaarstaande bolide stapte - was er doorgaans minstens een etmaal verstreken voor hij weer thuiskwam. Daarom hadden we slechts sporadisch contact. Maar die keren dat we elkaar spraken (meestal in hemd, shorts en slippers, leunend tegen de poort) gaf hij me meteen het gevoel dat we echt contact hadden. Dan namen we de laatste financiële, sociaal-economische en politieke ontwikkelingen door. Ook legde hij me uit waarom hij liever politiek-neutraal bleef. Ik moest het namelijk zo zien: als bankpresident verkeerde hij in de riante positie dat zowel de minister van Financiën als de president van de Republiek zijn adviezen ter harte namen. Sterker, ze deden netjes wat hen werd opgedragen. En ik moest het hem nageven: zoiets krijg je niet zomaar voor elkaar.

Telting was een serieus man, eentje met hart voor de zaak en een hart dat ook nog eens op de goede plaats zat. Daarnaast viel er genoeg met hem te lachen. Hij kon zelfs uitbundig schateren. Soms gebeurde dat nadat hij een bepaalde opmerking had geplaatst die hij bij nader inzien zelf eigenlijk ook hoogst amusant bleek te vinden. Er verscheen dan een aandoenlijk blosje op zijn bolle wangen dat zich mooi aftekende tegen zijn volle grijze baard. Zodra zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen ter sprake kwamen, nam de twinkeling in zijn guitige oogjes alleen maar verder toe.

En ik was dan weliswaar geen minister of president, tijdens een van die gesprekken nam Telting de vrijheid mij ook maar eens van advies te dienen. Hij wist dat ik binnen afzienbare tijd weer naar Holland zou vertrekken maar de volgende keer dat ik voor langere tijd in zijn land zou verblijven - hij had dat stukken sneller in de gaten dan wij - moest en zou ik een ander huis kiezen. Niet dat hij mij niet nog een keer als buurman zou kunnen verdragen, maar ik moest absoluut op een ander, hoger gelegen erf gaan wonen. Die wateroverlast was namelijk een terugkerend probleem in de stad en in de Joanlaan woonde ik volgens hem precies aan de verkeerde kant van de straat: de kant van de Glenn Weiszschool, waar de kinderen deze week ook zeker twee dagen geen lessen hebben gevolgd.

En inderdaad, toen we vier jaar later opnieuw in Paramaribo neerstreken, zochten we het hogerop: het werd een huis op hoge neuten. Prima erf ook, dat in de afgelopen tweeënhalf jaar zegge en schrijve één keer blank stond. Geen nood, de drempels van de benedenverdieping waren hoog genoeg, zeker nadat ik daar vorig jaar nog wat extra cement had laten storten. Tot El Nino of La Nina - de meningen onder meteorologen lopen uiteen - maandag genadeloos toesloeg. Daar bleek geen drempel tegen bestand. Onze gasten beneden dachten dat het aanvankelijk wel meeviel; met emmer, dweil en borrel wachtten ze rustig af.

Starnieuws had immers niet voor niets aangekondigd dat de “ergste zware buien” in de loop van de avond zouden wegtrekken. Tot ze in de rug werden aangevallen. Bleek het water zich via de achterdeur toegang tot hun verblijf te hebben verschaft. Het was meteen einde verhaal en ik bood de logés mijn eigen bed aan om zelf op de grond bij mijn kinderen op de kamer te gaan slapen.

De volgende ochtend, tijdens het trekken, dweilen en schoonmaken moest ik aan de governor denken. Even hoorde ik zijn hoge lachje. Een kort moment voelde ik een bemoedigend schouderklopje. Iets later meende ik zowaar een guitig knipoogje te incasseren. Telting was een wijs man en dat was hij.


Diederik Samwel