Column: Politieke Borrelpraat 321
18 Sep 2016, 22:04
foto
De lijkwagen op 'plaats delict' te Paramaribo-noord.


“Sjonge, sjonge, wat een dingen gebeuren er zo achter elkaar, je kan de tel niet meer bijhouden.”
“Een internationale roversbende wordt in Paramaribo-noord voor driekwart geliquideerd, korte metten.”
“Misschien zal je weer horen: het waren zulke lieve jongens, ze deden niemand kwaad, ze groetten iedereen in de buurt zo beleefd.”
“Of zal je horen: de politie hoefde toch niet zo zwaar op ze af te gaan; ze konden hun toch in de benen schieten?”
“Dan had je je moeten overgeven en niet op de politie terug moeten schieten. En bij die vorige supermarktroof schoten zulke onverlaten de winkelier gewoon in z’n buik. Dat mag wel.”
“Nou, als je hun doodgeschoten tronies ziet, weet je het al meteen: gespuis van de bovenste plank. Sorry om het te zeggen, maar opgeruimd staat netjes.”
“En er is ook een andere bende opgerold, onder de naam PamPoeng & son, gespecialiseerd in het leegplunderen van uw pompoenenaanplant.”
“Maar die nieuwe mevrouw bij onze Geheime Dienst moet er wel wat aan gaan doen dat sommige van haar 007-militairagenten veel minder gaan denken dat ze het kleine broertje van de Here daarboven zijn.”
“Ja, stel je voor; eentje staat voor een hoerentent midden op straat geparkeerd, en als hij daarover wordt aangesproken, trekt meneertje pistool en schiet degene die hem, Zijne Doorluchtige Hoogheid, heeft durven aanspreken, in de nek. Zijn we in pistolero kondre beland?”
“Maar gelukkig houdt mevrouw Siegliene schoon schip onder de corrupte winkeliers; aardappelen van 1 kilo blijken 0,93 kilo te wegen.”
“Ja, maar wacht even, door de hitte raken die dingen veel vocht kwijt; zo een aardappel bestaat voor het grootste deel uit water.”
“Maar aardappelen moeten op een donkere en koele plek bewaard worden, anders krijgen ze uitlopers, ze gaan groeien.”
“Dat niet alleen; zonlicht bevordert de vorming van een giftige stof solanine in de aardappel. Dat herken je aan de groene plekken. Dus daar moet ook op worden gelet bij de controle van HI.”
“Ik las ook dat Hi geijkte weegschalen in de winkels zal achterlaten, zodat de mensen zelf kunnen zien wat het gewicht is."
“Wel vreemd dat zulke dingen nu pas doorgevoerd worden, want knoeien met gewicht is iets wat winkeliers sinds mensenheugenis uithalen.”
“Kan je je nog die tijd herinneren dat omoe achter de toonbank stond en een balansweegschaal had?"
“Ja mang, aan de ene kant gingen op een platte deuk-deuk koperen schaal de koperen gewichten; sommige veelgebruikte combinaties waren met een touwtje aan elkaar verbonden. En aan de andere kant was er zo een diepe bak met een tuit om te schenken. Wilde je een kilo rijst, dan woog omoe die af en schonk het zo voor je in een papieren zak of in zo een typische markttas.”
“Maar vaak genoeg werd er met die gewichten geknoeid en daarom werden ze regelmatig geijkt door de overheid.”
“En omoe gebruikte toen nog niet van die milieuverontreinigende plastic zakken.”
“Weten jullie dat ze daar in bijvoorbeeld Nederland vanaf gestapt zijn? Tot voor een paar jaren geleden vroegen die winkelmeisjes je tot vervelens toe: ’zakje erbij?’ en als je ‘ja’ zei werden je aankopen in een plastieken zak gezet.”
“Oh, da waarin doen ze het nu?”
“In niets. Je spullen gaan langs de kassa en jij moet maar zien hoe je het verpakt. Daarom nemen de mensen nu hun tas mee, meestal zo een stevig ding en niet die flinterdunne plastic zakkenrommel die we hier nog altijd in onze maag gesplitst krijgen.”
“Maar als je niets bij je hebt, da hoe moet je doen?”
“Simpel, bij de kassa zijn die stevige tassen te koop of je koopt een plastieken zak. Ga op de vuilnisbelt kijken: overal zie je plastic zakken uit het verzameld vuil steken; dat spul breekt pas na tientallen jaren af.”
“Da waarom kunnen we die maatregel hier niet invoeren?”
“Ach nee, je gaat dan weer dat gebruikelijke gejengel horen: we zijn nog niet zo ver, die fabriek gaat failliet gaan, zoveel werknemers gaan op straat komen en dat soort opschuif.”
“Maar wat vinden jullie van al die presentaties in verband met die verdeling van die één punt acht miljard dollar die we mogen trekken van de IsDB.”
“Wat is IsDB? Is Desi Baas?”
“Nee mang! Islamic Development Bank.”
“Maar mensen hebben gelijk als ze van de regering meer duidelijkheid vragen over de lenings- en vooral: de aflossingsvoorwaarden. Geld lenen is mooi en waar, maar aflossen is nog mooier en waarder.”
“En het is ook waar dat de verdeling van dat geld zeer onevenwichtig is. Waarom wordt er geen geld uitgetrokken voor het samenstellen van leerboekjes voor alle vakken van het lager onderwijs en het mulo? Dan kunnen alvast alle gepensioneerde leerkrachten hun kennis en ervaring daarbij overdragen, wat veel minder geld kost en hoger rendement heeft dan al die dure consultants of die zogenaamde versurinamiseerde dump uit Nederland die nu hier in containers ligt te rotten.” “Dat ding was één grote teki nyan voor bepaalde figuren in Suriname en in Nederland.”
“Het is daarom goed dat een politicus opmerkte dat het geld niet aan deze lui moet worden verspild.”
“En waarom moet één bedrijf, in dit geval de EBS, zoveel trekken uit dit fonds? Let wel, bijna de helft van die 1,8 miljard gaat naar de EBS. Dan worden ze beloond voor die jarenlange vreet-na-pot. Dat kan toch niet?”
“Da beter richt je met zoveel geld een compleet nieuw energiebedrijf op.”
“Nee mang, ben je gek! We zijn nog niet zover, blabla, belangen beschermen, blabla, waf, waf.”
“We hebben in dit land een paar hinderlijke gewoonten die ons al jaren remmen in onze eigen ontwikkeling.”
“Ach, nu gaat onze sabiman, onze meester in de sabiso-logie zijn preek houden.”
“De honden blaffen, maar de karavaan trekt voort. Ik stoor me niet aan dat gepraat van je; gewoon jaloezie. Goed, eerste hebi: we blijven teveel plakken bij verouderde dingen. Gewoon omdat we te gemakzuchtig zijn om iets nieuws aan te leren.”
“Meester, graag ‘we’ met name, want ik ben voorstander van vernieuwingen.”
“Oké, oké, met ‘we’ bedoel ik de groep waarop dit slaat, en niet een ieder in SU, nee, echt niet. Goed, tweede hebi: we houden van ‘bepalen’, un lobi bepaal en we willen anderen daar liever niet bij betrekken, want ze gaan dan ook naam maken.”
“Of we betrekken anderen er alleen maar bij om ‘ja en amen’ te zeggen. En vooral geen kritiek, anders ben je lid van de vijand.”
“Werkelijk, daarom heeft de KKRB oftewel de Kleine Kring Rond Baas, de verdeling van dat geld al bepaald. Zij hebben al beslist, basta! Yu abi fu arki en sjwari nomo. En je merkt dat de KKRB niet graag bijstuurt of aanpast of invoegt.”
“Ze zullen moeten, wat denken ze wel! A no deng moni, na unu moni, want unu leki gemeenschap mus go los eng af.”
“Derde hebi: we luisteren niet naar goede adviezen.”
“Ja mang, werkelijk waar; we luisteren alleen naar de adviezen van degenen die ons bewieroken en beslijmen van voor tot achter. En juist die regelen dan hun eigen belang, niet het belang van de gemeenschap.”
“Vierde hebi: we zijn allesbehalve transparant in onze plannen.”
“Ja, klopt ook. Want hoe transparanter, hoe minder er geknoeid en gefrommeld kan worden.”
“Nog een hebi: we zien controle als een daad van vijandschap.”
“Jazeker, daarom moeten instituten als de Rekenkamer en de CLAD bij wet meer macht moeten krijgen.”
“Volgende hebi: we durven geen strakke maatregelen in algemeen belang te nemen.”
“Oow, wacht eens even, daarom treuzelen we zolang voordat we zulke maatregelen nemen!”
“We treuzelen vooral omdat we allerlei kliekjesbelangen veilig willen stellen en uiteindelijk blijft er dan nauwelijks wat over van die maatregel. Kijk maar wat voor zielig uittreksel over is van die anti-corruptiewet.”
“En we nemen vaak, tegen beter weten in, de verkeerde beslissing of maatregel.”
“Inderdaad! Laatst las ik zo een goed verkeerd voorstel en wel dat men verlieslatende parastatale bedrijven wil privatiseren, dan kunnen particulieren deelnemen aan zulke bedrijven. Wat lief, zeg!”
“Ik vind het juist een heel goed voorstel: de overheid trekt zich terug uit deze vorm van bedrijvigheid. Teveel particulieren gebruiken hun politieke macht om via staatsbedrijven de geweldige ondernemer uit te hangen.”
“Geen kunst om dat met het geld van anderen, de belastingbetaler in dit geval, te doen.”
“Jonge broeder in ons midden, zou jij een deel van je zuurverdiende spaarcentjes willen stoppen in het kopen van aandelen in zo een verlieslatend staatsbedrijf?”
“Echt niet, mi no law!”
“Welnu, waarom denk je dat anderen dit dan wel zouden willen doen?”
“Da wat moet de overheid met die verlieslatende staatsbedrijven doen?”
“Opdoeken, helaas. Dat is het enige wat er nog te doen staat.”
“En zo doen wij ook, heren. Opdoeken, naar huis.”
“Naar bed, naar bed, zei duimelot; eerst nog wat eten zei likkepot…de rest ben ik vergeten.”

Rappa
Advertenties