Column: Coruña
22 Feb 2016, 10:22
foto


Afgelopen weekend was ik in A Coruña in Noord-Spanje voor een conferentie op de Universiteit van Coruña. Deze was georganiseerd door activisten in Spanje, onder wie politici van het Europees parlement en van de lokale politiek. Ik was uitgenodigd om te spreken over dekoloniale kennisproductie en activisme.
Ik ging met een bezwaard gevoel, want in hetzelfde weekend was de herdenkingsbijeenkomst voor Kodjo Kwakoe in Amsterdam, een zwarte activist van het eerste uur die aan een hartaanval was overleden, nadat hij terugkwam van een protestactie tegen zwarte piet.

Zo’n conferentie biedt je de mogelijkheden om te leren van anderen en je netwerken verder uit te bouwen. Er zijn grote veranderingen aan de gang in Zuid-Europa. In Griekenland, Spanje en Portugal worden verkiezingen gewonnen door uiterst linkse partijen. In Spanje is Podemos de grote verrassing. Ze won de laatste verkiezingen met 21% van de stemmen.

Veel activisten op de conferentie hadden gewerkt in de campagne voor Podemos. In de discussies werd me duidelijk hoe groot de verschillen zijn tussen de socialisten van Noord- en Zuid-Europa. In Noord Europa zijn ze arrogant en neerbuigend, staan direct klaar met een opgeheven vinger om je te vertellen wat je moet doen en geloven. Sinds Karl Marx (1818-1883) is er volgens hen geen andere bevrijdingstheorie mogelijk.

In Zuid-Europa geloven ze ook in de klasse-analyse, maar ze zijn vriendelijker, opener en bereid te luisteren en te leren van anderen. Tot mijn verrassing bleek dat de leiders van Podemos mensen waren die jarenlang in Latijns-Amerika hebben gewoond en hoog zaten in de kringen van de linkse regeringen van Hugo Chavez in Venezuela, Evo Morales in Bolivia en Rafael Correa in Ecuador. Ze hebben veel geleerd van de successen en mislukkingen in Latijns-Amerika en hebben dat meegenomen in de opbouw van Podemos. Daar is dekoloniaal denken doorgedrongen in grote delen van de universiteiten, het overheidsbeleid en activisten. Ze praten zelfs over het dekoloniseren van het Marxisme. Dat zie ik niet gauw gebeuren in bij Marxisten in Noord-Europa.

Eén van de interessante figuren met wie ik lange gesprekken had is Boaventura de Sousa Santos. Ik had hem een paar keer eerder ontmoet op andere internationale bijeenkomsten, maar we hadden nooit de gelegenheid om diepgaand met elkaar te praten. Boa – zo noemt iedereen hem – is betrokken bij tal van internationale initiatieven. Zo is hij één van de voormannen van het Word Social Forum, een tweejaarlijkse conferentie van activisten over de hele wereld. Met Yanis Varoufakis, de Griekse ex-minister van financiën, die een frontale confrontatie had met de Europese commissie over hoe de Griekse crisis op te lossen, zet hij in een nieuwe beweging op om Europa te democratiseren en de sluipende groei van de Europese politiestaat te stoppen.

In mijn inleiding legde ik uit wat volgens mij de grote fouten waren in de marxistische benadering van de relatie tussen ras en klasse en de rol die nieuwe bevrijdingstheorieën kunnen spelen in het opbouwen van sociale bewegingen. Voor Boa is dit een nieuw thema die hij wil aankaarten: dekolonisatie van het marxisme. Hij leidt een groot Europees project- ALICE – dat universiteiten en sociale beweging van verschillende continenten bij elkaar brengt om nieuwe kennis te produceren. In 2012 richtte hij een uitnodiging aan activisten, waaronder mijn persoon, om een bijdrage te leveren aan Europees denken. Hij vroeg ons: “Europe as it is today (and I am not referring only to the current financial, political and social crisis within the European Union) has little or nothing to teach the world. Moreover, it does not even have a socially acceptable and fair solution for its own domestic problems. It would be advantageous for Europe to learn from the experiences of the rest of the world, yet five centuries of colonialism seem to have made it incapable of learning from those it has always considered inferior. This is the tragedy of Europe and also a tragedy for the world, given that a Eurocentric ideology still predominates worldwide. What has to be done to overcome this situation? If Europe could learn from the experiences of the rest of the world, which specific lessons would be most useful for it?”

Ik was in A Coruña met andere leden van het netwerk Deconiality Europe: Houria Bouteldja uit Frankrijk, Abed Choudhury uit Engeland en mijn goede vriend Ramon Grosfoguel. We zaten aan tafel met de voormalige ambassadeur van Bolivia in Brussel die ons deelgenoot maakte van de ervaringen en zorgen van Latijns-Amerikaans links. In Bolivia gaat het goed, maar Venezuela wordt de komende jaren een groot probleem. Mede door fouten die de regering van Venezuela maakt lijkt die de greep te verliezen op de politieke macht. Het nieuwe parlement lijkt erop uit om president Maduro via een impeachment procedure af te zetten. Het is de vraag of ze het daarbij zullen laten of zullen overgaan tot arrestatie van linkse kopstukken en dus het uitlokken van een burgeroorlog om voor lange tijd links te kop in te drukken zodat deelname aan nieuwe verkiezingen in de toekomst uitgesloten wordt.

De conferentie bood ons de gelegenheid om de internationale netwerken verder af te stemmen op elkaar. Abed was net terug uit Maleisië waar een grote beweging is om de universiteit te dekoloniseren. Onze goede vriend Nelson Maldonado-Torres zit drie maanden bij de Universiteit van Zuid-Afrika niet alleen om les te geven, maar om de netwerken met activisten te versterken. In Zuid-Afrika is er een regeringsbeleid om het curriculum van de universiteiten te dekoloniseren. In augustus wordt een conferentie georganiseerd waar we via onze netwerken een bijdrage gaan leveren.
Ramon en ik werken een plan uit voor een dekoloniale universiteit die online een curriculum zal aanbieden. Kortom, er gebeurt veel in de wereld op het gebied van dekolonisatie van kennisproductie en kennisdistributie. De kunst voor de komende jaren is om deze zaken met elkaar te verbinden en te integreren.

Sandew Hira