Column: Eerlijk
14 Dec 2015, 09:19
foto
Sandew Hira en Madzi Flemming tijdens een persconferentie op 8 december in Residence Inn. (Foto: René Gompers)


Afgelopen week op 8 december - voor mijn vertrek naar Nederland - hield ik een persconferentie in Residence Inn. Ik kondigde de oprichting aan van het Comité Nabestaanden en Slachtoffers van Politiek Geweld. Mevrouw Madzi Flemming en ik zijn de initiatiefnemers. Mevrouw Flemming was aanwezig en maakte diepe indruk door het verhaal van haar leed zo indringend voor het voetlicht te brengen.

Een dag eerder had ik een bijeenkomst met nabestaanden en slachtoffers van de Binnenlandse Oorlog van de zijde van het Nationaal Leger. Wat een verschil met de eerste bijeenkomst waarover ik in mijn column van 19 oktober heb bericht. Op de eerste bijeenkomst overheerste woede, frustratie en agressie naar mij toe als iemand uit de groep van nabestaanden van 8 december.

De tweede bijeenkomst was het tegenovergestelde. Er heerste warmte, liefde, begrip en een houding om met zijn allen te werken aan betere verhoudingen tussen nabestaanden en slachtoffers van politiek geweld. Ik en alle andere deelnemers hadden rust en tijd gehad om de zaken te verwerken. Toen mijn geliefde en ik aankwamen in Suriname. hebben we als eerste gesproken met mevrouw Flemming, die op de vorige bijeenkomst een leidende rol had gespeeld. Het was een hartverwarmend gesprek. Daarin hebben we de tweede bijeenkomst voorbereid met de andere nabestaanden en slachtoffers.

Op de tweede bijeenkomst heerste er een sfeer van 'nu gaan we aan de slag' om een verbinding te leggen tussen alle nabestaanden en slachtoffers van politiek geweld. Ik weet dat het niet zo gemakkelijk zal zijn, maar er moet een eerste stap gezet worden. Mevrouw Flemming had me haar verhaal verteld. Ze had, zoals elke dag, afscheid genomen van haar man die in het leger zat en naar zijn werk ging. Ze zou hem terug zien als een kapot geschoten lijk. Het heeft haar leven ingrijpend veranderd in alle opzichten: economisch, emotioneel, het opvoeden van hun enige dochter etc. Ik kan me er alles bij voorstellen.
Ze vertelde mij hoe het bericht van de dood van haar man in de krant had gestaan: de zestiende militair was omgekomen en een leerkracht vertelde in de klas waar haar dochter bij zat: “de zestiende hond is afgeslacht”. Wat een verschrikkelijke uitspraak om te horen en zeker voor haar dochter die helemaal van slag was toen ze dat aan haar moeder vertelde.

Helemaal verontwaardigd werd ik bij haar verhaal over de herdenkingsplechtigheid bij de Amerikaanse ambassade op de dag voor de mensenrechten die georganiseerd was door de Organisatie van Gerechtigheid en Vrede. Ze wilde een bloemetje leggen, maar werd door de organisatie verwijderd van de bijeenkomst. Ik kwam later bij de STVS een journalist tegen die het verhaal bevestigde: “Ik zag hoe ze weggeduwd en weggehoond werd maar ik kon het toen niet plaatsen.”
Hoe ongevoelig kunnen mensen zijn.

Bij het delen van deze verhalen brengen we het leed van andere nabestaanden naar voren. Maar het doel is niet om anderen te kwetsen. Door eerlijk te zijn kun je anderen kwetsen, maar eerlijkheid moet leiden tot een gesprek. Natuurlijk moet de andere partij ook willen.
Ik als nabestaande van een slachtoffer van 8 december en zij als nabestaande van een slachtoffer van de Binnenlandse Oorlog zijn eerlijk geweest naar elkaar. In die eerlijkheid zijn we het gesprek met elkaar aangegaan. Het resultaat is dat we nu samenwerken om ons leed gezamenlijk te verwerken.
Ik hoop dat andere nabestaanden en slachtoffers ons voorbeeld zullen volgen. Ik weet dat het een lastige weg zal zijn.
We hadden samen graag aanwezig willen zijn op de 8 december herdenking in de Alfons kerk. Op de persconferentie heb ik dat aangegeven: “We willen ook graag deelnemen aan de herdenkingsbijeenkomsten voor 8 december, omdat we als nabestaanden de pijn voelen van andere nabestaanden. Maar we willen voorkomen dat onze aanwezigheid als ongemakkelijk kan worden ervaren. We hopen dat we van de organisatoren een signaal kunnen krijgen dat onze aanwezigheid op prijs wordt gesteld.”

We hebben geen signaal gehad, maar dat heeft tijd nodig. Ik heb na mijn eerste persconferentie het gesprek gezocht met de andere nabestaanden van 8 december. Dat ging moeizaam. Maar ik geef niet op. De ervaringen met de nabestaanden en slachtoffers van de Binnenlandse Oorlog hebben me moed gegeven. Ik hoop dat we ooit een eerlijk gesprek kunnen hebben waarin we onze politieke meningsverschillen accepteren en ons kunnen richten op datgene wat ons bindt: de verwerking van het verdriet van het verlies van nabestaanden als gevolg van politiek geweld. Onze diversiteit aan politieke opvattingen hoeft geen sta in de weg te zijn voor wat we gemeenschappelijk hebben.

Ik hoop dat we erin zullen slagen om in de toekomst een bijeenkomst te organiseren in een dag van nationale rouw, zodat de herdenking van de doden van 25 februari 1980, de verschillende tegencoups, 8 december en de Binnenlandse Oorlog een gezamenlijke herdenking kan zijn. Als we samen feest kunnen vieren, dan moeten we ook samen kunnen rouwen.

Sandew Hira
Advertenties