Minister Patrick Brunings
Suriname staat op het punt een belangrijke stap te zetten in de ontwikkeling van zijn klimaatfinanciering. Volgens minister Patrick Brunings van Olie, Gas en Milieu zijn de voorbereidingen voor de eerste verkoop van Surinaamse carbon credits in een vergevorderd stadium en kunnen mogelijk al in juli de eerste overeenkomsten worden getekend.

Tijdens de begrotingsbehandeling in De Nationale Assemblée maakte Brunings bekend dat de regering inmiddels een overeenkomst heeft gesloten met Deutsche Bank, die de verdere verhandeling van de carbon credits zal begeleiden. Daarnaast zijn er volgens de bewindsman al gesprekken gaande met potentiële kopers, waaronder de internationale bedrijven Bayer en Siemens.

“Het einde is in zicht”, zei Brunings over het traject dat al enkele jaren loopt. De minister verwacht begin juli af te reizen voor de afrondende onderhandelingen en sluit niet uit dat daarbij direct de eerste contracten worden ondertekend.

Suriname beschikt momenteel over ongeveer 4,8 miljoen carbon credits die kunnen worden aangeboden op de internationale markt. De minister gaf aan dat wordt uitgegaan van een zogenoemde ‘gold standard’-prijs van ongeveer 25 Amerikaanse dollar per credit, al zal tijdens de onderhandelingen worden geprobeerd een hogere prijs te realiseren.

Carbon credits zijn verhandelbare certificaten die landen of bedrijven kunnen kopen om hun uitstoot van broeikasgassen te compenseren. Suriname behoort tot de weinige landen ter wereld die meer koolstof opnemen dan uitstoten dankzij zijn uitgestrekte bosgebieden. Die bijzondere positie maakt het mogelijk inkomsten te genereren uit de bescherming van het bos.


Brunings benadrukte dat eventuele opbrengsten niet rechtstreeks in de staatskas zullen vloeien. De middelen zullen worden ingezet voor projecten die gericht zijn op milieubescherming en de ontwikkeling van inheemse en tribale gemeenschappen.

Om het beheer van de inkomsten transparant te laten verlopen, werkt de regering aan een speciale bestuursstructuur. Daarbij wordt gedacht aan een toezichtsorgaan onder leiding van sleutelministers en de president, een technisch team voor de voorbereiding en beoordeling van projecten en een stakeholderscommissie waarin onder meer vertegenwoordigers van inheemse en tribale gemeenschappen, de private sector en andere belanghebbenden zitting zullen hebben.

De minister stelde dat de verwachte inkomsten een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de financiering van projecten die momenteel nog drukken op de nationale begroting.

De ontwikkelingen sluiten aan bij de internationale klimaatstrategie die Suriname onlangs presenteerde tijdens de klimaatconferentie COP30 in Belém, Brazilië. Daar onderstreepte de regering haar voornemen om economische ontwikkeling te combineren met het behoud van de status van Suriname als een van de meest beboste en koolstof-negatieve landen ter wereld.